ACHTERGROND - MARE 3, 12 september 2002

Dik van der Meulen promoveert op biografie van Multatuli

Een vat vol tegenstrijdigheden

Volgens de kenners is hij onze belangrijkste schrijver: Eduard Douwes Dekker, beter bekend als Multatuli. Toch is er nooit een volledige biografie geschreven van de schrijver van Max Havelaar. Neerlandicus Dik van der Meulen voorziet in die behoefte met een vuistdikke biografie waarop hij vandaag promoveert.

Christiaan Weijts

Vraag geletterd Nederland wie onze belangrijkste schrijver is, en er komt één naam uit de bus rollen: Multatuli. Dat bleek afgelopen zomer uit een enquête die de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde onder haar leden liet uitgaan. Bovendien plaatsten deze driehonderd wetenschappers, schrijvers en uitgevers Max Havelaar op nummer één in de toptien van belangrijkste Nederlandse boeken aller tijden.
Des te opmerkelijker is het dat er tot nu toe nooit een volledige biografie van Eduard Douwes Dekker (Multatuli‘s echte naam) is geschreven. Lange tijd leek er zelfs een vloek op te rusten: twee serieuze kandidaat-biografen overleden halverwege. Eduard du Perron schreef De man van Lebak, over de eerste helft van Multatuli‘s leven, maar stierf voordat hij aan deel twee kon beginnen, en Paul van ‘t Veer overleed onverwacht vlak voor zijn boek Het leven van Multatuli (over de periode vóórdat hij schrijver werd) naar de drukker ging.
Het heeft neerlandicus Dik van der Meulen er niet van weerhouden om zich er aan te wagen, vertelt hij in het huis waar Eduard Douwes Dekker in 1820 is geboren, de Korsjespoortsteeg nummer 20 in Amsterdam. Tegenwoordig is het de zetel van het Multatuli-Museum. Zelfs onder Amsterdammers is de steeg in het centrum volstrekt onbekend. ‘Toen ik er voor het eerst heenging moest de taxichauffeur zelfs op de kaart zoeken‘, herinnert Van der Meulen zich. ‘Het straatje heeft enige bekendheid in de iets ruimere kring van hoerenlopers‘, meldt de biografie, en inderdaad: het geboortehuis van ‘s lands grootste schrijver is omringd door peeskamertjes en rode lichten.
Wie daar per se enige symboliek in wil zien, komt waarschijnlijk uit op een uitspraak die Multatuli tegen het eind van zijn leven deed, dat hij schrijven eigenlijk maar ‘geestelijke prostitutie‘ vond.
Het is een van de vele tegenstrijdigheden die de man kenmerken. Van der Meulen: ‘Hij noemde zichzelf een 'vat vol tegenstrijdigheden' en dat gold ook zeker voor zijn schrijverschap. Jarenlang heeft hij niets anders gewild dan schrijver zijn. Gedurende zijn Indische loopbaan en ook daarvoor heeft hij toch massa‘s gedichten geschreven en ook wel verhaalachtige dingen.‘ In de Verlovingsbrieven aan zijn eerste vrouw Tine schrijft hij ook dat hij schrijver wil zijn. ‘Dan krijg je het curieuze dat hij inderdaad in een paar weken tijd een boek schrijft dat vreselijk goed is, de Max Havelaar. Daarmee is hij schrijver en heeft hij succes.‘ Maar tegelijkertijd zegt hij dat hij best wil afzien van publicatie van dit controversiële boek (het stelt de uitbuiting van de Javaanse bevolking door het koloniale bewind aan de orde), als hij in ruil daarvoor een mooie baan in de Raad van Indië krijgt, plus een koninklijke onderscheiding. ‘Dat is gek. Het schrijverschap is kennelijk relatief. Uiteindelijk is het toch gepubliceerd, en gaat Multatuli nog een tijdlang zeer bevlogen door met schrijven. Daarna gaat het moeizamer. Hij vindt dat zijn doelstellingen niet bereikt worden, en begint het land te krijgen aan het publiek. 'Publiek, ik veracht U met grote innigheid', schrijft hij al in de Minnenbrieven, en dat versterkt zich later steeds meer. Die tegenzin kwam alleen als het niet lukte, en die momenten kwamen er steeds meer. Wat was er eerder: de tegenzin of het writers-block? Zoals altijd bij Multatuli moet het een beetje ertussenin hebben gelegen. De twee grijpen in elkaar.‘

Een leven in jaartallen
1820. Geboorte op 2 maart.
1838. Eerste reis naar Nederlands-Indië, op koopvaardijschip van zijn vader
1839. Aankomst op Batavia.
1841-1845. Schrijft aan de Losse bladen uit het dagboek van een oudeman
1842. Bekering tot katholicisme. Benoemd tot Controleur tweede klasse te Natal
1843. Schrijft toneelstuk De Eerloze, later uitgeven als De bruid daarboven (1864)
1844. Geschorst wegens kastekort. Vertrekt naar Batavia. Brengt tijd in armoede door met een inlandse geliefde.
1845. Secretaris van de assistent-resident te Krawang
1846. Trouwt met Tine (Everdina Huberta baronesse van Wijnbergen).
1848-1856. Diverse ambtelijke functies, waaronder uiteindelijk assistent-resident van Lebak (Java). Raakt in conflict met de regent, wordt overgeplaatst en neemt eervol ontslag als de gouverneur-generaal hem niet wil ontvangen.
1857-1860. Vertrekt naar Europa, zonder vrouw en zoon Edu (1854). Geboorte dochter Nonnie. Omzwervingen door Europa. Tine en de kinderen keren in 1859 naar Europa terug. Tine vertrekt naar Den Haag, Douwes Dekker naar Brussel, waar hij in het hotelletje Au Prince Belge Max Havelaar (1860) schrijft.
1862. Eerste bundel Ideeën
1864. Doet een felle aanval op de Nederlandse regering tijdens een internationaal koloniaal congres te Amsterdam. Vertrekt tijdelijk met zijn geliefde, Mimi, naar Duitsland
1865-1877. Schrijft diverse werken: Ideeën-bundels, toneelstukken, pamfletten.
1875. Trouwt met Mimi (Maria Hamminck Schepel)
1887. Sterft in Nieder Ingelheim op 19 februari.

