ACHTERGROND - MARE 4, 25 september 2003
Leidse archeologe richt Volkenkundemuseum in
Kuifje en de Peruaanse schatgraverij
Voor de tweede keer doet Kuifje het Rijksmuseum voor Volkenkunde aan. In 1998 trok hij naar Tibet. Nu raast de verslaggever door het rijk van de Inca’s, daarbij geholpen door docente archeologie Laura Van Broekhoven. ‘Peru is tegelijk een droom en nachtmerrie voor een archeoloog.’
Thomas Blondeau
Kuifje in Afrika zal niet snel de leidraad zijn voor een tentoonstelling in het Rijksmuseum voor Volkenkunde. De afgebeelde Afrikanen zijn niet meer dan domme, diklippige inboorlingen. Maar Hergé leerde van zijn zonden. Was kolonialisme de achtergrond van zijn eerste strips, naderhand was nuance een even trouwe metgezel voor Kuifje als Bobby. In de latere werken raast de reporter de aarde rond, vooroordelen doorprikkend en om een of andere reden steeds vriendschap sluitend met kleine jongetjes.
Zoals journalist Kuifje nooit een artikel lijkt te publiceren, zo was zijn geestelijke globetrottende vader nooit in Peru geweest. Hergé baseerde zijn tekeningen op National Geographic Magazine en boeken. Ook bezocht hij ijverig het Brusselse Koninklijke Museum voor Kunst en Geschiedenis (KMKG).
De Leidse tentoonstelling is een geslaagde mix van Kuifje-relikwieën, opgezette dieren uit Naturalis en artefacten van de Inca’s uit de eigen collectie en die van het KMKG. Dubieus pronkstuk van de Brusselse verzameling, is de mummie die als voorbeeld diende voor Hergés verhalen De zeven kristallen bollen en het vervolg De zonnetempel. In deze albums uit de jaren veertig halen westerse archeologen door het meenemen van de mummie zich de woede van de Latijns-Amerikaanse goden op de hals.
‘Deze strips speelden een belangrijke rol in de beeldvorming van verschillende generaties. Nog steeds hoor ik toeristen zeggen dat Peru zo lijkt op de plaatjes van Hergé’, zegt Laura Van Broekhoven die de tentoonstelling inrichtte. Van Broekhoven is conservator van het Rijksmuseum en doceert archeologie aan de universiteit.
De beruchte mummie staat nu in zijn verouderde vitrine in het midden van de zaal, twijfelend tussen de vraag om medelijden of respect. ‘Het is die tegenstrijdigheid die we willen duidelijk maken. Enerzijds is het kritiek op grafschennis, anderzijds is schatgraven in Peru een dagelijkse realiteit. Een dilemma dat Hergé ook in zijn strips aansnijdt.’
Ten einde zich op deze expositie voor te bereiden, trok Van Broekhoven naar Peru. ‘Dat land is tegelijk een droom en een nachtmerrie voor een archeoloog. Door de droogte van de woestijn blijven stoffelijke resten zeer goed bewaard. Maar de nachtmerriekant is dat schatgraverij daar een nationale sport lijkt. Soms is het alsof je kijkt naar een maanlandschap vol schedels en scherven. Tijdens speciale feestdagen trekt een gedeelte van de Peruaanse bevolking naar oude graven om die leeg te plunderen. En dan heb je ook nog de grootschalige operaties opgezet vanuit Europa of de Verenigde Staten.’
Naast schatgraverij plaatst de tentoonstelling ook vraagtekens bij de wijze waarop musea en wetenschappers moeten omgaan met stoffelijke resten. ‘In Peru heb ik mensen gevraagd, - van dorpelingen tot wetenschappers - hoe ze dachten over dit onderwerp. Het blijkt dat het in Zuid-Amerika nog geen uitgesproken probleem is. Mensen daar hebben dit nog niet geverbaliseerd in tegenstelling tot Noord-Amerika. Voor Noord-Amerikanen is het tentoonstellen van hun voorouders iets wat absoluut niet door de beugel kan.’ Als sober commentaar zoeven op een lichtkrant aan de muur citaten langs van oorspronkelijke bewoners van verschillende landen. Een Groenlandse Inuit meldt: ‘You’re a race of scientific criminals.’ Een nazaat van de Inca’s waarschuwt voor de heropstanding van zijn voorouders.
Van Broekhoven is met de combinatie van originele Kuifje-schetsen en een rijkdom aan historische objecten erin geslaagd de bezoeker niet alleen het geijkte ‘leerrijke middagje’ mee te geven maar tevens een moment van overpeinzing over onze omgang met andere culturen.
Met Kuifje naar de Inca’s
Rijksmuseum voor Volkenkunde
t/m augustus 2004, € 1,50 (studenten)