counter free hit unique web
REPORTAGE - Mare 10, 9 november 2006

Studentenweerbaarheden strijden om Schiettrofee

‘Gewoon ALLES ERUIT KNALLEN

ARJEN VAN VEELEN
De Leidse studentenweerbaarheid Pro Patria streed vrijdag met de concurrentie om de Prins Bernhard Schiettrofee. Zo’n zesduizend patronen gingen er doorheen. ‘Dit is the real thing. De terugslag die je voelt, de geur van het kruit.’

‘Heren! Door de hoeven!’ In de bossen van de Veluwe schreeuwt een commandant van Infanterie Schietkamp Harskamp drie Leidse studenten toe. Ze gaan liggen. In hun hand een Diemaco C7 geweer; voor hen een zandvlakte met schietschijven. Maar eerst vijf patronen verschieten om te wennen. ‘Heren…laden!’

De studenten klikken de magazijnen in hun Diemaco’s. ‘Heren schutters…gaat uw gang!’ Het echoot op de vlakte. Kruitdamp kringelt uit de geweren. Honderd meter verder stijgen stofwolkjes op.

‘Stop, stop, stop!’ schreeuwt de baancommandant. Twee van de drie schutters hebben hun patronen al verschoten. Alleen rechtenstudent Egbert van Rappard vuurt nog door. Een foutje: in zijn magazijn zaten meer dan vijf patronen.

Eenmaal uitgeschoten steekt hij zijn duim op naar een forse zwarte militair van de Nationale Reserve die aan een tafel met magazijnen zit. Hij heeft een blauwe band aan ten teken dat hij over de munitie gaat. Van Rappard: ‘You’re my boy, blue!’

Na het inschieten begint de echte proef. Tien kogels, 25 seconden, doelen op honderd meter afstand. De studenten liggen weer. ‘Heren schutters… gaat uw gang!’

Hete patroonhulzen vliegen uit de geweren. Op de computerschermpjes naast hen verschijnen in oranje keurige puntenwolkjes rond de bulls eye. ‘Lekkerrr! Heel goed Ernst Jan!’ roept de rest. ‘Hij ligt wel lekker te knallen nu.’

Dit is geen potje lasergamen, vindt Olivier van Kuyen, commandant van Pro Patria en student kunstgeschiedenis en rechten. ‘Dit is the real thing. De terugslag die je voelt, de geur van het kruit.’

Zeven studentenweerbaarheden doen mee aan de jaarlijkse Prins Bernhard Schiettrofee. Ongeveer zesduizend patronen gaan er doorheen.

De Koninklijke Leidsche Studenten Vereeniging tot Vrijwillige Oefening in den Wapenhandel ‘Pro Patria’, onderdeel van Minerva, bestaat die dag precies honderdveertig jaar. In principe kan elke Minervaan lid worden. ‘Maar je moet niet met politieke verhaaltjes komen’, zegt van Kuyen. ‘Dan ben je meteen weg.’ Hij selecteerde de tien schutters, op grond van de tweemaandelijkse oefeningen. En op de sociëteit schieten ze soms met luchtbuksen op brandende kaarsen of op de veters van opgehangen schaatsen. ‘Dan zie je ook wel wie goed is.’ Hoe goed eigenlijk? ‘Vorige keer deden we een wedstrijdje tegen de nationale reserve en toen waren wij beter.’

De geschiedenis van de club gaat terug tot de Leidsche Vrijwillige Jagers, studenten die tijdens de tien daagse veldtocht in 1831 in actie kwamen, de enige keer - afgezien van de verzetsdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog - dat ze in het vuur lagen.

De strijd tegen de Belgen wordt nog altijd bezongen in het Weerbaarhedenlied. ‘En eens dan komt de dag / Waarop wij allen wachten / Dan gaan wij naar de grens / Om Belzen af te slachten’. En nog immer wordt bij de sociëteit van Minerva het Leidse jagerstafeltje gedekt, voor drie Leidse jagers die vermist raakten in deze strijd tegen die ‘Belzen’. De mythe wil dat één van hen dronken in een sloot viel en zo overleed.

Van Kuyen: ‘Dat verhaal gaat over Huet. Die is wel echt beschoten. Dat weet ik omdat ik in de verte nog familie van hem ben. Hij kwam beschonken uit de kroeg en werd toen in zijn been geschoten door een Belg en is aan de verwondingen bezweken.’

