ACHTERGROND - MARE 10, 13 november 2003

Rechtsfilosoof Afshin Ellian naar Leiden

‘De islam moet op de operatietafel‘

Met Afshin Ellian (37) heeft Rechten naast Paul Cliteur en Andreas Kinneging een derde rechtsfilosoof van formaat binnengehaald. De uit Iran afkomstige jurist, schrijver en dichter is vanaf begin deze maand universitair hoofddocent bij Encyclopedie van de Rechtswetenschap.

David Bremmer

Sinds hij in 1989 als vluchteling naar Nederland kwam, staat de academie centraal in het leven van Afshin Ellian. Binnen vijfenhalf jaar studeerde hij aan de Universiteit van Tilburg af in drie studies: Strafrecht, Staatsrecht (internationaal recht) en Filosofie. Vervolgens werd hij docent Strafrecht aan de UvA, terwijl hij dit jaar in Tilburg promoveerde op zijn onderzoek naar de Waarheids- en Verzoeningscommissie van Zuid-Afrika. In dezelfde tijd bracht Ellian nog twee Nederlandstalige dichtbundels uit, namelijk Verrijzenis van woorden in 1997 en Mensenherfst in 2001.
En nu dus zijn overgang van Amsterdam naar Leiden. ‘Ik hoefde niet lang na te denken toen ik werd benaderd voor deze functie. Leiden heeft de ambitie om de beste te zijn, wil scoren in onderzoek. Op zo‘n universiteit voel ik mij thuis.‘
Met de komst van Ellian heeft Leiden niet alleen een veelzijdig mens, maar ook een opiniemaker in huis gehaald. Zijn essay ‘Leve de monoculturele rechtstaat‘ in NRC Handelsblad bezorgde Ellian vorig jaar grote bekendheid. Daarin rekent de rechtswetenschapper af met de idee van de multiculturele samenleving. ‘De integratie moet plaatsvinden op basis van de wetten van gastvrijheid en burgerschap. Wie hier komt, moet dankbaar zijn in een vrij land te kunnen leven. Dat schept echter ook verplichtingen zoals het leren van Nederlands.‘
Dat Ellian spreekt van dankbaarheid, komt doordat hij zelf zijn halve leven op de vlucht was. ‘Ik behoorde tot de jonge generatie die zich verzette tegen de revolutie van Khomeini. Toen de linkse partij waartoe ik behoorde werd verboden, kon ik kiezen: vluchten of mezelf aangeven en meewerken met de veiligheidsdiensten.‘ Met geld van vrienden en familie vluchtte hij op 17-jarige leeftijd naar Pakistan. ‘Op kamelen - die maken namelijk nauwelijks geluid - werden we in het holst van de nacht door mensensmokkelaars over de Pakistaanse grens gebracht.‘
Omdat hij in Pakistan nog steeds teruggestuurd kon worden naar Iran, volgde korte tijd later een vlucht naar Afghanistan. Daar studeerde Ellian in Kabul een kleine drie jaar Medicijnen. ‘De Sovjets zaten er nog en hadden de grote steden onder controle. Daar was het veilig.‘ Wat hem met name opviel, was de vrijheid van vrouwen. ‘Ik overdrijf niet als ik zeg dat tachtig procent van de wetenschappers en docenten aan de universiteit vrouw waren. En die droegen geen niqaab, burqa of zelfs maar een hoofddoek.‘
In Afghanistan begon de politieke bewustwording van Ellian. ‘Toen zag ik in dat veel van mijn opvattingen helemaal niet links waren, maar liberaal.‘ Na een lange tijd van onzekerheid bood Nederland hem en zijn vrouw onderdak. Met zestig andere Iraniërs werd hij in een door de VN gecharterd vliegtuig geëvacueerd uit Kabul. ‘Dat was vlak voordat de Sovjets vertrokken uit Afghanistan.‘ Door zijn vlucht naar Nederland, ontstond gelijk een diepe relatie met zijn nieuwe vaderland. ‘Voor het eerst voelde ik me ergens welkom. Dat ontroerde me enorm.‘
Omdat hij alle nieuwkomers de waarde van vrijheid wil doen beseffen, pleit hij voor ritualisering van het burgerschap. ‘Ik kreeg de belangrijkste beslissing van mijn leven, mijn Nederlandse burgerschap, per post. De uitreiking hoort echter een feestelijke ceremonie te zijn waarbij de burgemeester of rechter immigranten hun paspoort uitreikt. Daarbij moeten de nieuwe Nederlandse burgers afstand doen van hun oude rechtsorde en een belofte afleggen dat zij de Nederlandse grondwet en bij behorende waarden accepteren.‘
Naast zijn nieuwe werk in Leiden, komt binnenkort Ellians derde boek, Dialoog met Mohammed uit. Daarin toetst hij de islam aan criteria van de redelijkheid. ‘In Europa is het christendom de afgelopen eeuwen volop door filosofen als Voltaire en Nietzsche bediscussieerd. Nu moet de islam op de operatietafel van de filosofie komen te liggen. Dat is pijnlijk, maar nodig.‘