ACHTERGROND - MARE 34, 13 juni 2002

Leids islamgeleerde Abu Zayd schrijft autobiografie

‘Ik ben woedend op mijn land‘

De Egyptische korandeskundige en vluchteling voor fundamentalisme Nasr Hamid Abu Zayd kreeg afgelopen weekend de ‘Roosevelt Four Freedoms Award‘, samen met Nelson Mandela en nog drie ijveraars voor vrijheid. Bijna tegelijkertijd verscheen zijn levensverhaal, ‘Mijn leven met de Islam‘. ‘Ik moet bereid zijn veel te verdragen‘, zegt Abu Zayd daarin.

Bruno van Wayenburg

Korankenner Prof.dr. Nasr Abu Zayd moet zich af en toe wel een tragisch personage voelen, een slachtoffer van een uitzonderlijke juridische, maatschappelijke en godsdienstige samenloop van omstandigheden. Zeven jaar nadat zijn huwelijk door fundamentalistische rechters ontbonden werd, waarna hij en zijn vrouw hun vaderland Egypte moesten ontvluchten, ontwaart de liberale korangeleerde de eerste tekenen van het einde van de overheersing door de onverdraagzame politieke islam in de Arabische wereld.
De Egyptische wet die zijn absurde gedwongen scheiding mogelijk maakte, is na de rumoerige affaire zo goed als afgeschaft, en inmiddels worden zijn boeken over de interpretatie van de Koran in Egypte weer herdrukt en gelezen. Zelfs Saoedi-Arabië en Iran zien inmiddels de noodzaak van hervormingen in, stelde de zelfverklaarde optimist Abu Zayd onlangs in een interview.
Maar de ballingschap van de dissidente geleerde is nog altijd een feit, en er is meer nodig dan een simpele intrekking van het vonnis om de wetenschapper te laten terugkeren. ‘Ik ben woedend op mijn land. Ik ben kwaad op de staat Egypte‘, zegt Abu Zayd in het boek ‘Mijn leven met de Islam‘, dat vorige week verscheen. ‘Niemand zou het me verhinderen, maar ik heb helemaal geen zin meer erheen te gaan.‘

Roeping
Het boek is een vertaling van een eerder verschenen Duitse uitgave door Navid Kermani, geschreven aan de hand van gesprekken met Abu Zayd in 1999. De Nederlandse uitgave verscheen bijna tegelijkertijd met de uitreiking, afgelopen zaterdag, van de ‘Roosevelt Four Freedoms Award‘ voor vrijheid van godsdienst, aan Abu Zayd.
‘Mijn leven met de Islam‘ is een korte, bijna chronologische weergave van de levensloop van de wetenschapper, geschreven in de ik-vorm in een directe persoonlijke stijl. Met liefde vertelt Abu Zayd (1943) over zijn jeugd in een klein en arm Egyptisch dorp waar diep godsdienstige maar niet onverdraagzame moslims met christelijke kopten samenleven. Het te dikke jongetje Nasr wordt vaak gepest, maar vindt zijn roeping als hij op school een getalenteerd Koranstudent blijkt te zijn. Abu Zayd wordt gegrepen door de schoonheid en de religieuze ervaring van de recitatie van de koran, het door God gedicteerde boek dat hardop gelezen dient te worden.
Al in de eerste hoofdstukken, maar ook verderop in zijn verhaal, geeft de schrijver uitgebreid uitleg bij de tradities en de betekenissen van de koran en de islam, tot aan de Arabische termen toe. Vurig betoogt Abu Zayd dat de islam een liberale godsdienst is, die mensen de keuze biedt om te geloven, en die niet oproept tot haat van ongelovigen. Dat de koran geen onderscheid maakt tussen man en vrouw, en dat de islam wel degelijk scheiding van kerk en staat voorstaat. Abu Zayd stelt dat de koran een goddelijke oorsprong heeft, maar dat de interpretatie ervan altijd mensenwerk blijft.

