ACHTERGROND - MARE 4, 20 september 2001

Slaaf Jacobus Capitein verdedigde slavernij in Leids proefschrift

Nederlands eerste excuusallochtoon

Hij kwam als slaaf naar Nederland en keerde als gepromoveerd theoloog terug naar Afrika. Jacobus Capitein was de eerste 'Moor' die aan de Leidse universiteit onderwijs kreeg. Veel goed deed het hem niet: hij stierf in Afrika op dertigjarige leeftijd, diep in de schulden en doodongelukkig. Zijn naam leeft voort: in de VS werd recent zijn proefschrift vertaald.

Bart Funnekotter

Zouden de afgevaardigden die elkaar enkele weken geleden in Durban in de haren vlogen wel eens gehoord hebben van Jacobus Elisa Johannes Capitein (1717-1747)? Vast niet. Want wat stelt het leven van één afzonderlijke slaaf nou voor als er geruzied moet worden over hoe je 'sorry' zegt en hoeveel dat sorry moet kosten?
En dat terwijl het verhaal van Capitein juist duidelijk maakt hoeveel leed er gepaard ging met de door Europa georganiseerde mensenhandel. Het is het verhaal van een slaaf die het brengt tot een soort van model-allochtoon en die als hij vervolgens terugkeert naar zijn land van herkomst merkt dat hij zowel in zijn oude als in zijn nieuwe wereld niet echt meer thuis is.
Deze tragische levensgeschiedenis heeft de laatste tijd in de (semi-) wetenschappelijke wereld echter wel de aandacht gekregen die hij verdient. Vorig jaar verscheen er een biografie over Capitein van de hand van Henri van der Zee en dit jaar wijdde Boudewijn Buch het slothoofdstuk van zijn 'De hele wereld in een vitrinekast' aan de 'Moorse' dominee. Recent zag in de VS zelfs een Engelse vertaling van Capiteins in 1742 in Leiden verdedigde proefschrift het licht. Klassiek historicus Grant Parker (Capitein schreef uiteraard in het Latijn) hoopt dat met deze vertaling de lotgevallen van Capitein ook in de Angelsaksische wereld bij kunnen dragen aan een beter begrip over wat het betekende om slaaf te zijn en je eigen identiteit te verliezen.

Asar
Hoe Jacobus Capitein genoemd werd door zijn ouders toen hij in 1717 geboren werd in wat nu Ghana is, is niet met zekerheid bekend.. Op zijn zevende of achtste werd hij wees en werd als slaaf verkocht tijdens een markt aan de St. Andrew's River. Zijn eigenaar, kapitein Arnold Steenhart, nam hem mee naar de aan de kust gelegen handelspost Elmina. Daar werd Capitein doorverkocht, of wellicht zelfs geschonken, aan Jacob van Goch, die werkte voor de West-Indische Companie (WIC). Toen Van Goch op 14 april 1728 Elmina verliet, na vijftien jaar dienst te hebben gedaan als oppercommies en koers zette richting Nederland, nam hij de kleine Capitein met zich mee.
Enkele weken later zetten ze in Middelburg voet aan wal en daarmee werd Capitein meteen een vrij man - of beter, kind - omdat slavernij in Nederland sinds 1648 verboden was. Iedereen die als slaaf het land betrad, werd automatisch van zijn ketenen verlost. Zo ook Capitein. Later zou hij zelf zijn aankomst in ons land nogal lyrisch omschrijven: Dit land ontving mij eerst uyt Africa gekomen; / hier sagen wij verheugd het eynde van de reis. / Ons, afgemat door lang te zukklen op de stromen, / Was Middelburg de deur tot Neerlands paradijs.
Na een kort verblijf in Zeeland verhuist Capitein met Van Goch naar Den Haag, waar hij enkele jaren zal verblijven. De hervormde dominee Johann Philip Manger laat de jonge Capitein toe tot zijn catechisatieklasje. Tijdens zijn bijbelonderricht daar komt hij in aanraking met kinderen van de gegoede burgerij en een van hen vertelt zijn vader over zijn zwarte klasgenootje. Die vader, de theoloog Hendrik Velse, stelt voor dat Capitein de kans krijgt om ergens verder te studeren, mits hij daarna zijn leven zal wijden aan christelijke missionariswerk in Afrika. Capitein en zijn 'vader' Jacob van Goch stemmen hiermee in en zo begint de voormalige slaaf in 1731 aan zijn Nederlandse onderwijscarrière op de Haagse Latijnse School.

