ACHTERGROND - MARE 24, 14 maart 2002

Birgit Jaarsma doet onderzoek naar muziek en dyslexie

Tussen of door de lijntjes

Bij dyslexie denkt iedereen aan slecht kunnen lezen en spellen. Maar hoe zit het eigenlijk met het lezen van muzieknoten? Birgit Jaarsma stelde die vraag toen ze studente aan het conservatorium én bij pedagogiek was. Inmiddels is ze als aio aan het promoveren op een onderzoek naar hoe dyslectische kinderen muziekschrift leren.

Christiaan Weijts

Eigenlijk was ze een Faculteit-der-Kunsten-studente avant la lettre: overdag zat Birgit Jaarsma (30) op het Haags conservatorium (dwarsfluit, en later ‘schoolmuziek’), en ’s avonds bij orthopedagogiek in de collegebanken in Leiden. Allebei als voltijd student. Tegen het eind van haar studies hoorde ze prof. W. Ruissenaars tijdens een college vertellen over dyslexie. Jaarsma stak meteen haar vinger op: ‘En hoe zit dat dan met het lezen van muzieknoten?’ De professor moest toen het antwoord schuldig blijven. Bij navraag bleek nog nooit iemand onderzoek gedaan te hebben naar deze combinatie.
Reden voor haar om haar afstudeerproject (zowel voor Leiden als Den Haag), hieraan te wijden. Ze ontwierp in 1997 een methode om het leerproces van muzieknotatie lezen bij kinderen te onderzoeken en liet deze los op een tiental dyslectische en niet-dyslectische kinderen uit de Leidse regio.

Ondertiteling
De methode, die ze nu in een uitgebreidere vorm in de eerste fase van haar promotie-onderzoek toepast, is een soort spoedcursus notenschrift. ‘Het zijn zes bijeenkomsten van één uur’, legt Jaarsma uit. ‘In elke bijeenkomst leren de kinderen vier noten. Die oefenen ze, samen met de onderzoeker, in spelletjes en taken: herkennen, benoemen, opschrijven, aankruisen, natekenen, enzovoorts. De week daarop leren ze vier nieuwe noten en worden de vier oude herhaald. Op die manier verstevig je het geleerde en leer je nieuwe informatie aan. Zo kun je het leerproces onderzoeken.’ En aan het einde van de rit doen de kinderen een kleine test: zo snel mogelijk de naam van de noot benoemen. Met de stopwatch ernaast.
Na vijf weken wordt de test herhaald. De kinderen blijken dan sneller te zijn dan de eerste keer. Er heeft dus een automatiseringsproces plaatsgevonden en dat is opvallend.
Een theorie over dyslexie wil namelijk dat dyslectische mensen moeite hebben met het automatiseren van willekeurige afspraken. Bij normale lezers verloopt het lezen en interpreteren van de taalcode automatisch. Bij dyslectici gaat dat anders. Jaarsma: ‘Als iemand voortdurend als hij een P moet lezen, na moet gaan aan welke kenmerken de voorgeschotelde letter voldoet - de kant van het bolletje, de richting van het stokje - en of dat overeenkomt met zijn interne representatie van de letter P, gaat het lezen er traag.’
De uitkomsten van Jaarsma’s pilot-studie kwamen overeen met de verwachtingen: dyslectici hadden beduidend meer tijd nodig voor het leren van de noten en maakten meer fouten. Maar er was ook een totaal onverwachte uitkomst: dyslectische kinderen maakten opvallend veel ‘tertsverwisselingen’. In een notenbalk, die bestaat uit vijf lijnen, staan de noten ofwel tussen ofwel door de lijnen heen. Zo staan bijvoorbeeld de f en de a tussen de lijnen, de e en de g erdoorheen. De afstand tussen f en a, en tussen e en g heet een ‘terts’. Wat blijkt: dyslectische kinderen verwarren deze, en maken dus significant meer tertsverwisselingen. Jaarsma: ‘Dyslectische kinderen onthouden kennelijk alleen: tussen of door de lijntjes. Zij kijken oppervlakkiger naar de noot. Kinderen zonder dyslexie maken preciezere fouten, ze verwarden vaak de noot met de noot daar net boven of onder.’
Jaarsma schreef, nog voor haar afstuderen, samen met haar professor een artikel met deze uitkomsten. Het leverde een enorme stroom reacties uit binnen- en buitenland op. Het onderzoek sluit namelijk nauw aan bij de huidige theoretische discussie over dyslexie. Aanhangers van de ‘automatiseringstheorie’ zijn blij met een test waarbij fonologische vaardigheden zo goed als geen rol spelen.

Eigen methode
Het eigen promotie-onderzoek, dat in februari 2001 gestart is, moet hier meer duidelijkheid in gaan geven. De testgroepen zijn vergroot, en er zal ook gekeken worden naar ‘duale taken’: het gelijktijdig uitvoeren van twee handelingen, bijvoorbeeld noten lezen en tegelijkertijd een instrument spelen. Jaarsma: ‘Omdat hier nog totaal geen onderzoek naar was gedaan, kon ik niet gelijk met instrumenten beginnen. Dan krijg je wel uitkomsten, maar weet je niet op welke plaats in dat ingewikkelde proces van muziek leren spelen het mis gaat. Daarom: het proces helemaal uitkleden, en weer opnieuw opbouwen, vanaf de basis.’
Niet alleen vanuit de wetenschap komen er veel reacties, ook de praktijk is erg geïnteresseerd. ‘Ik heb de afgelopen twee weken drie lezingen gegeven op muziekscholen’, zegt de promovenda. Mijn idealistische insteek is om ooit een muziekmethode te schrijven voor kinderen met dyslexie. Die komt er zeker. Na mijn proefschrift.’

Jaarsma zoekt nog deelnemers voor het onderzoek. Meer informatie op haar website: www.dyslexia-music.com