ACHTERGROND - MARE 9, 7 november 2002

Hoogleraar Henk Bodewitz neemt afscheid

De laatste der sanskritisten

Afgelopen vrijdag hield Henk Bodewitz (63) zijn afscheidscollege. De invoering van het BaMa-systeem was voor de hoogleraar Sanskriet aanleiding om vervroegd met emeritaat te gaan. Over de opvolging voor zijn leerstoel is nog geen duidelijkheid. ‘Helaas is het mij niet gelukt miljonair te worden, zoals mij voorganger.’

Christiaan Weijts


Zelden zal een decaan zich zo ongemakkelijk hebben gevoeld als bij het afscheidscollege van Henk Bodewitz, afgelopen vrijdag. Cees Fasseur had de scheidend hoogleraar Sanskriet nog gewaarschuwd: ‘Denk eraan, geen lelijke dingen over de faculteit zeggen vóórdat de decaan gesproken heeft.’
Maar, besefte Bodewitz, ‘wat niet gezegd wordt voordat de decaan gesproken heeft, verschijnt ook niet in druk.’ Dus greep hij de laatste minuten van zijn college in het academiegebouw aan om zijn hart te luchten: ‘Als ik dan een jaar van tevoren mijn vertrek heb aangekondigd, en er nu nog altijd geen duidelijkheid is over een opvolging, dan maakt argwaan haast plaats voor teleurstelling.’ En, alvorens het woord aan decaan Ton van Haaften te geven: ‘Ik kijk met spanning uit naar de woorden van de decaan, die op dit soort gelegenheden altijd veel te veel looft, gelooft en belooft.’
Aan beloven waagde Van Haaften zich liever niet: ‘Ik ken de zorgen, ik deel ze, maar vrees dat ik ze niet kan wegnemen.’ Hij verklaarde dat de faculteit zich zeer bewust is van haar verantwoordelijkheid, en ook zeker niet zal berusten in de situatie. ‘Ik verwacht niet, maar hoop wel, dat ik tenminste dít deel van de zorgen heb kunnen wegnemen.’

Met het vertrek van Bodewitz is de laatste officiële leerstoel Sanskriet in Nederland leeg komen te staan. Alleen Groningen heeft nog een bijzondere hoogleraar Sanskriet, maar deze is ondergebracht bij theologie.
Reden van Bodewitz’ voortijdige vertrek is de komst van het bachelor-master-stelsel, vertelt hij thuis in Utrecht, waar hij tot tien jaar terug hoogleraar was.
‘Het Sanskriet was in Azië zoiets als het Latijn in Europa: de taal van cultuur, wetenschap en godsdienst.’ Daarom kun je volgens Bodewitz de opleiding Indologie vergelijken met een complete letterenfaculteit, plus nog wat archeologie. ‘Het is alsof je Italiaans en Latijn studeert, plus de klassieke filosofie, godsdienstwetenschappen, kunstgeschiedenis, de moderne geschiedenis van Italië, noem maar op.’ Studenten komen dus met totaal verschillende interessen op de studie af.
Vóór BaMa had Indologie dan ook al een systeem dat volgens de hoogleraar ‘eigenlijk boven de wet was’, en waarin je halverwege de propedeuse al kon uitzwaaien. Bodewitz: ‘Het maakt nogal een verschil of je bezig bent met de oude Veda-teksten in het Sanskriet, of geïnteresseerd bent in het moderne Bombay. Richt je je op het moderne, dan kies je ook voor een moderne taal in plaats van het Sanskriet. Richt je je op de filosofie, dan heeft het niet zoveel zin een moderne taal te leren.’
In het BaMa-model zou er nog minder ruimte blijven voor differentiatie. ‘Je moet alles uitsmeren over drie jaar en alles bij elkaar houden. Het is een fictie dat je zo lang mensen met totaal uiteenlopende belangstelling bij elkaar kunt houden. Dat gaat ten koste van het niveau.’
Hoe heeft Indologie dat uiteindelijk opgelost? ‘Geen idee’, zegt hij. ‘Vorig jaar zomer heb ik een voorstel gedaan: zo wil ik het nog doen. Maar dat mocht niet. Dan doen we het niet meer. Ik heb geen idee wat er nu uitkomt. Ik denk wel dat men over een paar jaar bij zo’n ingewikkelde faculteit als de Leidse, met al die oosterse talen, in de gaten krijgt dat men niet al te rigoureus te werk kon gaan.’

