Franca Treur
Hij was niet te eten, was foeilelijk en kon ook nog eens niet vliegen. De dodo was, kortom, niet bepaald het pronkstuk van moeder natuur. Last had hij er echter niet van. Eeuwenlang waggelde deze vleugellamme vogel rustig rond op het eiland Mauritius in de Indische Oceaan. Op dit eiland waren geen natuurlijke vijanden van de dodo te vinden en door de lucht vluchten was dus niet nodig.
Vanaf het eind van de zestiende eeuw kreeg de dodo echter met een natuurlijk vijand van formaat te maken. Toen vanaf 1598 de Hollanders Mauritius gingen gebruiken als pitsstop voor hun reizen naar Oost-Indië, was het snel gedaan met het dier. Juist door zijn omvang en zijn traagheid was hij een aantrekkelijke prooi voor hongerige scheepslui. Niet dat de dodo goed smaakte, want het vlees was erg taai. Vandaar dat de Nederlanders hem de naam ‘Walghvogel‘ meegaven.
Had hij vanwege zijn smerigheid de komst van de mens nog wel kunnen overleven, de introductie van allerlei allochtone beesten door Europese zeelieden werd hem uiteindelijk wél fataal. Varkens, honden, ratten en Javaanse apen verwoestten menig nest en lieten zich de eieren van de dodo goed smaken. Al met al duurde het nog geen eeuw voor de dodo ‘op‘ was. Een groep Nederlandse schipbreukelingen o.l.v. Volkert Iversen, heeft in 1662 waarschijnlijk het laatste exemplaar verorberd.
Ter ere van de viering van 400 jaar VOC heeft drs. Peter Koomen in de galerie van natuurhistorisch museum Naturalis een tentoonstelling gemaakt over de dodo. Een nogal hachelijke klus, want een betrouwbare voorstelling van deze vogel bestaat niet. Niemand weet hoe het beest er precies heeft uitgezien. De tentoonstelling gaat dan ook niet zozeer over het reilen en zeilen van de dodo zelf, als wel over ons hoe deze vogel door de eeuwen heen tot de menselijke verbeelding heeft gesproken.
Juist vanwege het mysterie omtrent zijn uiterlijk is de dodo meer dan alleen een uitgestorven vogel: hij staat voor een hele schare dieren die door toedoen van de mens is verdwenen. In het geval van de dodo is dat zelfs heel grondig gebeurd: nergens ter wereld is een heel skelet van de dodo bewaard gebleven. Wel zijn er restjes: een kop, een poot en wat botjes. In Naturalis liggen twee originele dijbenen, vier scheenbenen en vier middenvoetsbeentjes tentoongesteld.
Er is nog veel meer te zien. Er blijken verbazend veel afbeeldingen van de dodo te bestaan. Deze zijn in te delen in twee tegenstrijdige voorstellingen: een plompe, dikke vogel en een slanke, hoog op de poten staande vogel. Op oude schilderijen staat meestal een dikke dodo, maar de schilders daarvan hebben waarschijnlijk nooit een in het wild levende dodo gezien, hoogstens een geïmporteerd exemplaar dat intussen onnatuurlijke proporties had aangenomen. Ook hebben schilders elkaar vaak gewoon nageaapt. Op een computerscherm kunnen bezoekers van de tentoonstelling zien hoe diverse afbeeldingen exact dezelfde vorm blijken te hebben. In veel prenten in kinderboeken, bijvoorbeeld in ‘Alice in Wonderland‘ heeft de ets van George Edwards uit 1757 model gestaan: een gezellige dikke dodo.
Tegenwoordig gaan wetenschappers uit van een juist zeer beweeglijke dodo zonder vetrollen. De oudste tekeningen die er van de dodo bestaan wijzen daar ook op. Deze zijn ter plaatse gemaakt door VOC-scheepslieden die de dodo in levende lijve hebben gezien. Helaas zijn de tekeningen nogal onbeholpen en dus niet al te betrouwbaar. Maar andere historische afbeeldingen, te zien in de tentoonstelling, wijzen ook meer in de richting van een slanke dodo. Recent DNA-onderzoek heeft aangetoond dat de dodo familie is van de duif.
Het overige deel van de tentoonstelling in Naturalis is gewijd aan de dodogekte: stropdassen, pull-overs, serviesgoed en vingerhoeden. Voor dodologen en verzamelaars is er een enorme variatie aan prullaria met dikke en dunne dodo‘s. Blijkbaar blijft de mythische vogel inspireren.
Dodo Ð portret van een pechvogel is nog tot 27 oktober 2002 te zien in de galerie van museum Naturalis.
Op 10 september van 14.00 Ð 15.00 uur geeft Peter Koomen een lezing over de dodo aan de hand van diamateriaal.