counter free hit unique web
REPORTAGE - Mare 26, 29 maart 2007

Studentenverkiezingen in Jeruzalem en Ramallah

MENSEN STERVEN, maar voetstappen blijven’


De colleges zijn afgelast en studenten kamperen voor de gesloten bibliotheek. De Leidse studente Arabisch Anna Bukhari die in Jeruzalem en Ramallah studeert, beschrijft voor Mare de verschillen tussen twee universiteiten in verkiezingstijd. ‘Jazeker, de democratie moet verdwijnen.’

‘De meeste Hamasmeisjes studeren aan een bètafaculteit. Bij economie en letteren zitten veel meer Fatah-aanhangers.’ Tweedejaars natuurkunde Hanien Darwish zit op een muurtje in de zon bij de ingang van Bir Zeit University. Ze is moslima, maar draagt geen hoofddoek en is daarmee een uitzondering op haar faculteit. Om haar heen zitten tientallen studenten te discussiëren. De meisjes meestal twee aan twee, de jongens in grotere groepen.

Bir Zeit is de meest prestigieuze universiteit van de Palestijnse gebieden, gelegen in het gelijknamige stadje op een heuvel net buiten Ramallah. Zevenduizend studenten zijn verspreid over vijf faculteiten met 21 majors.

Aan het begin van het nieuwe semester draait voor de Palestijnse studenten alles om politiek. Nog geen week nadat de colleges zijn begonnen is de universiteit alweer gesloten, vanwege studentenprotesten tegen de hoogte van het collegegeld. De bibliotheek is dicht, de colleges zijn afgelast, maar het terrein is toch overvol.

De ingang, waar ook de bèta’s zijn gevestigd, is het territorium van Hamas. Overal hangen vlaggen en spandoeken met leuzen als ‘Mensen gaan dood, maar hun weg en hun voetstappen blijven’, met daaronder foto’s van Sheich Yassin (de oprichter van Hamas) en Hassan al-Banna (oprichter van het Moslimbroederschap). Er staat een tent waarin de demonstranten kunnen overnachten. Op een bord wordt een week lang gratis brood voor iedereen aangekondigd. Vanaf het podium klinken afwisselend opgewonden toespraken, boze strijdliederen en droevige religieuze liederen over martelaren.

Bij de economiefaculteit, waar opvallend veel meisjes met onbedekt haar rondlopen, staan de democraten en de communisten met posters van Che Guevera. Het is er beduidend minder druk. ‘Ik weet niet of er veel mensen zijn die het collegegeld echt niet kunnen betalen’, zegt politicologiestudente Sarah Bazzar. ‘Er zijn regelingen om in termijnen te betalen en beurzen uit Saoedi-Arabië en verschillende politieke partijen. Maar over een maand zijn de studentenverkiezingen, dit is ook een manier voor de partijen om zich te profileren.’

Drie dagen later is de staking nog steeds in volle gang. Hoewel de universiteit officieel gesloten is, stappen de studenten gewoon door een gat in het hek. Een groep jongens heeft in de tent en in het bestuursgebouw geslapen en zit nu zwaaiend met vlaggen op de trap, wachtend op de uitslag van een vergadering tussen het universiteitsbestuur en de studenten. Een jongen en een meisje zitten op een bankje, het bovenlichaam naar elkaar gebogen, maar zorgvuldig vermijdend elkaar aan te raken.

De ingang is nu voor de islamitische organisatie Hizb ut-Tahrir, die spandoeken en vlaggen heeft opgehangen. ‘Jazeker, de democratie moet verdwijnen’, zegt Nashad Abdullah vanuit zijn stand. ‘Deze regering wordt toch niets. De enige juiste oplossing is de terugkeer naar een groot islamitisch rijk, geregeerd door een rechtvaardige Kalief. Zo was het immers ook in de bloeitijd van de islam, vlak na de dood van Mohammed. Maar wij willen geen geweld, wij geloven dat dit rijk vanzelf zal komen, omdat steeds meer mensen ervan overtuigd raken dat het zo moet zijn.’

De vraag hoe dat Kalifaat er dan moet uitzien, beantwoordt hij in plaats van met concrete voorbeelden met Korancitaten.

‘Ook op de universiteiten is er een sterke hang naar conservatisme en geloof’, zegt documentairemaakster, romanschrijfster en bekend vrouwenactiviste Liana Badr. ‘Het is een reactie op het steeds moeilijker wordende leven door de bezetting en de komst van de muur. Mensen met familie in Nablus gingen vroeger een avondje in de week bij hun ouders op bezoek, omdat het een half uurtje rijden was. Nu kunnen ze er soms weken niet heen en duurt de reis uren.’


