ACHTERGROND - MARE 13, 4 december 2003
Duitse import: kroeg en kerstboom
Migratieproblematiek is niet exclusief van deze tijd. Halverwege de negentiende eeuw waren het vooral Duitsers die in Nederland werk kwamen zoeken. Historica dr. Marlou Schrover onderzocht hoe hun integratie in Utrecht verliep. Vrijdag kreeg ze de prof.dr. van Winterprijs.
Christiaan Weijts
Niet iedereen zal het zich realiseren als hij op vrijdagavond ergens een biertje gaat drinken: de kroeg is een importproduct van immigranten. Het waren de Duitsers die in de negentiende eeuw elementen introduceerden die niet meer zijn weg te denken uit onze cultuur: warenhuizen (van C&A tot Peek & Cloppenberg), de kerstboom in huis, en: het café als sociale ontmoetingsplek.
‘Vroeger waren er wel tapperijen, waar je jenever kwam drinken. Maar door de Duitsers
werd de kroeg een sociaal trefpunt waar je met het hele gezin kwam.’ Dat zegt dr. Malou Schrover, verbonden aan de opleiding geschiedenis. Zij verdiepte zich in de migratieproblematiek rond de oosterburen in de tweede helft van de negentiende eeuw in Utrecht. ‘Utrecht is een mooi voorbeeld, omdat het bevolkingsregister hier erg goed is en er daarnaast een mooi verenigingsregister bestaat, zodat je kunt zien wat mensen in hun vrije tijd deden.’
In de negentiende eeuw vormden Duitsers de grootste groep immigranten, die naast Britten, Belgen, Zuid-Afrikanen en zelfs Polen of Russen naar Nederland kwamen. Jaarlijks kwamen er honderden om werk te zoeken. Sinds de Vreemdelingenwet van 1849 was dat mogelijk. ‘Die wet stuitte wel op veel weerstand’, vertelt Schrover. ‘In de Tweede Kamer is er lang over vergaderd, zelfs hele weekenden door. De kranten deden er uitgebreid verslag van, het was echt een publiek debat, onder de geletterden tenminste. Mensen waren bang dat na de Revolutie van 1848 er allemaal armoedzaaiers zouden binnenkomen, of dat immigranten een revolutie zouden ontketenen.’
Stinkende moffen, narrige Pruisen, Westfaalse indringers, zo werden de nieuwkomers in de beginperiode betiteld. Ook de gebruiken die ze meebrachten werden niet gewaardeerd. Kerstbomen? Heidense symbolen die niet pasten in het christelijke geloof. Kroegen? Ze gingen er met de hele familie zitten om onrust te veroorzaken. Ook de Nederlandse taal zou lijden onder ‘vermoffing’.
‘Je moet niet vergeten dat de afstand toen nog vrij groot was. Je deed er langer over om vanuit Duitsland hier te komen dan tegenwoordig uit Australië. En mensen wisten toen minder over Duitsland dan wat we tegenwoordig van Australië weten. De wereld is steeds kleiner geworden.’
Schrover ziet een duidelijke parallel met de huidige vreemdelingenproblematiek. ‘Er werd vaak gezegd dat het alleen maar armoedzaaiers waren, terwijl er ook rijkere Duitsers met goede opleidingen kwamen. Je ziet dat met name de rijkere Duitsers veel beter integreren. Tegenwoordig hoor je kritiek op gettovorming in de grote steden. Misschien willen de allochtonen wel ergens anders wonen, maar hebben ze er gewoon de mogelijkheden niet voor.’
Bij de negentiende-eeuwse Duitsers hing de mate van integratie ook af van de plaats van herkomst, ontdekte Schrover. ‘Mensen uit Westerwald integreerden veel minder sterk, en namen geen deel aan de Nederlandse verenigingen. Pas drie generaties later zie je dat ze wel integreren.’
Wat wel een welkome Duitse invloed op de cultuur bleek, waren de warenhuizen. In Utrecht opende de Duitser Michael Anton Sinkel de grote Paleiswinkel ‘Winkel van Sinkel’ (tegenwoordig een grand café). ‘In de kranten werd dit omschreven als het achtste wereldwonder. Het was nieuw dat je zomaar goederen uitgestald zag en dat je daar vrijblijvend naar kon kijken. Voor die tijd kocht je alles altijd aan de toonbank.’
De historica verwerkte haar onderzoek in het boek Een kolonie van Duitsers. Groepsvorming onder Duitse immigranten in de negentiende eeuw dat vorig jaar bij de Amsterdamse uitgeverij Aksant is verschenen. Het bleek een van de vijfenzeventig genomineerde boeken te zijn voor de tweejaarlijkse prof.dr. Van Winterprijs - een prijs voor de beste studie op het gebied van lokale en regionale geschiedenis.
Schrover: ‘Ik was verbaasd dat ik uit zoveel nominaties ben gekozen. Dat maakt het extra leuk.’ Vrijdag was de prijsuitreiking, in Stadskasteel Oudhaen te Utrecht. Ook de Duitse ambassadeur was bij de feestelijkheid aanwezig. Voor het geldbedrag dat aan de prijs is verbonden, drieduizend euro, heeft de historica nog geen bestemming. ‘Ik kan het vrij besteden. Vrienden roepen dat ik eens goed op vakantie moet gaan, maar ik moet er nog even over denken.’