HOOFDARTIKEL - MARE 6, 10 oktober 2002

De eenzame toekomst van de Leidse filosofie

Christiaan Weijts

Wat blijft er over van de Leidse wijsbegeerte, nu hoogleraarschappen zijn beëindigd en jeunes premiers weglopen? En welke koers gaat ‘s lands kleinste filosofiefaculteit varen, als de lege stoelen één voor één weer bezet zullen raken? Portret van een faculteit in transformatie.

‘Een dramatische leegloop.‘ Zo noemt typeert prof. dr.G¿ran Sundholm de situatie rond de vorige jaarwisseling: Prof. Douwe Runia vertrok naar Australië, de Luf-leerstoel van prof. Wouter Oudemans‘ hield op (hij staakte zijn onderzoeksproject en ging een dag minder werken), pro-secretaris Elisabeth Akkerman verliet de opleiding na 21 jaar, en als klap op de vuurpijl kondigde de jonge en populaire LSR-onderwijsprijswinnaar dr. Ad Verbrugge zijn vertrek aan.
Vorige maand stapte hij over naar de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. ‘Ik had in Leiden alleen een halve UD-baan‘, verklaart hij. ‘Daar kun je tegenwoordig nauwelijks van rondkomen.‘ De VU bood hem de mogelijkheid UHD te worden, met uitzicht op een hoogleraarschap. Dit kon Leiden ‘financieel niet matchen‘, aldus de decaan. ‘De keuze was lastig genoeg, maar ik moet wel reëel zijn‘, verklaart Verbrugge, die ‘niet zonder een zekere pijn in het hart‘ naar de hoofdstad vertrekt, en nog wel in Leiden blijft wonen.
Hoewel de vacatureplaatsen gestaag weer gevuld gaan worden, roept deze stoelendans wel de vraag op hoe het palet van de Leidse filosofie er nu uitziet, en hoe zij er in de toekomst uit zal zien. Tijd voor een state of the art van de Leidse filosofie.
Sinds jaar en dag is er in de wijsbegeerte een tegenstelling tussen de continentale en de Angelsaksische of ‘analytische‘ wijsbegeerte. Tot de eerste behoren filosofen als Hegel, Heidegger of Nietzsche: ze houden zich bezig met De Grote Levensvragen, zijn maatschappelijk betrokken en Ð volgens de Angelsaksische tegenpartij Ð onwetenschappelijk: eerder poëzie dan wetenschap. Zelf houden de Angelsaksischen het liever bij logica, kennisleer, wetenschapsfilosofie: het gedegen analytische werk.
Verbrugge, die Hegel en Aristoteles als specialiteiten heeft, en zich ook maatschappelijk betrokken toonde in de discussie rond zinloos geweld, behoort duidelijk tot het eerste kamp. Ook Runia en Oudemans (die na het aflopen van zijn hoogleraarschap een dag minder is gaan werken en zijn onderzoek heeft teruggedraaid) kunnen hiertoe gerekend worden.
Tevens is het het kamp waar maatschappelijk veel vraag naar is. Vanuit de samenleving is er een explosief groeiende belangstelling voor dit type filosofie. Zie de drukbezochte Nacht van de Filosofie (april dit jaar). Zie de hoge oplage van het Filosofie Magazine (16.000, terwijl een vergelijkbaar maandblad in Engeland het met 2000 moet doen). Zie ook het groeiende aantal eerstejaars (28, bijna verdubbeld ten opzichte van vorige jaren).
Kan de faculteit na Verbrugge‘s vertrek nog wel in die behoefte voorzien? De ruime meerderheid van de staf valt immers in de analytische traditie: Dr. Bos (logica en semantiek), prof. dr. McAllister (wetenschapsfilosofie), dr. Meijering (wetenschapsgeschiedenis en cognitiewetenschap), prof. dr. mr. Philipse (kennis- en wetenschapsleer), dr. van der Schaar (logica en taalfilosofie), dr. Sleutels (filosofie van de geest: computermetafoor, informatieverwerking, neurale netwerken), prof. Sundholm (logica).
Sundholm ziet het niet somer in: ‘In de continentale traditie hebben we natuurlijk nog steeds Gerard Visser en Wouter Oudemans, dus de faculteit is niet vleugellam.‘
Bovendien staan er al opvolgers in de startblokken. Per #### zal ### als opvolger voor Douwe Runia de leerstoel antieke wijsbegeerte bezetten. Sundholm: ‘Daar verwacht ik erg veel van. Hij zal ook nauw samen gaan werken met prof. Ineke Sluiters van Grieks. Met twee wereldexperts op hele aangrenzende vakgebieden, met alleen het water van de Witte Singel ertussen, moet Leiden bijna automatisch wel het centrum voor deze studies worden.‘
Ook voor de opvolger voor Verbrugge verschijnt een dezer dagen een advertentie. Voor een volle baan, in plaats van een halve. ‘Aan zijn richting, ethiek, koppelen we nu ook politieke filosofie, dit mede omdat het nog onduidelijk is of er een opvolger voor Herman van Gunsteren komt bij politicologie.‘

Leidse wijsbegeerte blijft ‘vrij onmodieus‘
Als deze benoemingen gerealiseerd zijn, zal er ook werk worden gemaakt van de Luf-leerstoel. ‘Als de faculteit uit het stof is herrezen, gaan we goed kijken waar we behoefte aan hebben, en welke promotiemogelijkheden we willen.‘ Overigens is pro-secretaris Elisabeth Akkerman, die eenentwintig jaar lang de spin in het web van de faculteit geweest is, al eerder naar ieders tevredenheid opgevolgd door Leonie Klumper.