Dat geldt ook voor wie naar de Hebrew University (HU) in Jeruzalem wil, veertig kilometer verderop. Vroeger was het twintig minuten rijden, nu bevindt zich tussen de twee universiteiten de bijna voltooide muur en het checkpoint Qalandiya, dat van simpel roadblock is veranderd in een zwaar beveiligde grens. Via een woud van blauwe hekken worden passanten in een nauwe sluis geperst met aan weerszijden kogelwerend glas. Behalve de wachtende Palestijnen is er niemand te zien tot aan de paspoortcontrole.

De universiteit van Jeruzalem heeft vijf maal zoveel studenten als Bir Zeit. Hiervan is ongeveer 10 procent van Palestijnse afkomst, al luidt de officiële boodschap dat dit niet wordt geregistreerd. De meeste Israëlisch-Palestijnse studenten zijn uit Oost-Jeruzalem afkomstig, of uit ‘De Driehoek’, een gebied ten westen van Tel Aviv, dat tot 1949 onder Jordaans bewind stond en daarna is teruggegeven aan Israël. De Palestijnen die hier wonen zijn nooit gevlucht en hebben de Israëlische nationaliteit.

‘Ik studeer hier omdat het dichtste bij is’, zegt derdejaars computerkunde Abd Masarwih. ‘Ik woon in de driehoek en het is geen doen om elke dag door al die checkpointen naar Ramallah te gaan.’ Studenten van de West Bank hebben geen keuze. Met hun identiteitsbewijs kunnen ze alleen het gebied verlaten na schriftelijke toestemming van de instanties. Even op en neer naar Jeruzalem is er voor hen niet bij.

Ook aan de Hebrew University is het nieuwe semester begonnen met verkiezingen, al ontbreken hier de megafoons. Op het centrale overdekte plein heeft ieder van de vijf partijen een eigen stand met sweaters en glossy folders. Net als op Bir Zeit zijn ook hier de studentenpartijen direct verbonden met de nationale partijen. Populair is de partij van Azmi Bishara, een Israëlische Palestijn, die ook in het Israëlische parlement zit.

‘We vechten voor dezelfde burgerrechten als de andere Israëli’s en natuurlijk ook voor een Palestijnse staat’, zegt Huzaam Hardak, een vlotte sociologiestudente met lang zwart haar. ‘Maar we willen wel een scheiding van religie en staat.’ Op haar trui staat een boos mannetje en in het Arabisch: ‘Eén nationaal identiteitsbewijs en gelijke rechten voor iedereen.’ Het mannetje, legt ze uit, is Handala: het symbool van de Palestijnen in Israël.

Abnaa al-Balad, een van de andere partijen, heeft een hele avond georganiseerd. De zaal zit stampvol met leden, herkenbaar aan hun roodwit geblokte Palestijnse sjaal. Naast een aantal hoofddoekjes zijn er ook lange losse haren, korte rokken en strakke truitjes. Het is opvallend hoe makkelijk de jongens en meisjes met elkaar om gaan.

Na twee toespraken volgt een theatervoorstelling waarvan elke grap met luid applaus wordt beloond. Dan volgt de uitsmijter van de avond. De zaal wacht doodstil op een internetverbinding met de populaire verzetszanger Shukayr uit Damascus. Via hortende en stotende beelden betoogt hij zijn steun aan de Abnaa al-Balad. Met de armen om elkaars schouders hebben de leden zich voor de webcam verzameld. Zwaaiend met de partijvlag zingen ze zijn bekendste liederen.

‘De Israëlische Palestijnen willen nog moderner en beter zijn dan de Israëli’s’, zegt Imaan Abu Atta, die zelf aan de HU heeft gestudeerd. ‘En het lukt ze vaak nog ook, ze krijgen de beste banen en de leukste jongens’, weet ze uit ervaring. Vorige week trouwde. Met haar echtgenoot vertrekt ze binnenkort naar Engeland om daar verder te studeren.


Anna Bukhari is een pseudoniem. De auteur heeft hiervoor gekozen om reisproblemen in het Midden-Oosten te vermijden. Ze vreest dat ze niet meer tot Syrië of Iran wordt toegelaten als bekend wordt dat zij in Israël is geweest.