NIEUWS - MARE 13, 4 december 2003

Leidse aal laat zich kweken

De paling is een bedreigde vissoort omdat hij zich niet in kwekerijen voortplant. Leidse biologen is dat nu wel gelukt. De heilige graal voor viskwekers en natuurbeschermers ligt nu binnen handbereik.

Hester van Santen

‘Ik was net vier, vijf maanden aio en zat op een zaterdagnacht te werken op mijn lab in de Kaiserstraat. Toen ik onder de microscoop naar de palingeitjes keek, zag ik opeens een embryo met een kloppend hartje.’ Voor promovendus Arjan Palstra was het een goede gelegenheid om zijn begeleider uit bed te bellen.
Die vond dat niet erg, want Palstra had zojuist als eerste met een duidelijk protocol palingembryo’s gekweekt. Een heilige graal voor viskwekers en natuurbeschermers bleek binnen handbereik. Vanwege het onvermogen om palingen uit kuit en hom op te kweken, worden jonge palingen (glasaaltjes) namelijk en masse voor de Europese kusten weggevangen. Van de oorspronkelijke palingstand is nog minder dan tien procent over; op Europees niveau wordt al overlegd om de glasaalvangst stil te leggen. Voor het Nederlandse deel van de Noordzee geldt al een verbod.
Inmiddels, anderhalf jaar na het eerste succes, kan de Leidse bioloog palingvrouwtjes zo behandelen dat de kans erg groot is dat haar eieren succesvol worden bevrucht. Glasaaltjes heeft dat nog niet opgeleverd, wat Japanse collega’s de laatste jaren wel lukte. Denen kweekten onlangs ook larven van de Europese paling, maar Palstra is de eerste die de palingeitjes gecontroleerd onderzocht en voorbewerkte: ‘Eerder onderzoek was trial and error, prijsschieten.’ Waarschijnlijk levert dat voor zijn onderzoeksgroep Integratieve Zoölogie een veel hoger percentage bevruchte palingen op dan de paar procent die de buitenlandse collega’s haalden. Een wetenschappelijke publicatie gaat binnenkort de deur uit.
In zijn ‘depressieve kelder’ in het Gorlaeus-laboratorium is momenteel geen palingembryo te vinden. Begin december is het voor de Europese paling Anguilla anguilla namelijk niet de tijd om miljoen eitjes in de Sargassozee uit te storten.
Op dit moment zwemmen palingen die uit zijn op nageslacht twee kilometer diep in de Atlantische oceaan. Opgegroeid in rivieren van Noorwegen tot Marokko zijn ze in het najaar naar de westkust vertrokken voor een tocht van vijf maanden richting Bermuda-driehoek. In die tijd ondergaan ze een ingrijpende metamorfose. Ze passen zich aan aan zout water, ze verliezen hun maag-darmkanaal en hun geslachtsorganen zwellen op tot de helft van hun lichaamsgewicht. In februari en maart wordt er bevrucht, waarna de glasalen in een jaar terugzwemmen naar Europese wateren - en met een beetje pech voor de kust worden opgevist.
‘De timing van de injecties is heel belangrijk’, vertelt de onderzoeker. Daarom begint hij volgende week met de voorbereidingen voor de paaitijd van komend voorjaar. De nieuwe palingvrouwtjes krijgen dan hun eerste hormooninjecties. Nu liggen ze nog met z’n dertigen in een groene bak van bureauformaat, elk in een eigen pvc-buis zodat alleen af en toe een kop te zien is.
Voorafgaand aan de bevruchting worden ze behandeld met een extract van de hypofyse (een hormoon-producerend hersengebied) van karpers. Nieuw aan Palstra’s aanpak is dat hij de rijping van de eicellen controleert door regelmatig wat cellen uit de eierstokken te halen en onder de microscoop te leggen. ‘Als de eicellen bijna rijp zijn, gaan ze water opnemen. Ze worden dan groter en transparanter, en dat kun je zien.’
Samen met de plaats van de celkern en het aantal vetdruppels in de cel vormen die kenmerken een goede indicator voor de timing van de bevruchting - op het uur nauwkeurig voor elk vrouwtje. De eitjes worden dan met de hand uit de paling gestreken en met sperma gemengd. Een klein deel van de eicellen ontwikkelt zich tot een embryo. Zo heeft Palstra zestig vrouwtjes behandeld, waarvan er maar enkele het ‘afrijpen’ haalden. De rijping kost namelijk zoveel energie dat er net als in de natuur veel sterven.
De score van die overlevers: geslaagde bevruchtingen bij zes palingpaartjes en ongeveer 1600 embryo’s die maximaal honderd uur bleven leven. De promovendus laat foto’s zien van een doorzichtig wormpje waaraan een grote bal vastzit, de dooierzak. ‘Je kon het beest al heftig zien bewegen en het heeft al een gepigmenteerde staart.’ Uiteindelijk stierven de embryo’s. Dat er nog geen vrijzwemmende larven zijn, verontrust Arjan Palstra niet: ‘Als je hier duizend palingen houdt, krijg je ze vast wel. Maar daar gaat het niet om.’
Belangrijkst is dat hij nu verder kan experimenteren. Het zoutgehalte van het water aanpassen bijvoorbeeld, of de waterdruk. Met zes andere universiteiten en een palingkwekerij werkt de Leidse onderzoeksgroep samen in het EU-project Eelrep. Aan de universiteit van Brest kunnen bijvoorbeeld hogedrukproeven worden gedaan. Leiden heeft al jaren een opstelling waarin palingen tegen de stroom in kunnen zwemmen tot ze denken dat ze bij de paaiplaatsen zijn aangekomen. Palstra doet daarmee proeven om uit te zoeken hoe het zwemmen de seksuele rijping van de paling beïnvloedt.
Al dat onderzoek is hard nodig, want de paling is terra incognita. Het lijkt wel of er over de bedreigde vissoort meer culinaire recepten zijn dan wetenschappelijke artikelen. ‘We weten niet eens zeker of ze wel in de Sargassozee paaien. In de jaren twintig heeft een bioloog larven en glasaaltjes uit de Atlantische oceaan gevist. De kleinste kwamen voor in de Sargassozee, dus heeft hij afgeleid dat ze daar uit het ei komen. Er is wel geprobeerd om palingen te zenderen, maar nog nooit is hun hele reis gevolgd.’