Tot 1968 lagen bij Minerva nog de in beslag genomen wapens van de Duitsers. Sommige leden hebben ook een jachtvergunning. Maar Pro Patria is nu vooral traditie. Vrouwen kunnen sinds drie jaar ook toetreden. Vandaag zijn ze er niet bij. ‘Die mogen niet mee’, grapt rechtenstudent Egbert van Rappard. ‘Het is echt mannenwerk. Je zet een vrouw ook niet achter een ploeg.’

Na het schieten stellen de tien studenten zich in een rij op. De baancommandant vraagt aan iedereen: ‘Bent u in het bezit van munitie of delen van munitie?’ ‘Een gewetensvraag’, zegt hij even later. ‘Er zullen vast wel eens wat patronen verdwijnen. Soms hoor je gerinkel in een broekzak.’

Gedurende de schietwedstrijd, die een dag duurt en zich afspeelt op verschillende banen, is de vijand niet in zicht, alleen te horen aan het geknal in de verte. Utrecht, immer in driedeel op de baan, is de gedoodverfde winnaar. De afgelopen drie jaar pakten ze de prijs. Den Haag is de enige weerbaarheid die niet gelieerd is aan het plaatselijk corps. Van Kuyen: ‘Om Den Haag wordt een beetje gelachen. Ze nemen het veel en veel te serieus. Ze geven elkaar onderlinge titels als ‘luitenant’ en ze marcheren in gevechtstenue.’ De battledress van Leiden is spijkerbroek en capuchontrui.

Pro Patria loopt naar de volgende schietbaan. Voor het laatste onderdeel staan de doelen op driehonderd meter. Olivier: ‘Dan kun je echt geen afwijking hebben. Ik heb –0,75, maar geen lenzen in. Dat wordt dus een beetje gokken.’ Een ander tipt: ‘Je moet een plukje gras recht in de baan van het schot gebruiken om te richten’.

De doelen klappen omhoog. ‘Heren schutters…gaat uw gang’, roept de baancommandant. Geknal klinkt en in de verte stuift zand op. Jeroen Linnartz schiet als laatste zijn magazijn leeg. Er klinkt applaus. ‘Top, hé?’ Drie van de vijf schoten waren raak. Linnartz is daarmee de beste van Pro Patria. ‘Heel veel Halo spelen (computerspelletje, red.)’, noemt hij als reden. ‘En ik heb thuis ook een buks.’

‘Yes! We mogen bursten’, roept een van de studenten dan. De toegift: met hun geweren op semi-automatisch magazijnen leegschieten. Richten is er niet bij, want de loop danst na het eerste schot. Ernst Jan: ‘Nu boeit het niet of je een doel raakt. Gewoon alles eruit knallen. Ik ga vragen of ik al mijn patronen in één magazijn mag.’

‘Tatata…tatata…tatata’ klinkt het. En: ‘Jieha! We peppered them!

De studenten gaan naar de kazerne terug. In de kantine kiezen ze een tafeltje. Een Wagenees, gekleed in een giletje in de kleuren van de driekleur, komt naar het Leidse tafeltje. ‘Nog zin om te zuipen? Er is zo een borrel op Ceres.’ ‘Hebben jullie dan nog Diemaco’s liggen?’ wil een Pro Patria-lid weten. ‘Nee, wel een Mauser en een Luger’, zegt de Wagenees.

Inmiddels staat Kolonel Baatman achter de microfoon ‘Dame en Heren’, begint hij, verwijzend naar de ene dame van Den Haag. Hij hoopt dat er meer vrouwen bij de weerbaarheden komen, ‘maar misschien past dat niet in de tradities’. ‘Als ik kijk naar jullie resultaten ben ik daar als militair behoorlijk van onder de indruk. In tien seconden negen van de tien schoten raak met pistoolschieten is gewoon heel goed.’ Dan volgt de uitslag. Utrecht wint, Leiden is vierde.

Organisator, luitenant Fred Kerkhof: ‘Als ik de verhalen moet geloven zijn ze redelijk losgeslagen in hun civiele leven. Maar de laatste jaren gebeurt het nauwelijks meer dat ze aangeschoten op de baan komen. En de schietresultaten zijn echt knap. Dat mag ook wel, want ze trainen heel veel.’ Zal dan ooit de dag komen dat de weerbaarheden worden gemobiliseerd? Kerkhof: ‘De kans dat ze ingezet worden in Afghanistan schat ik in als redelijk gering.’