De Leidse universiteit hoort tot de beste in Europa, maar daarop prat gaan is gevaarlijk, zegt collegevoorzitter Loek Vredevoogd. 'Het risico van zelfvoldaanheid ligt in Leiden altijd op de loer.' In Nederland wordt het zichtbaar maken van kwaliteitsverschillen ook niet op prijs gesteld, hoewel het met de komst van het BaMa-model onontkoombaar is.
Hans Ariëns
Is het een Leids wetenschapswonder? Volgens een recent onderzoek van impact-meter en benchmarker Ton van Raan hoort de Leidse universiteit tot de top in Europa, in ieder geval in de bèta- medische en sociale wetenschappen. Het onderzoek beslaat de laatste vijf jaar, een periode waarin de Leidse universiteit er financieel niet florissant op stond. Ook nu nog zijn de geldzorgen bepaald niet geweken. Hoe kan de Leidse universiteit dan toch zo goed presteren? Hoogleraar Van Raan houdt er op dat de reputatie van een universiteit grote aantrekkingskracht uitoefent op goede mensen. En dat juist een relatief kleine en niet-kapitaalkrachtige universiteit selectief moet zijn, keuzes moet maken. En wat denkt de collegevoorzitter zelf? 'Ik heb me inderdaad ook afgevraagd wat onze succesfactor is. Naast de punten van Van Raan heeft dat volgens mij ook te maken met het klimaat in Leiden. Leiden munt niet uit door een strakke organisatie, maar het geeft wel veel ruimte aan goede mensen. Een voorbeeld: kijk eens naar de vrijheidsgraad die de fantastische taalwetenschapper Frits Kortlandt heeft. Zelf zijn dergelijke mensen overigens lang niet altijd tevreden. Frits Kortlandt zal niet gauw zeggen: wat heb ik het toch fijn hier.'
Wat is de rol van het college van bestuur daarbij?
'Het college kan dat bijvoorbeeld stimuleren door zich op bepaalde punten te onthouden van gedragingen. Het moet niet al te directief zijn tegenover de faculteiten.'
Is dat een kwestie van bestuurlijke zelfbeheersing of accepteren van historisch gegroeide situaties?
'Het is zeker niet alleen zelfbeheersing, maar ook realiteitszin: je ziet in dat ingrijpen op sommige plaatsen weinig toevoegt. Het is ook niet altijd nodig direct in te grijpen. Met bewondering heb ik bijvoorbeeld waargenomen hoe de faculteit Sociale Wetenschappen haar kwaliteit heeft verbeterd. Vroeger werd ze wel gezien als het zorgenkindje van de universiteit, maar er is een strak beleid ingezet onder andere op het gebied van publicatienormen. Bij W&N was zo'n beleid niet nodig, daar is de internationale concurrentie zo dwingend dat de wetenschappers uit zichzelf al hoge eisen aanleggen.'
'Aan mensen die hoge prestaties hebben geleverd, is het moeilijk uit te leggen dat ze moeten verdwijnen'
We spreken Loek Vredevoogd aan de vooravond van de opening van het academisch jaar. Zijn media-optredens doseert hij - het laatste Mare-interview dateert bijvoorbeeld van ruim een jaar geleden - vanuit het standpunt dat de collegevoorzitter geen prima donna is en niet bewust de publiciteit hoeft te zoeken. Maar nu grijpt hij de traditionele jaaropening aan om de positie van Leiden bij de komst van de bachelor-masterstructuur uiteen te zetten. Het BaMa-model, zo is Vredevoogds overtuiging, zal niet tot grotere transparantie en onderlinge vergelijkbaarheid leiden in het Europese hoger onderwijs, maar juist tot grotere verschillen. 'Voor studenten zal het er steeds meer om gaan wáár ze hebben gestudeerd. De ene bachelor is de andere niet, de ene master is qua inhoud en niveau veel bescheidener dan de andere. Dat gaat problemen opleveren', aldus Vredevoogd in zijn rede.
Bent u blij met de overgang naar de bachelor-masterstructuur?
'BaMa is in een bijzonder hoog tempo op ons afgekomen. Maar ik ben wel erg enthousiast over de operatie zelf. Het dwingt ons het hele onderwijs onder de loep te nemen in het licht van de nieuwe ontwikkelingen in wetenschap en maatschappij. Zeker in Leiden, waar men hecht aan traditie, is dat heel goed. Het is belangrijk de keuze voor het monodisciplinaire als mogelijkheid te behouden. Maar tegelijkertijd moeten mensen die vakken willen combineren, daar ook de gelegenheid voor krijgen. De facultaire grenzen hoeven niet meer bepalend te zijn, evenmin als de universitaire. Wij zullen studenten soms adviseren hun mastersfase in Delft te doen, bijvoorbeeld, of aan een met ons niveau vergelijkbare universiteit in het buitenland. De bachelor-masterstructuur biedt ook meer mogelijkheden tot differentiatie. Binnen één opleiding zou de meer op de praktijk georiënteerde variant in vier jaar kunnen worden afgerond en de variant die opleidt voor het onderzoek, in vijf jaar.'
De invoering van BaMa trekt ook een zware wissel op de inzet van de Leidse medewerkers - terwijl er de afgelopen jaren al het nodige in het onderwijssysteem veranderd is.
'Dat is waar. We moeten erkennen dat de invoering van BaMa een enorme krachtsinspanning vergt van veel mensen in de universiteit. Tegelijkertijd merk ik ook dat de vernieuwing van het onderwijs heel inspirerend kan werken. In de Rechtenfaculteit bijvoorbeeld heeft het tot veel elan geleid.'
Het aanbieden van major-minor combinaties, met in elke faculteit bedrijfswetenschappen als mogelijkheid, lijkt een breuk met het traditionele Leidse profiel. Is het een concessie aan de slag om de student?
'Daar houdt het verband mee. Het is een bijstelling van de koers, want we waren natuurlijk vrijwel uitsluitend monodisciplinair gericht. Voor sommige jongeren is dat aantrekkelijk, maar voor een steeds groter wordende groep niet. Er zijn jongeren die klassieke talen gaan studeren, maar toch het bedrijfsleven in willen. In Engeland was dat al heel gebruikelijk, maar nu zie je dat fenomeen ook bij ons opduiken. Het bedrijfsleven heeft best interesse in die studenten, vanwege hun ordenend vermogen en hun analytische kwaliteiten. Die jongeren voelen zich geruster als ze ook al enige kennis van het bedrijfsleven meekrijgen.'