Wees
Als jongetje kent Abu Zayd de Koran al met acht jaar uit zijn hoofd, een grote prestatie die zijn vader van trots vervult. Tot zijn teleurstelling stuurt zijn vader de jongen na zijn examen niet naar de middelbare school, maar de vakschool, waar hij wordt opgeleid tot telegrafist.
Al op zijn veertiende overlijdt Abu Zayds vader, volgens hemzelf een fundamentele ervaring. ‘Als halve wees heb ik de liefde van mensen nodig. Ik wil dat ze van me houden, en daarvoor moet ik bereid zijn veel te verdragen‘, zegt hij.
Als radiotelegrafist reist Abu Zayd het hele land rond. Hij voelt sympathie voor de socialistisch leider Nasser, maar ook voor de moslimbroeders. De latere terreurbeweging was toen een nog niet zo politieke volksbeweging, die de islam, gelijkheid, eenvoud en rechtvaardigheid predikt. Na twaalf jaar lukt het de telegrafist om zijn droom waar te maken en zich in te schrijven aan de universiteit van Caïro, bij de faculteit geesteswetenschappen. ‘Ik huilde toen ik de universiteit voor het eerst binnenkwam‘, herinnert de schrijver zich.
De voorbeeldige student studeert af op een onderwerp waarin politiek gebruik van de islam een grote rol blijkt te spelen, en promoveert in Amerika, waar hij een connectie legt tussen westerse literatuurwetenschappers en filosofen en Arabische korangeleerden.
Na zijn terugkeer blijft Abu Zayd aan als docent, en doceert in Soedan en Japan, waar hij zijn belangrijkste boek schrijft over koraninterpretatie, ‘Het begrip van de tekst.‘ Maar bij zijn terugkomst uit Osaka, inmiddels in 1989, blijkt de sfeer aan de Egyptische universiteit omgeslagen. De politieke islamitische beweging was zeer krachtig geworden, en had van de studenten starre godsdienstenfanaten gemaakt.
‘Het hele universum wordt ingedeeld in geoorloofd en verboden‘, klaagt Abu Zayd. Het is de enige plaats in het boek waar Abu Zayd zich negatief uitlaat over zijn studenten, ‘zijn kinderen‘, voor wie het werk bedoeld is.

Hetze
Van die tijd ook dateert zijn aanvaring met een collega, waarvan de toedracht niet helemaal duidelijk wordt. In een beoordelingsrapport dicht zijn collega Abd as-Saboer Sjahien aan Abu Zayd ‘de afschuwelijkste verachting voor de principes van de godsdienst‘ toe. De daarop volgende hetze loopt totaal uit de hand. In een krant verschijnt een karikatuur waarop een dikke man een bloedende Koran doorsteekt, en de eerste dreigbrieven laten niet lang op zich wachten.
In 1993 hoort Abu Zayd van de rechtszaak tegen hem. Tot zijn verbijstering hebben fanatieke moslims geëist dat Abu Zayd van zijn vrouw scheidt, omdat hij een afvallige zou zijn, en een ongelovige niet met een moslimvrouw getrouwd mag zijn.
In het vorige geval dat zo‘n klacht werd ingediend, in de jaren twintig, had het gerecht de eiser nog geadviseerd zich met zinvoller dingen bezig te houden. Maar tot ongeloof van Abu Zayd en zijn vrienden valt het vonnis deze keer in zijn nadeel uit.
De universiteit maakt hem het werken vervolgens onmogelijk, en de bedreigingen nemen alleen maar toe. Abu Zayd moet zich dag en nacht laten beschermen, en besluit een uitnodiging van de Nederlandse Arabist Fred Leemhuis aan te nemen, en het land te ontvluchten. Sinds 1995 doceert hij in Leiden.
Zijn ballingschap hier wordt behandeld in een apart hoofdstuk. Abu Zayd schrijft hoe hij opleeft bij het horen van Egyptische muziek, zelfs van het soort dat hem vroeger niet kon bekoren. Hij schrijft hoe zijn Arabisch tegen zijn zin door Engels beïnvloed raakt, en hoe hij beseft dat Egypte verandert en niet meer hetzelfde zal zijn als hij ooit mocht terugkeren.
Hilarisch en triest tegelijk is de ruzie met zijn bezorgde vrouw, bij wie de wetenschapper licht onder de plak zit. Alleen zij rijdt auto, en ze adviseert hem om zich te verstoppen, mocht ze ooit een achtervolger ontwaren. ‘Hoe moet ik mij onder de stoel verbergen. Ik pas daar helemaal niet onder‘, zegt de nog altijd tamelijk dikke Abu Zayd. ‘Hoe moet je dat doen?‘, roept ze uit, ‘Wat moet ík dan doen als ze op je schieten?‘
Abu Zayd besluit zijn relaas met de verzekering dat hij zichzelf altijd als een gelovig moslim heeft beschouwd, en dat ook volgens de koran niemand het recht heeft daaraan te twijfelen. Dan stelt hij zich zijn thuiskomst in Egypte voor. In één versie bezoekt hij zijn geboortedorp en de begraafplaats van zijn vader. In de andere doet hij hetzelfde als de dissidente martelaar al-Halladj, die zich duizend jaar geleden openlijk in de straten van Bagdad vertoonde, en de burgers opriep om hem te doden. Een dramatische tarting van het noodlot, dat wel. Misschien past het juist de optimist Abu Zayd wel om er openlijk over te fantaseren.

Nasr H. Abu Zayd: Mijn leven met de islam Becht 2002. 208 pgs. € 15,90.