counter free hit unique web
Studenten-ABC - Mare 01, 6 september 2007

Van ADTEN tot ZOOIEN

DAVID BREMMER & ARJEN VAN VEELEN
Welke woorden moet een Leidse eerstejaars kennen om zichzelf verstaan te maken? Mare presenteert het academisch abecedarium. Zo dat je niet voor een duft of een ar wordt aan gezien als je een hertje wil regelen.

A

Adten: je bierglas, al dan niet vol, in een keer achterover slaan. Afkomstig van het Latijnse ad fundum, tot de bodem

Accepteetje: als je bij het mexen (zie aldaar) de sjaak bent. Als in: ‘Adten met je kutje, da’s gewoon een accepteetje.’

All-innetje: zie Regelen

Ar: arbeider, ofwel Leienaar: inwoner van Leiden die niet studeert. Verzamelnaam: de burgerij

Augi: gezelligheidsvereniging Augustinus, ofwel Stinus, ofwel de club


B

Bal: zie Corps

Brak: ben je bijvoorbeeld na een nachtje mexen. Enige oplossing: uitbrakken

BSA: zoek snel uit wat deze oer-Leidse term precies betekent


C

Camiel: uitbater van de snackbar naast de Plex. ‘Ben even naar Camiel’ betekent: ‘ben sigaretten of snack halen’

Cleveringaweek: week ter herdenking van Rudolph Cleveringa, de hoogleraar die in WO II een rede hield tegen het ontslag van Joodse collega’s

Corps: Minerva, oudste Leidse studentenvereniging. Spreek uit: koor. Een corpsbal is een mannelijk lid. Bijvoeglijk naamwoord: corporaal

Chill: relaxed, oké. ‘Een chille gast’


D

Decaan: baas van je faculteit; altijd een professor

Dies: spreek uit diejes. Van dies natalis, de verjaardag van de universiteit (sinds 8 februari 1575)

Drie Oktober: spreek uit ‘dwrie oktowbuwr’. Het carnaval van de ar. Feest ter herdenking van bevrijding van de Spanjool. Grote kans dat je die dag een nummer hoort van Rubberen Robbie: Leidse band met de nummer één hit met ‘De Neduwrlandse stewrre, die strawle overûrral.’ Maakt binnenkort comeback met een musical

Dubbel gemengd: als in jouw huis, man en vrouw van verschillende verenigingen, vreedzaam samenwonen

Duft: student uit Delft, Dufterik, oftewel een fietsenmaker


E

Eetje’s: pleuro’s, knaken, dukaten ofwel duku’s


F

Fluim: nietsnut

Fusie: gemeenschappelijke ruimte in een studentenhuis


G

Galaplicht: de ongeschreven regel dat de galadate na het gala geregeld (zie aldaar) mag worden. Op Minerva ‘semperplicht’ genoemd

Gast: pik, lul, dude, gozer

Geil: supermooi of superleuk. Hij woont in een geil huis. Onze commissie is supergeil


H

Hifi: studentendisco naast Minerva. Spreek uit ‘hiefie’

Highfly: de Hoog, ofwel de supermarkt Hoogvliet

Hospiteren: een vleeskeuring waarbij je je tijdens een kringgesprek moet profileren om woonruimte in een studentenhuis te bemachtigen


I

Indikken: dicht op elkaar zitten. Bij ontgroeningen gebruikte techniek waarbij eerstejaars urenlang indikken terwijl ze bijvoorbeeld liederen leren

Inkopen doen: naar de Hoog om eten te halen voor het huiseten

Io Vivat: van oorsprong Leids studentenlied gezongen bij opening academisch jaar


J

Jasjedasje: in pak


K

Kakkend: erg of zeer. Multi-inzetbaar. Bijvoorbeeld Kakkend schraal

Kamp: het DUWO-wooncomplex aan de Verlengde Wassenaarse weg. Voormalig asielzoekerswoningen

Kansloos: triest. Bijvoorbeeld: ‘ik heb zin in kansloos zuipen’: drinken om het drinken; ‘het licht uit je ogen zuipen’

Kazig: slecht. Inmiddels bijna overal vervangen door schraal of karig

Keren: het bed met je slapende huisgenoot en al omdraaien

Kikkeren: gehurkt springen. Strafmaatregel binnen het meer studentikoze gezelschap

Kip(petje): chickie of hertje. Een vrouwelijke studente

KMT/NKT: (Na)Kennismakingstijd bij de grote gezelligheidsverenigingen. Alleen bij Minerva is deze periode nog een echte ontgroening

Knor: student die geen lid is - ofwel geen lid is van het corps. Pejoratief gebruikt

KOG: Kamerlingh Onnes Gebouw aan de Steenschuur waarin Rechten is gehuisvest. Een eeuw geleden in gebruik als natuurkundelab. Einstein en andere Nobelprijswinnaars waren er kind aan huis


L

Les: heb je op school. Op de universiteit loop je college. Je leert er niet, maar studeert voor een tentamen (Of je draait een studieshiftje. Of je gaat uppen= naar de UB)