Waarheidslicht
Nadat Capitein vier jaar scholing aan de Latijnse school ontving, werd hij klaar bevonden om zich officieel tot het christendom te bekeren. Op 8 juli 1735 werd hij - inmiddels achttien jaar oud - door Manger gedoopt. Ter gelegenheid van dit heugelijke feit nam Capitein definitief zijn christelijke namen aan: Jacobus (naar zijn 'vader' Jacobus van Goch) Elisa Johannes (naar familieleden van Van Goch).
Twee jaar na zijn doop voltooide Capitein zijn studies aan de Latijnse school en op 22 juni 1737 kwam hij in Leiden aan om er theologie te gaan studeren. Aangezien Capitein niet over voldoende middelen kon beschikken om zijn studie te bekostigen, was hij ook in Leiden afhankelijk van Nederlandse weldoeners - en die waren makkelijk te vinden. Het was kennelijk interessant om als mecenas op te treden voor een curiosum als een zwarte theologiestudent. Na vijf jaar studie in Leiden - en zijn eerste preken in de Pieterskerk - liet Capitein in 1742 zijn 'proefschrift' het licht zien. Het was een dissertatie die hem in Nederland beroemd zou maken. Overal waar hij kwam werd hij ontvangen met 'seer veel lov en toejuychinge'. De Nederlandstalige druk van zijn boek werd een bestseller. Dat kwam omdat hij de vraag die hij zich in zijn titel (Dissertatio politico-theologica, qua disquiritur, Num libertati Christianae servitus adversetur, nec ne?) stelde, bevestigend beantwoordde. Ja, de slavernij is compatibel met het Christelijk geloof, aldus ex-slaaf Jacobus Capitein.

Gods wil
Hoe kwam Capitein tot deze voor ons ongelooflijke conclusie? 'Waar de geest des Heren is, daar is de Vrijheid.' Zo zou de crux van Capiteins betoog het best omschreven kunnen worden. Als christen ben je geestelijk vrij, lichamelijke vrijheid is daarvoor geen noodzakelijke voorwaarde.
Het relaas waarin Capitein zijn stelling ontvouwde was wat aan de lange kant, meer dan twee uur, maar 'den Moor uyt Africa' toonde zich een zeer gedegen kenner van de bijbel, een feit waarmee hij indruk maakte op het volgepakte Groot Auditorium. Capitein verzekerde zijn gehoor van het feit dat het Gods wil was dat hij slaaf was geworden - en achteraf was hij daar maar wat blij mee. Hoe was hij anders ooit naar dat heerlijke Nederland gekomen? Ook meende hij - de vrijgelatene! - dat bekeerde slaven zeker niet vrijgelaten hoefden te worden. Ze konden gewoon slaaf blijven, stelde hij zijn gehoor gerust. Dat concludeerde hij na bestudering van een brief van Paulus. Verder zou het vrijlaten van bekeerde slaven mensen er toe kunnen verleiden 'valschelijk de naam van Christen voor te wenden', om zo vrij te komen. Dat kon natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Nederlandse vrouw
Na zijn opleiding in Leiden aldus succesvol te hebben afgrond vertrok Capitein in dienst van de WIC richting Delmina, de stad die hij als kind voor het laatst gezien had. Vol goede moed ging hij er aan het werk, maar hij moest al snel concluderen dat de Nederlanders - en dus hun geloof - zich er met hun toenemende slavenhandel niet bepaald populairder op hadden gemaakt. Zijn eigen reïntegratie verliep dan ook zeer moeizaam, helemaal toen zijn voornemen om met een lokale vrouw te trouwen vanuit Nederland werd gedwarsboomd. De WIC loste het probleem op door hem een Nederlands vrouw, Antonia Ginderdros, te sturen om mee te trouwen.
Capiteins situatie verslechterde verder en ook zijn verhouding met het Nederlandse establishment kwam verder onder druk te staan toen hij een ongeautoriseerde vertaling van de Tien Geboden liet drukken. Al dit religieuze gekrakeel moe, stortte Capitein zich op de handel. Dat deed hij echter dermate fanatiek dat de Nederlandse gouverneur De Petersen schreef dat 'den zugt voor den coophandel zynen yver voor de ordinaire godsdienst' nogal onder druk had gezet.
Een erg goede handelaar was Capitein daarbij ook nog eens niet. Eind 1746 werd berekend dat hij een schuld had van 8447 gulden - en dat bij een maandsalaris van 100 gulden. Een schuldeiser spande een proces tegen de dominee aan en won. Capitein moest met de schande van een veroordeling verder leven.
Op 1 februari 1747 overleed hij aan een onbekende kwaal. Was het koorts, een hartaanval, of wellicht zelfs moord? Niemand zal het weten, aangezien de heren gezaghebbers van de WIC in hun verslag van een vergadering slechts een handvol woorden wijdden aan de dood van Capitein. Het had zijn nut - in zeer beperkte mate wat hen betrof - gehad en daarmee was voor hen het boek van Jacobus Capiteins leven gesloten.

Jacobus Capitein ...