Jasper van de Kerkhof
Een Nederlandstalige biografie, een toneelstuk van Jan Blokker en de film ‘Soekarno Blues‘. De honderdste geboortedag van Soekarno ging Nederland niet onopgemerkt voorbij. Hoewel de dekolonistietrauma‘s van de oorlogsgeneratie geleidelijk hebben plaatsgemaakt voor fascinatie met de Indonesische ‘vader des vaderlands‘, is de frustratie over het verlies van ‘Ons Indië‘ niet helemaal weggeëbd. Nog altijd wordt Soekarno afwisselend afgeschilderd als sluwe machtspoliticus of clowneske vrouwenjager. Een gedegen biografie, zoals Hering voorstaat met zijn nieuwste boek, is dan ook zeker geen overbodige luxe.
Emeritus hoogleraar Hering komt uit Australië maar woont al jaren in Nederland. Aanvankelijk zou hij de biografie schrijven samen met historicus Lambert Giebels, maar die samenwerking liep stuk. Giebels publiceerde vervolgens zijn eigen boekwerk in twee dikke delen, waarin vooral de Nederlandse oriëntatie van Soekarno centraal stond. Hering smaalde dat zijn voormalig compaan niet eens Indonesisch kon lezen, en zich daarom uitsluitend op Nederlands archiefmateriaal baseerde. Zijn biografie is dan ook een afrekening met het beeld van Soekarno als ‘Indische Nederlander‘ zoals Giebels dat heeft geschetst.
De meest in het oog springende passage in Herings boek betreft Soekarno‘s samenwerking met de Japanse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het verwijt dat hij zich daarmee schuldig maakte aan landverraad vindt de Australiër onzinnig. ‘Onafhankelijkheid was in Indonesië nog slechts een droom gekoesterd door een handvol intellectuelen. Zij hadden het recht om de Japanse bezetter voor de realisering van die droom te gebruiken‘, meent hij. Bovendien verloor Soekarno nooit de belangen van het Indonesische volk uit het oog. De beperkte vorm van zelfbestuur die de Japanners toestonden, zag hij als een brug naar een onafhankelijk Indonesië.
Herings onderzoek stoelt op een indrukwekkende hoeveelheid literatuur, interviews met direct betrokkenen en Ð vooral Indonesisch Ð archiefmateriaal. Ondanks dat slaagt de emeritus er niet in om de persoon Soekarno tot leven te brengen. De grondlegger van het onafhankelijke Indonesië is soms pagina‘s lang afwezig of lijkt op momenten slechts een bijrol te vervullen in het moeizame proces naar zelfstandigheid. Daarmee degradeert Hering de hoofdpersoon tot figurant in zijn eigen biografie.
Wat het boek vooral mist is een rode draad om de vele facetten van Soekarno‘s leven aan elkaar te knopen. In het openingshoofdstuk geeft hij daartoe wel een aanzet. De sleutel tot Soekarno, zo schrijft hij, is liefde. Liefde voor zijn moeder, liefde voor mooie vrouwen (hij trouwde zes keer), liefde voor zijn land en liefde voor zichzelf. De tragiek van de Nederlanders was dat ze maar niet inzagen dat Soekarno meer was dan een sluwe en berekenende dwarsligger. Helaas werkt Hering dit interessante thema niet verder uit. Illustratief voor het gebrek aan samenhang is het ontbreken van een inleiding en een conclusie, waardoor het verhaal even abrupt eindigt als het is begonnen.
De hamvraag van elke politieke biografie Ð hoe was het gelopen als iemand anders aan het roer had gestaan? Ð laat Hering onbeantwoord. Niemand zal ontkennen dat Indonesië ook zonder Soekarno vroeg of laat onafhankelijk was geworden, maar zou het proces ook op dezelfde manier zijn verlopen? Was Soekarno‘s optreden van doorslaggevend belang, of was hij slechts een radartje in het grote geheel? Terechte vragen, maar Hering verzuimt ze te stellen. Het resultaat is een portret van Soekarno dat ondanks een stortvloed aan details analytische diepgang mist.