Bodewitz maakte op middelbare school al kennis met het Sanskriet. ‘Ik had een leraar die daar belangstelling voor had. Hij was theoloog/filosoof en schreef soms hele schoolborden vol. Bij nader inzien denk ik dat het een mengsel was van Hebreeuws, Sanskriet en nog wat meer, maar hij heeft me over de streep getrokken.’
In 1958 ging hij Klassieke Talen in Utrecht studeren. ‘Sanskriet deed je daar destijds als aardigheidje bij. Na mijn kandidaats ben ik me daar meer op gaan toeleggen, bij mijn leermeester Gonda, die ik later zou opvolgen.’
Daarna volgde een pendelcarrière tussen Leiden en Utrecht. ‘Met de souplesse van een Afghaan heb ik mij tussen Utrecht en Leiden bewogen’, zei hij in zijn afscheidscollege. Hij promoveerde weliswaar bij de Utrechtse hoogleraar Gonda, maar had een aanstelling als medewerker in Leiden. In 1976 ging hij terug van Leiden naar Utrecht om Gonda op te volgen.
Verdergaande bezuinigingsmaatregelen zorgden ervoor dat Leiden en Utrecht uiteindelijk moesten fuseren, een fusie die Bodewitz zelf nog bewerkstelligd heeft. ‘Dat was wat merkwaardig, want ik had juist in de jaren daarvoor actie gevoerd om het Sanskriet te behouden in Utrecht, in een wereldwijde actie. We bleven behouden, maar als je begint met tien man, en je wordt steeds meer afgeknepen, dan kun je uiteindelijk beter kiezen voor een goede infrastructuur.’
In 1992 was de fusie een feit, en vertrok Bodewitz, met wat er nog van zijn staf over was, naar Leiden, de laatste plaats waar Sanskriet nog onderwezen werd (Amsterdam en Groningen waren al eerder afgevallen).
Hij specialiseerde zich in de alleroudste fasen van het Sanskriet, die van de Veda’s: religieuze teksten die uitgesproken werden bij rituelen en lange tijd mondeling zijn overgedragen, nadat ze in het tweede millennium voor onze jaartelling ontstaan waren.
Nog altijd worden er Vedische rituelen in India uitgevoerd, al is het Vedisme zeker niet meer dominant. ‘In 1975 heb ik een offer meegemaakt, maar dat werd gesponsord door Amerika en Nederland. Wat me opviel was dat die priesters bijna allemaal kleine jongetjes waren. Als het echt een levende traditie was had je wel een groep van vijftien volwassen mannen kunnen krijgen.’
Niettemin hechtten de Indiërs nog veel waarde aan de oudste religie. ‘Er was een massale toevloed van mensen, die wat gaven, een paar rupi’s of bananen. Mijn sandalen waren gestolen, en ik kreeg een lift van vier Indische journalisten, die zich op het laatste moment nog snel verkleedden in Indische gewaden. Dat geeft aan dat ze er toch nog wel waarde aan hechten.’
Met name is hij gefascineerd door de veranderingen in de religie tijdens het eerste millennium voor onze jaartelling: ‘In de alleroudste teksten is er nog sprake van een hemel, en is het ritueel erop gericht zo snel mogelijk in de hemel te komen. Later zien ze ook dat als tijdelijk en gaat het er meer om verlost te raken uit de kringloop van geboorte en wedergeboorte. De hemel is dan alleen maar een aardigheidje, maar ook tijdelijk, een geen einddoel.’
Veel publicaties en onderzoeken zijn mede gefinancierd door de Gonda-stichting, die de erfenis van Bodewitz’ leermeester beheert. Acht miljoen gulden. ‘Hij leefde erg zuinig en had geen kinderen, dat scheelt ook. Ze vroegen mij vroeger wel eens: kun je daar nu wel wat mee verdienen, met dat Sanskriet? Ik zei: mwah... Gonda is redelijk rijk geworden met acht miljoen. Helaas is mij dat toch niet gelukt.’