ACHTERGROND - MARE 4, 20 september 2001

Italiaanse promoveert in Leiden op rituelen van Koreaanse sjamanen

De poort van woorden openen'

Meer inzicht in religieuze rituelen door de taalwetenschap. De Italiaanse onderzoekster Antonetta Bruno woonde rituelen van Koreaanse sjamanen bij en analyseerde hun woordgebruik. Wie was er aan het woord: de god, de voorouder of de sjamaan zelf? Vandaag hoopt ze in Leiden te promoveren op haar proefschrift over de 'poort van woorden'.

Christiaan Weijts

Over de hele wereld komen genezers voor die zichzelf als 'bemiddelaar' zien tussen 'de hogere wereld' en de mensen: sjamanen. Het zijn genezers die door ceremonies en rituelen in een trance of extase raken, en zo contact krijgen met 'bovennatuurlijke wezens', goden, beschermdieren of voorouders. De trance wordt opgeroepen door trommels, ratels of, zoals bij sommige Indianenstammen, hallucinogenen als de Peyotlknop.
In het westen won het verschijnsel sjamanisme vooral in de jaren zestig van de vorige eeuw aan populariteit, onder de experimenteerzucht naar 'andere staten van bewustzijn'. Populariserende boeken als die van cultureel-antropoloog Carlos Castaneda vonden gretig aftrek, en de New-Age-hausse van de decennia die volgden nam het sjamanisme moeiteloos op in haar allegaartje van exotische en tot de verbeelding sprekende 'healing'-technieken. Wie de advertentiepagina's van bladen als Onkruid of Paravisie doorneemt, stuit nog steeds op sjamanencursussen, -opleidingen of –workshops.
Maar er is ook serieuze wetenschappelijke belangstelling voor deze rituele genezers. Vandaag, donderdag, promoveert de in Italië wonende oriëntaliste Antonetta Bruno in Leiden op een proefschrift over het rituele taalgebruik van sjamanen in Korea. Bruno, docente Koreaanse taal en cultuur aan de Università La Sapienza in Rome, zag in 1987 per toeval een sjamanenritueel uitgevoerd worden in haar geboorteplaats Seoul. 'Ik raakte gefascineerd door de muziek, de dansen, de bewegingen, het hele ritueel', vertelt ze. 'Toen raakte ik in contact met een sjamaan en gebeurde er iets dat me schokte: deze sjamaan wist van alles te raden van mijn verleden, en bleek ook mijn toekomst te kunnen voorspellen. Toen ik terugging naar Italië gebeurde er inderdaad wat zij voorspeld had. Dus ik werd, laten we het daar maar op houden, nieuwsgierig. Ik wilde er meer over weten.' Ze besloot haar afstudeerscriptie over deze sjamanen te schrijven. Na haar afstuderen verhuisde ze terug naar Korea, om verder onderzoek te doen.

Maandsalaris
Sjamanen in Korea hebben wat je zou kunnen noemen 'een eigen praktijk'. Klanten betalen voor een genezingsritueel, een voorspelling of een advies. Goedkoop is het beslist niet. Een eenvoudige voorspelling kost ongeveer honderd gulden, maar een volledig ritueel vraagt vaak meer dan een maandsalaris. Bruno: 'Er kunnen allerlei redenen zijn om een sjamaan om hulp te vragen. Ernstige problemen als ziekte, maar ook hele persoonlijke zaken als van een geliefde afkomen, of juist op zoek zijn naar een man of vrouw, of het laten interpreteren van je dromen.'
Afhankelijk van het soort probleem kan de sjamaan besluiten een kongsu te geven, een orakel-ritueel, of een chom, een voorspelling. 'Zo'n ritueel doet veel meer met je dan dat de psychotherapeut zoals wij die in het Westen kennen teweegbrengt. Je begint te huilen, te dansen, te lachen, zelfs als je in het gewone leven juist erg gesloten bent. Alle dingen die je van binnen onderdrukt hebt, exploderen. Dat gebeurt zelfs met degene die bij het ritueel aanwezig is zonder klant te zijn, zoals met mij als onderzoeker. Je moet je een kleine kamer voorstellen met hele harde muziek, meestal percussie, die maar doordreunt, terwijl er ondertussen gedanst wordt, geschreeuwd, gezongen. Er is zoveel energie dat je zelfs als je niet in bovennatuurlijke entiteiten gelooft hoe dan ook geraakt wordt.' Tijdens zo'n ritueel raakt de sjamaan 'bezeten' door voorouders, goden of geesten die via de sjamaan spreken. Uiteindelijk moet de klant ook zelf in een 'veranderde staat van bewustzijn' raken, wat de Koreanen malmun noemen, 'de poort van woorden openen'. Pas als iemand zich helemaal open heeft gesteld, wat een vol etmaal of zelfs langer kan duren, is genezing of hulp mogelijk.