Leids kwartiertje: de traditie dat colleges vijftien minuten later beginnen dan op je rooster staat

Leids Ontzet: zie Drie Oktober

Lugdunum Batavorum: Leiden op z’n Latijn


M

Mexen: drankspelletje

Mogûh: proost (op sommige verenigingen)

Mos: traditie op studentenvereniging. Meervoud: mores. Het is mos dat je over een mos niet praat


N

Nestor: huisoudste. Afgeleid van de oudste onder de Griekse vorsten die tegen Troje streden

Nul: een sjaars


O

Odessa: studentenkroeg


P

Pee: je propedeuse

Pedel: ceremonieel geklede universiteitsmedewerker die onder meer zorg draagt voor het goed verlopen van promoties

Peli: Pelikaanhof. Groot studentenwooncomplex aan de Hooigracht. Had vroeger een slechte naam, nu na een intensieve renovatie niet meer. Zie ook SLS

Pint: biertje

Pit: televisie (Minervanen)

Plexus: Studentencentrum op de Kaiserstraat. Soms ook: Plex

Poepel: champagne. Als in ‘Spuiten met die poepel!’

Powernappie draaien: een hazeslaapje doen als je moe bent maar het nog geen tijd is om te tukken

Porno: als bijvoeglijk naamwoord gebruikt: gaaf. Raakt uit

Profileren: jezelf, je huis, je clubje of dispuut presenteren. In de aandacht staan. Binnen veel verenigingen is het belangrijk dat je je profileert


Q

Q: kort voor Quintus. ‘ Ik ben op Q’


R

Rap: het Rapenburg, Nederlands bekendste gracht. Hier staat het Academiegebouw. Prins Willem Alexander woonde hier als student

Ranzig: Vies. Kun je van een koelkast zeggen maar ook van een verhaal

Regelen: een kippetje of gast scoren ofwel fixen. Er is discussie over de vraag of alleen tongen ook al regelen is, of dat je daarvoor ook echt gebatst moet hebben. Sommigen vinden dat als je zegt dat je gister iemand geregeld hebt - terwijl je die alleen hebt gecheckt - je dan een schrale gast bent. Maar regelen kan voor anderen zowel ketsen, checken als snavelen zijn; maar als je iemand aanduwt, heb je die zeker geregeld. Kortom, dan had je een all-innetje


S

Schraal: karig, ofwel: irritant of suf. Bijvoeglijk en bijwoordelijk te gebruiken. Bijvoorbeeld: ‘een schrale gast’

Sheriff: Eikel. Als iemand op je teen staat

Sjaars: Zie Nul. Ook twaars (tweedejaars) wordt gebruikt

Sjeffen: iets voor elkaar krijgen. ‘Een maaltijd sjeffen.’

Sjezen: je studie niet afmaken

Sjorren: trekken. ‘Ik sjor het echt niet’

Sletten: Werkwoord: naar de tent of de club gaan om iemand te regelen

Sluitje, een sluitje draaien: doorgaan tot sluitingstijd (van de tent of van de UB)

SLS: Stichting Leidse Studentenhuisvesting (SLS Wonen). Meeste studentenkamers worden door de SLS verhuurd. Assortiment varieert van monumentale huizen aan het Rap tot woonfabriekjes als de Peli of de Klik(spaanweg)

Sog-projectje: Studie Ontwijkend Gedrag-projectje. De afwas gaan doen terwijl je moet studeren

Spiegelen: De inrichting van de kamer van je huisgenoot midden in de nacht honderd tachtig graden draaien. Voor als je keren te makkelijk vindt

Spieken: Een pizza halen bij de Spiekeria, pizza-afhaal toko in de Pieterskerk-Choorsteeg. Natte pizza’s, maar wel snel gemaakt en goedkoop

Stuko: Studentikoos


T

Tent: de sociëteit van Minerva op Breestraat 50

Tering: spreek uit ‘teerwring’. Stopwoord van de Leienaar

Thuis: Waar je woont. Niet: waar je ouders wonen (Minerva)


U

UB: Universiteitsbibliotheek aan de Witte Singel

Unit: ding. Die nieuwe barbecue is een mooie unit. Ook: ‘Turkse unit’ voor Turkse pizza


V

VAP: Verplichte Avonden Periode bij Quintus waarbij de sjaarzen een dispuut moeten vinden. Lukt dat niet dan ‘zit je zonder’ en ben je, in gewoon Nederlands, een ‘loser’


W

Wijf: hertje


X

X-boxen: Zie SOG-projectje


Y

Yoghuren, vol- : zie regelen


Z

Zooien: Een soort judo voor dronken studenten in pak. Heet in andere studentensteden ook wel ‘brassen’

Zuipen: pinten hakken,of bieries doen (op Quintus: bavjes doen)


Met dank aan bewoners van studentenhuizen de Ransuil (Flanorpad), de Duivelspoort (Pieterskerkhof) en de Roze Parel (Kaiserstraat)