Niettemin blijft het een feit dat de continentalen in Leiden Ð in elk geval qua formatieplaaten Ð het onderspit delven, terwijl daar bij de studenten een sterke voorkeur ligt. Dat is bijvoorbeeld de indruk van vijfdejaars student Haroon Seikh. ‘De Angelsaksische colleges zijn minder populair. Op de colleges van Van der Schaar of Sleutels komen vaak maar tien studenten af.‘
Ook vijfdejaars Jeroen van der Kaan noemt zichzelf ‘continentaler dan continentaal‘, een ‘idealist.‘ Hij prijst het dat de faculteit een docentenbestand heeft dat van alle markten thuis is, maar ‘toen ik de studiegids van dit jaar zag, was ik toch wel blij dat ik geen vakken hoefde te volgen.‘
Volgens prof. dr. mr. Herman Philipse, die liever de tegenstelling tussen ‘religieus geïnspireerde‘ tegenover ‘wetenschappelijke‘ wijsbegeerte hanteert, hangt dit ook met de leeftijd samen. ‘Mensen van twintig worden eerder aangesproken door het levensbeschouwelijke van mensen als Ad Verbrugge en Wouter Oudemans. Ouderen vinden dat irritant en zoeken naar iets degelijks, een andere stijl die dingen helder uitlegt.‘
Philipse vindt het juist goed dat mensen vertrekken. Hij ziet ‘veel te weinig personeelswisseling‘ in Nederlandse instituten voor wijsbegeerte. ‘Terwijl het juist goed is om elke zeven jaar van omgeving te veranderen. Dat zorgt voor intellectuele dynamiek. Ik wou dat iederéén vertrok. Ik zit zelf ook al te lang in Leiden, maar mijn kinderen wonen hier en ik vind de sfeer op de opleiding erg goed. Het vertrek van Verbrugge is juist buitengewoon positief. Hij heeft in Leiden gestudeerd en is in Leiden blijven hangen. Als je dat te lang doet, word je een soort Leidse goeroe.‘
Die status lijkt Verbrugge inderdaad een beetje bereikt te hebben. Binnen de opleiding is een club van enthousiaste Verbrugge-‘fans‘ ontstaan. ‘Ad‘s jongens‘, worden ze wel eens gekscherend genoemd, vertelt Haroon, die een van hen is. ‘Zo heb je ook een club studenten die "de nihilisten" worden genoemd, en nogal weg van Oudemans zijn.‘ Ad‘s jongens drinken regelmatig een biertje met hem, gaan met hem dansen in het LVC, en volgen nu Verbrugge‘s college over Hegels rechtsfilosofie aan de VU. ‘Maar als hetzelfde college in Leiden zou worden gegeven, had ik het wel hier gevolgd‘, zegt Haroon.
Sundholm: ‘Filosofie is zo breed, van esthetica tot quantumelectromechanica, en daarbinnen bevinden zich de interessen van onze studenten. Onvermijdelijk vallen er dan hiaten en wij zijn blij als studenten de mogelijkheid hebben om elders college te lopen. Wij luisteren graag naar de belangstellingen van studenten maar kunnen niet aan iedere smaakrichting alles bieden.‘
Voor wat betreft de positie van de Leidse filosofie tegenover die elders in den lande erkent hij dat Leiden ‘vrij onmodieus‘ is: ‘Zowel Philipse als ik nemen een buitenstaanderspositie in. Een overweldigend percentage van de promoties in de Nederlandse filosofie gaat over Heidegger. Het Heideggerianisme is bijna virulent. Philipse is een Heideggerkenner bij uitstek, maar geen gelovige Heideggeriaan, integendeel juist.‘
‘Je merkt dit voor een deel uit het feit dat wij zelden geluk hebben bij NWO. De laatste tien aanvragen zijn op één na gesneuveld. Dat hoeft geen oneerlijkheid te betekenen, maar kennelijk is het zo de selectiemechanismen zodanig zijn dat de mainstream automatisch gehonoreerd wordt. Terwijl we internationaal juist veel erkenning en acceptatie oogsten.‘
Zou dit een reden voor een koerswijziging kunnen zijn? Sundholm: ‘Ik weet niet of NWO nu de hoogste wijsheid in pacht heeft.‘
In het verlengde hiervan ligt het feit dat in Leiden iedereen zijn eigen deeldiscipline heeft en geen directe collega proximus. Daardoor ontbreekt het ‘intense filosofische debat‘, vindt Verbrugge. ‘In Amsterdam heb ik wat meer weerklank‘, zegt hij, zonder daarmee overigens niets ten nadele van Leiden te willen zeggen, dat hem ‘dierbaar is vanwege de kleinschaligheid.‘
Douwe Runia sluit zich hierbij aan in een afscheidsinterview met het faculteitsblad Thauma (2002, nr. 1): ‘In de faculteit is het heel onhiërarchisch. Iedere docent doet wat hij prettig vindt dat hij moet doen en dat vind ik wel prettig. Alleen moeten de neuzen op een gegeven moment wel eens in dezelfde richting gaan wijzen en dat is bij filosofen nooit zo gemakkelijk.‘
Paradoxaal genoeg is er ondanks de weinige wetenschappelijke debatten onderling, juist wel veel vilein verkeer tussen de docenten. Schimpscheuten naar collega‘s, vertelt Haroon, die daar ook wel weer de charme van inziet.
‘Bij elke docent stap je weer een andere wereld binnen‘, zegt Annelies de Bakker (2e jaars). De diversiteit en eigenzinnigheid van de docenten is volgens haar positief. ‘Eigenlijk is de studie een soort speeltuin, waarbij je nu eens de ene wipwap en dan weer de andere uitprobeert.‘