ACHTERGROND - MARE 30, 15 mei 2003

Proefschrift over Adam en Eva als metaforen

De slang verleidt via de vrouw

Het was de vrouw die de mensheid in het verderf stortte: zíj plukte immers de verboden vrucht. In haar proefschrift laat theoloog en literatuurwetenschapper Hedda Post zien hoe Philo van Alexandrië en Augustinus Adam en Eva als metaforen voor ratio en zintuigen interpreteerden. ‘Ook nu nog hoor je dat meisjes niet goed in wiskunde zouden zijn.‘

Christiaan Weijts

Een halve week voor haar promotie is Hedda Post (55) alleen nog maar op haar mobiele telefoon bereikbaar. In een huisje in Lauwersoog zit ze ‘in retraite‘ om in alle rust de verdediging van haar proefschrift voor te bereiden. ‘Hier trek ik me af en toe terug‘, zegt de theologe. ‘Een groot contrast met waar ik vorige week was: Rome, een inferno van lawaai.‘

Deze meditatieve ambiance, met fluitende vogels op de achtergrond, is in elk geval passend voor een gesprek over haar proefschrift dat namelijk ‘Metaforen van de Ziel‘, heet.
In het boek, ruim vierhonderd pagina‘s dik, onderzoekt Post de receptie van het scheppingsverhaal in Genesis. ‘Eigenlijk wordt de schepping van de mens in de Bijbel twee keer verteld. De twee verhalen gaan terug op andere bronnen.‘ In de eerste versie, de zogenaamde ‘priestercodex‘, lezen we: ‘En God schiep de mens naar zijn beeld. () Man en vrouw schiep hij hen.‘ Maar even verderop wordt Eva uit de rib van Adam geschapen: ‘En de Here God zeide: het is niet goed dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken die bij hem past.‘
Post: ‘Latere interpretatoren hebben vaak geworsteld om die twee met elkaar te rijmen. In de joodse traditie en later ook in de christelijke werd Genesis gezien als het eerste boek van Mozes, en zijn woord was natuurlijk onfeilbaar.‘
Post onderzocht hoe twee exegeten dit deden: Philo Judaeus van Alexandrië, een joods-hellinistische filosoof van rond het begin van onze jaartelling, en kerkvader Augustinus.
Philo, zelf geen christen, groeide op in Alexandrië, op dat moment een smeltkroes van Egyptenaren, joden en Grieken. Hij stond in de presocratische traditie, die de ratio bovenaan plaatste. ‘Philo ziet de eerste hoofdstukken van Genesis als de schepping van de geest, nous in het Grieks, en de schepping van de vrouw als allegorie voor de zintuiglijke waarneming, aisthèsis. Tezamen vormen deze de ziel.‘
‘Philo stelt dat de nous, het mannelijke, inzicht geeft in de transcendente en goddelijke werkelijkheid, terwijl de aisthèsis alleen de fenomenale werkelijkheid, de wereld van de verschijnselen, kan waarnemen. Het vrouwelijke is dus geschapen als hulp voor het mannelijke.‘
Philo is het scheppingsverhaal allegorisch gaan interpreteren om te laten zien dat de teksten niet onder deden voor die van de Griekse filosofen, aldus de promovenda. ‘De Romeinse keizer Caligula had de joden allerlei voorrechten afgenomen, en dat was reden voor Philo om zijn interpretatie imperialistisch in te zetten: laten zien dat de Griekse filosofie schatplichtig is aan Mozes.‘
Latere christelijke filosofen hebben Philo‘s interpretatie ingepast in de Ideeënleer van Plato, die een vergelijkbare tegenstelling hanteerde. Op die manier is de vooral in het katholicisme geldende tweedeling tussen het ‘goddelijke‘ en het ‘wereldlijke‘ de kerkelijke traditie binnengekomen.
Post: ‘Het wereldlijke wordt dus vertegenwoordigd door de vrouw. Zij is vatbaar voor verleidingen, heeft sterke lustgevoelens, is niet zo slim en is voor de slang een gemakkelijkere prooi dan de man.‘
Augustinus gaat door op het spoor van Philo. Ook hij stelt dat de eerste schepping (‘man en vrouw schiep hij hen‘) een schepping in Gods Geest was, een blauwdruk, en de tweede schepping (Adam die de levensadem krijgt ingeblazen, en Eva die uit zijn rib ontstaat) de materiële schepping is. Post: ‘Man en vrouw verhouden zich als rede en irrationele ziel en zijn hiervan metaforen.‘ Over de zondeval schrijft Augustinus dat de slang ‘misleidt via de vrouw. Immers onze rede kan niet tot instemming met zonde verleid worden, tenzij dat deel van de ziel door verlokking geraakt wordt, dat aan de rede moet gehoorzamen als aan de leiding van de man. () Wanneer de rede op mannelijke wijze het verlangen beteugelt en binnen de perken houdt, vervallen wij niet tot zonde.‘
Post: ‘Adam heeft volgens Augustinus dus niet uit verleiding gezondigd, maar door zijn sociale band met Eva. Hij weet dat hij zijn maatje kwijt is als hij niet zondigt.‘

Door interpretaties als deze zijn ook de traditionele man-vrouwverhoudingen in de taal en de cultuur verankerd komen te liggen, stelt de promovenda. In haar proefschrift laat ze aan de hand van theorieën van poststructuralistische taalfilosofen als De Saussure zien hoe dit rijtjes van opposities creëert. Het vrouwelijke is dan altijd het zintuiglijke, het intuïtieve en het slechte, terwijl het mannelijke de tegenpolen hiervan vertegenwoordigen. Post: ‘Deze metaforen bieden geen uitzicht maar beperken. Zowel het woord ‘vrouw‘ als het woord ‘zintuigen‘ heeft veel associaties, maar als je het een als metafoor voor het andere inzet, zijn ze tot elkaar veroordeeld, en blijven alleen hun gemeenschappelijke associaties over, en worden ze allebei ingeperkt.‘
‘Ik heb de tweede feministische golf meegemaakt, waarin mensen probeerden die dichotomie te doorbreken, maar ik wil laten zien dat dat erg moeilijk is, omdat dat al eeuwenlang in de taal gestructureerd is. Ook nu nog hoor je dat meisjes niet goed in wiskunde zouden kunnen zijn, terwijl dat helemaal niet biologisch en natuurlijk is. Ik geef daar natuurlijk geen oordeel over, maar ik laat zien hoe dit oppositie-denken verankerd is in de taal.‘

H.M. Post, Metaforen van de Ziel. Vrouw en man in de Genesis-exegese van Philo Judaeus en Augustinus. 419 blz. Promotie: donderdag 15 mei 2003.