ACHTERGROND - MARE 4, 25 september 2003

‘Marokaanse heiligenlevens miskend door wetenschap’

Dankzij haar Marokkaanse schoonfamilie had Mariëtte van Beek gemakkelijk toegang tot het netwerk van verhalenvertellers. Deze week promoveerde de arabiste op de heiligenlevens die ze in Marrakech verzamelde.

Christiaan Weijts

In een van de tuinen van Marrakech ziet Sid-i Bel Abbas ergens een vijg liggen, die hij opeet. Gelijk heeft hij spijt: hij at iets dat niet van hem was. Om vergeving te vragen zoekt hij de eigenares op, Lalla Azzuna. Deze wil hem best vergeven, maar op één voorwaarde: dat hij met haar trouwt.
Dat klinkt heel uitnodigend, maar toch is er één probleem: ze is stokoud, blind en kreupel. De jongeman begrijpt echter dat hij geen keus heeft. Maar vóór het huwelijk voltrokken is, sterft de vrouw. Sid-i Bel Abbas erft haar tuin en bezittingen, maar gebruikt deze voornamelijk om de armen, blinden en kreupelen te helpen. Hij werd een heilige, en later stadspatroon van Marrakech.
Het is een van de vele verhalen over heiligenlevens die arabiste Mariëtte van Beek optekende tijdens haar veldwerk in Marokko. Eerder woonde Van Beek twee maanden in Marrakech om voor haar doctoraalscriptie onderzoek te doen naar de Zeven Patroonheiligen van de stad. Om deze verhalen aan te vullen ging ze gedurende haar promotieonderzoek opnieuw naar Marokko.
Ze had daarbij als voordeel dat als schoondochter van een Marokkaanse familie gemakkelijk toegang had tot het netwerk van verhalenvertellers. Met ruim vijftig uur videobandopnamen kwam ze terug.
De onderzoekster ziet een gebrek aan wetenschappelijke aandacht voor de heiligenlevens. Met name, vindt zij, veronachtzaamt de wetenschap de rol van de context waarin de verhalen functioneren, en de verschillende interpretaties die dit met zich meebrengt. ‘Door deze miskenning geven wetenschappers zichzelf meer vrijheden in het gebruik van heiligentradities en van hun interpretaties dan in wezen geoorloofd is.’
In haar proefschrift onderzoekt Van Beek op welke manieren Marokkaanse gelovigen orale tradities rond heiligen interpreteren en becommentariëren en door welke factoren deze interpretaties en commentaren worden ingegeven. Hiervoor leunt ze voornamelijk op de theoreticus Umberto Eco, die stelt dat betekenissen altijd in een complexe wisselwerking tussen vertolker en publiek tot stand komen.
Voor het verhaal van Sid-i Bel Abbas en de vijg blijkt bijvoorbeeld dat sommigen het gewoon als sprookje of bijgeloof beschouwen. Anderen zien het als historische levensbeschrijving, weer anderen zien er de verklaring in voor de armenzorg die nog steeds rond het heiligdom van Sid-i Bel Abbas plaatsvindt, en nog weer anderen wijzen op de mystieke symboliek: ontvankelijkheid is nodig om de genade van God te verkrijgen.
Van Beek gaat uitgebreid in op de herkomst van de verhalen, die veelal stammen uit het soefisme, een benaming voor een mystieke stroming binnen de islam die rond 1100 na Christus is ontstaan. Vervolgens analyseert ze de lezingen van vier verschillende interpretatoren over heiligenverhalen. Elk interpreteert de tekst anders, vanuit zijn eigen achtergrond. De promovenda laat zien dat het verschil maakt of het verhaal in een huiselijke situatie, in de werksfeer of bij een culturele bijeenkomst wordt verteld.
De eenvoud die op het eerste gezicht uit de verhalen spreekt is bedrieglijk, vindt de onderzoekster. ‘De heiligentradities bevatten in zeer wisselende mate symbolen of beelden die algemene gevoelens, levensopvattingen en motivaties benadrukken. Ze representeren een wereld van diversiteit, de wereld als verhaal, en het verhaal als een wereld.’

Mariëtte van Beek: De wereld is een verhaal, het verhaal is een wereld. Interpretaties van orale heiligentradities uit Marrakech, Marokko. Promotie was 24 september