WETENSCHAP - MARE 29, 8 mei 2003

Verlamd door angst

Na letterlijk stijf te hebben gestaan van de schrik moeten de verlamde spieren weer langzaam worden getraind. Spiegels en hypnose kunnen daarbij helpen. Onderzoekster Karin Roelofs: ‘De associatie met aanstellerij is onterecht.‘

Bruno van Wayenburg

Het is een fraaie uitdrukking voor ouderwetse horrorverhalen: ‘verstijven van schrik.‘ En in het echt doen zowel mensen als konijnen in het koplamplicht het. Psychologe dr. Karin Roelofs doet onderzoek naar een extremere variant: langdurige verlamming, verblinding of zelfs epileptische aanvallen met een psychologische oorzaak, vaak een traumatische gebeurtenis.
De onlangs gepromoveerde universitair docente kreeg van onderzoekorganisatie NWO een VENI-subsidie à twee ton, bedoeld voor net gepromoveerde onderzoekers, om onderzoek te doen naar conversie, zoals het in vaktermen heet.
‘Mensen kunnen bijvoorbeeld hun arm niet meer bewegen‘, zegt Roelofs, ‘of zakken voortdurend door hun knieën.‘ De verschijnselen doen meestal denken aan neurologische kwalen, waarbij er de hersenen of de zenuwen schade hebben ondervonden, terwijl de oorzaak psychologisch is. ‘Patiënten zwerven vaak lang door de medische wereld voordat ze bij een psycholoog of psychiater terechtkomen‘, zegt Roelofs. ‘Dat is jammer, want het is heel goed te behandelen.‘
Daar komt nog bij dat er om de klachten vaak de geur van aanstellerij hangt. ‘Vroeger werd het hysterie genoemd‘, zegt Roelofs. Het woord is afkomstig van het Griekse woord voor baarmoeder. Alleen vrouwen, toen beschouwd als het zwakkere geslacht, konden het dan ook krijgen.
‘De associatie met aanstellerij is onterecht‘, zegt Roelofs. Conversiepatiënten gaan juist meestal moeilijkheden uit de weg. ‘We hebben dat onderzocht en er zijn geen aanwijzingen dat het aandacht opeisende, ‘aanstellerige‘, persoonlijkheden zijn.‘ Wel hebben patiënten vaak in hun jeugd traumatische gebeurtenissen meegemaakt: seksueel misbruik, mishandeling of emotionele verwaarlozing.
De behandeling, die de onderzoekster als therapeut ook wel eens zelf uitvoert, bestaat uit het langzaam trainen van de verlamde spieren. ‘De moeilijkheid is dat een spier degenereert als je hem een poosje niet gebruikt‘, zegt Roelofs.
Het vreemde - en handige - is vaak dat de patiënt de spier niet bewust kan bewegen, maar onbewust wel een beetje. In zijn slaap bijvoorbeeld, of onder hypnose, of - een favoriete therapie-opstelling - als de patiënt een spiegel voor zich heeft, zodat het spiegelbeeld van de niet-verlamde arm samenvalt met de verlamde arm. Roelofs: ‘De neiging om bewegingen symmetrisch uit te voeren, kan weer wat beweging in de spier terugbrengen.‘
Het spitten naar de traumatische ervaring zelf behoort ook tot het psychologisch arsenaal. Uiteindelijk verbetert de meerderheid van de patiënten heel behoorlijk.
Het vreemde verschil tussen bewuste en onbewuste bewegingen is ook een aangrijpingspunt voor Roelofs‘ onderzoek. ‘Bewuste bewegingen worden uiteindelijk aangestuurd vanuit de prefrontale cortex‘, doceert ze, ‘een deel van de hersenen in het voorhoofd, waar plannen gemaakt en uitgevoerd worden.‘
Een gangbare theorie is dat vroege stress die aansturing in de war kan brengen. De prefrontale cortex zit vol met receptoren voor het hormoon cortisol, dat in het bloed komt bij stress. Een vroege traumatische ervaring kan dat stress-systeem misschien uit balans brengen, waardoor later juist bewuste bewegingen worden gehinderd.
Met reactietijdproeven waarbij zowel conversiepatiënten als gezonde proefpersonen zo snel mogelijk knoppen moeten indrukken, wil Roelofs de vinger preciezer achter het verband tussen stress en spierremmingen krijgen.
Patiënten moeten gezonde en aangedane spieren gebruiken, nadat ze al dan niet kunstmatig gestresst zijn, door een boos gezicht op het computerscherm of doordat ze een praatje voor publiek moeten houden.
Ook wil de psychologe cortisolniveaus in het speeksel gaan meten, en uiteindelijk is het zelfs de bedoeling om rechtstreeks in de prefrontale cortex te kijken met fMRI, een hersenonderzoekersvariant op de magnetische techniek MRI die in ziekenhuizen gebruikt voor lichaamsscans.
‘Het geheel gaat zo‘n vier jaar duren‘, zegt de onderzoekster, die nu nog een onderzoekstaak van maar 40 procent heeft. ‘Ik kan nu het onderzoek uitbreiden, en minder onderwijs en therapie te gaan geven. Dat geld is dan ook erg welkom.‘