Christiaan Weijts
Het is ramadan, de vastenmaand van de religie die sinds half september vol in de belangstelling staat. Ook de Leidse universiteitsbibliotheek draagt haar steentje bij. Bij binnenkomst in de hal trekt een vitrine met een viertal schitterende korans onmiddellijk de aandacht. V——r de vitrine bevindt zich een kleinere, met daarin het koranexemplaar dat onlangs voor veel ophef zorgde.
Het magazine M van NRC-Handelsblad gebruikte een foto hiervan als omslag, en islamitische krantenbezorgers weigerden vervolgens het magazine, met de immers heilige en niet voor tussen de oude kranten bestemde koranafbeelding, in de bus te doen.
De korans zijn slechts enkele van de Perzische pronkstukken die de bibliotheek bezit. Jaarlijks stelt zij er tijdens de ramadan een aantal tentoon rond een bepaald thema. Ditmaal staat de middeleeuwse dichter en wiskundige Omar Khayyam die centraal in de vitrinekasten bij de uitleenbalie.
Van de twaalfde-eeuwse Khayyam is weinig anders bekend dan dat hij wiskundige was en gedichten schreef, zo blijkt uit de bijgaande catalogus. Zelfs van zijn beroemde gedichten, de Rub‡iy‡t (kwatrijnen), staat van geen enkele onomstotelijk vast of zij daadwerkelijk uit Khayyams pen is gevloeid.
Een situatie die zich uitstekend leent voor speculaties, wilde fantasie‘n en mythevorming. In het Westen begon die mythevorming toen schrijver Edward Fitzgerald in 1859 anoniem en eigen beheer een Engelse vertaling de wereld instuurde. Het boekje - op de tentoonstelling in facsimile-uitgave te zien - belandde tussen de aanbiedingen in de 'pennybox' van een Londense boekhandel en werd daar ontdekt door een groep kunstenaars die zich de 'Pre-Raphaelite Brotherhood' noemden. Ze raakten onder de indruk van de betoverende Perzische wereld en de kernachtige po‘zie van deze kwatrijnen. Vervolgens kwam Khayyams werk in een stroomversnelling terecht. De tentoonstelling laat een keurcorps zien van wat dit aan fraais heeft opgeleverd: nieuwe vertalingen met kleurrijke omslagen en illustraties, ex-librissen, kalenders en andere gadgets.
Het is slechts het topje van de enorme 'Omariana'-ijsberg. Vanaf 1900 werden namelijk ook kwatrijnen geschilderd als motto op restaurantgevels of in hotels en bars. Parfums, tulpen, honden, renpaarden en zelfs een krater op de maan kregen Khayyams naam. Zo ver heeft Harry Potter het nog altijd niet geschopt.
Doordat veel over Khayyam onzeker was en nog altijd is, kon iedere vertaler hem naar zijn eigen hand zetten, door selectief te vertalen en te interpreteren. Fitzgerald maakte van hem een 'hedonist met pessimistische trekken' (aldus de catalogus), terwijl de Franse vertalers J.B. Nicolas en F. Toussaint juist een 'mystieke' weergave maakten.
In Nederland waren het vooral de dichters J.H. Leopold en P.C. Boutens die de Rub‡iy‡t met veel publiek succes vertaalden. Opvallend is dat geen van beiden direct vanuit het Perzisch vertaalde, en evenmin op de Engelse versie van Fitzgerald leunde. Zo maakte Leopold gebruik van een Engelse vertaling van ene Whinfield en de Duitse van ene Rosen. In de boeken van beide heren heeft hij met potlood schetsen van eigen vertalingen gemaakt. Het voegde schitterende regels po‘zie toe aan de Nederlandse literatuur, zoals het kwatrijn: 'De wereld gaat en gaat, als lang na dezen / mijn roem verging, mijn kennis hooggeprezen. / Wij werden v——r ons komen niet gemist,/ na ons vertrek zal het niet anders wezen.'
Khayyam had onmogelijk kunnen weten dat hij daar ongelijk in zou krijgen, en zijn naam zich - eeuwen later - blijvend zou vestigen als cultfiguur. Zelfs in de jaren zestig-popgroep 'The Grateful Dead' leeft hij nog voort. Op de tentoonstelling zien we een poster met hun beeldmerk: 'the skull and the roses', ontleend aan Omar Khayyam-illustrator Edmund J. Sullivan.
Omar Khayyam: Oosters geleerde en dichter
Universiteitsbibliotheek, Witte Singel 27
Tot en met 30 december 2001