Is het niet heel moeilijk om een biografie te schrijven over een vat vol tegenstrijdigheden? ‘Het aardige van Multatuli is dat die tegenstrijdigheden juist heel duidelijk waarneembaar zijn. Hij spreekt zich altijd over dit soort dingen uit. Er is altijd iets om vast te grijpen. Wat dat betreft hoef je niet te interpreteren. Ik vrees dat heel veel mensen dit soort tegenstrijdige kanten zullen hebben, maar veel minder waarneembaar. Het schrijven van een biografie over zulke mensen lijkt me veel moeilijker.‘
Wel is het daarmee onmogelijk om een eenduidig beeld van de man neer te zetten. ‘Je kunt niet zeggen: hij was een idealist die voor zijn idealen tot het uiterste ging. Was het maar zo simpel. Hij was een idealist, maar eentje die ook zijn zwakke momenten had en zijn idealen verkwanselde voor een baantje.‘

Van der Meulens negenhonderd pagina‘s dikke biografie beschrijft het leven van Multatuli in samenhang met zijn werk. ‘Multatuli is een historische figuur, maar ook een literaire figuur, en dan moet het werk een belangrijk onderdeel van de biografie zijn.‘ Maar hoe ver kun je gaan in het leggen van verbindingen tussen leven en werk? ‘Je moet heel voorzichtig zijn. Je kunt niet klakkeloos de vrouw van Max Havelaar gelijkschakelen aan Tine.‘ Wel kun je uitzoeken hoe levende figuren of gebeurtenissen tot voorbeeld hebben gediend voor personages of beschrijvingen. Zelf wees Multatuli ook op deze verbinding, waarbij hij zich beriep op de mimesis-gedachte van Aristoteles: de alledaagse werkelijkheid gebruiken om een universele waarheid bloot te leggen.
Zo gebruikt Van der Meulen het verhaal van ‘Woutertje Pieterse‘, opgenomen in de Ideeën-bundels, om meer inzicht in de jeugdjaren van Eduard Douwes Dekker te krijgen. ‘In het boek krijg je een duidelijk sfeerbeeld van hoe het er in de familie Douwes Dekker aan toe moet zijn gegaan. Het is alleen versterkt, zwaar aangezet.‘
Maar uiteraard heeft de biograaf het autobiografisch gehalte zoveel mogelijk proberen te verifiëren, en vond hij in archieven ook nog wat nieuwe feiten. Zo blijkt dat de familie zich eigenlijk ten onrechte van een dubbele achternaam bediende, en de schrijver eigenlijk ‘Douwes Dekker‘ had moeten heten.
‘Het was de bedoeling dat ik niets nieuws zou vinden‘, zegt Van der Meulen. ‘Zelf heb ik in de redactie van de Volledige Werken van Multatuli gezeten, en in de laatste twee delen, ook wel de bezemwagendelen genoemd, moest alles wat nog op het laatste moment gevonden werd gestopt worden. Toen is bij Hans van den Bergh, de hoofdbezorger, het idee gerezen om bij wijze van aanvulling op de Volledige Werken ook de biografie te maken, die gebaseerd is op dit materiaal.‘ Niettemin vond Van der Meulen toch nog wat nieuwe documenten: uit de doopsgezinde gemeente voor zijn jeugdjaren, en een aantal brieven aan ministers. Weliswaar ‘interessante details‘, maar ze werpen geen totaal nieuw licht op de persoon.
Ook blijven er vragen, die waarschijnlijk nooit helemaal sluitend beantwoord kunnen worden. Hoe kwam hij bijvoorbeeld aan al zijn schulden? ‘Hij was een ijverig casino-bezoeker, gokte grondig, en dacht daar rijk mee te kunnen worden. Toch is hij maar een keer of tien, vijftien in het casino geweest, en na 1870 waren de casino‘s verboden. Daarna bleef hij toch schulden maken. Als schrijver krijg je vaak een hoop geld in één keer, en als Multatuli geld had ging hij het ook uitgeven, aan alles en iedereen, bijvoorbeeld aan mensen die er nog beroerder aan toe waren dan hij. Maar hij verteerde niet veel, en dronk alleen thee. Hij had natuurlijk veel hotelschulden, omdat hij een zwervend bestaan leidde. Omdat hij geen eigen huis kon betalen, verbleef hij in logementen, waar hij schulden maakte en dan weer met de noorderzon vertrok. Een krankzinnig leven.‘
Aan dit krankzinnig leven kwam in het Duitse Nieder Ingelheim op 19 februari een einde. Na een van zijn fameuze astma-aanvallen stierf hij hier op een sofa, die later naar Amsterdam is overgebracht en nu, om de cirkel rond te maken, in het geboortehuis staat.

Dik van der Meulen, Multatuli. Leven en werk van Eduard Douwes Dekker. SUN uitgeverij. € ??,??