Uitverkoren
In het overwegend confuciaanse Korea hebben de sjamanen – meestal vrouwen - een ambigue positie. Aan de ene kant worden ze bekritiseerd als bedriegers die alleen maar op geld uit zijn, terwijl ze aan de andere kant wél vaak worden ingeroepen, zelfs door hooggeplaatste ambtenaars. 'Als je de zoon of dochter van een sjamaan bent kijken mensen ook anders naar je, bijvoorbeeld op school. Geen enkele sjamaan wil dat haar dochter ook sjamaan wordt.'
Maar je kunt ook niet eenvoudigweg 'besluiten' om sjamaan te worden, vertelt Bruno. Het is iets waarvoor je uitverkoren wordt. 'Meestal krijgt degene die sjamaan wordt eerst een lange periode van ziekte, ongeluk en wanhoop. Dan kan zelfs gebeuren als je heel jong bent.' Een van de sjamanen waarmee Bruno bevriend is, had dit op haar zesde, en kampte bijna tien jaar lang met problemen. 'Pas als een andere sjamaan de "roepende geest" herkent en haar een initiatieritueel geeft, gaan die problemen over.' Maar dit gebeurt niet altijd. 'Veel vrouwen willen geen sjamaan worden, omdat er zo'n vooroordeel tegen ze bestaat in Korea. Daarom bieden ze weerstand. Pas als de toekomstige sjamaan zich overgeeft, en "de poort van woorden opent", voelt ze zich bevrijd en kan ze orakels geven waarbij ze in staat is het verleden, het heden en de toekomst van mensen in één keer te overzien.'
Na de initiatie moet ze in jarenlange training bij de sjamaan die haar ingewijd heeft. Bij deze 'spirituele moeder' leert ze de regels van de rituelen, drums bespelen, enzovoorts. Maar ze moet ook allerlei huishoudelijk werk verrichten. 'Vroeger kon je zelfs lijfstraffen krijgen', weet Bruno.

Wakker schudden
Tijdens haar jarenlange 'veldwerk' woonde Bruno talloze sjamanenrituelen bij. Het proefschrift 'The gate of words, language in the rituals of Korean shamans' is een verkenning en inventarisatie van de taal tijdens deze rituelen. Taal moet hierbij in veel ruimere zin worden opgevat. Ook non-verbale communicatie als lichaamstaal, muziek, dans, schreeuwen of juist stiltes heeft ze hierbij betrokken. In haar studie 'leest' ze de rituelen 'als een labyrint van communicatiekanalen dat alle participanten, zowel de zichtbare als de onzichtbare, verbindt.'
Daarbij maakt ze gebruik van de 'Speech Act Theory' uit de linguïstiek, in 1962 door de filosoof John Austin bedacht. Volgens deze theorie kunnen taaluitingen gezien worden als 'daden', of anders gezegd: iets zeggen is iets doen. De duidelijkste voorbeelden hiervan in de rituele taal zijn plotseling opduikende zinnen als 'ik help je' of 'ik bescherm je', die verondersteld worden door een godheid uitgesproken te worden. De zin 'ik help je' is behalve de letterlijke mededeling tegelijkertijd ook de actie van het helpen zelf, als zij met een bepaalde intonatie uitgesproken wordt.
Ook bevat de rituele taal veel elementen die de functie hebben om de luisteraar wakker te schudden of bij de les te houden, zoals plotselinge veranderingen in het taalregister. Hierbij valt te denken aan het plotseling overschakelen van Sino-Koreaans naar puur Koreaans, of van een formeel naar een informeel taalgebruik. Deze 'shifts' en 'switches' kunnen zelfs binnen korte zinnen optreden. Door nauwkeurige analyse van 'het verbale repertoire' van een sjamaan, stelt Bruno ook vast wie in welk deel van de rituele tekst de vermeende 'bron' is: de god, de voorouder of de sjamaan zelf.
Ook de meer 'sociolinguïstische' invalshoek komt in haar studie aan bod. Bruno demonstreert hoe je aan het taal- en gebarengebruik tijdens een ritueel kunt zien hoe de relatie tussen cliënt en sjamaan van een 'asymmetrische' naar een 'symmetrische' relatie verschuift. 'Asymmetrisch' wil zeggen dat er een machts- of kennisverschil is tussen de twee, zoals in de relatie arts-patiënt. 'Ik zag bijvoorbeeld hoe een cliënt in het begin van het een chom helemaal niet praatte, emotioneel geblokkeerd was, en hoe de sjamaan dan door gebaren en taal het gebied van de emotie van die cliënt binnendringt, tot de twee zelfs een intieme band krijgen, waarbij de cliënt de sjamaan ook "zus" noemt, een woord dat je gewoonlijk alleen voor hele intieme vrienden gebruikt.'
De linguïstiek maakt het dus mogelijk religieuze rituelen te verhelderen. Bruno hoopt dat haar aanpak navolging vindt:: 'Ik denk dat deze combinatie van linguïstiek en cultuurstudie erg nuttig is. Ook religiewetenschappen zouden veel baat kunnen hebben bij een linguïstische invalshoek.'

Deze maand vinden er drie optredens plaats van een groep Koreaanse sjamanen, onder leiding van Jung Munsan. Zat. 22 sept. om 19.30 u. in het Amsterdamse KIT Tropentheater, vrij. 28 sept. om 15.00 u. in het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en zo. 30 sept. om tussen 12 en 16 u. in het Museum van Volkenkunde in Leiden.