counter free hit unique web
REPORTAGE - Mare 18, 26 januari 2006

Geneeskundestudent helpt in Pakistan na de aardbeving

Slachtofferhulp bij 6.7 op de Richterschaal


Erik Rodrigues Pereira (26) Na de aardbeving in Pakistan trok geneeskundestudent Erik Rodrigues Pereira (26) met een groep medische vrijwilligers naar het gebied rond Muzaffarabad, een van de ergst getroffen gebieden in de provincie Kashmir. ‘Dit moet een naschok zijn.’

Maandag 12 december 2005

Thank you so much for coming’, zegt Ali Abbas tegen ons als we in het donker uitstappen in Muzaffarabad. Hij ziet er anders uit dan de meeste Pakistani die we zijn tegengekomen: een vrolijke, dikke dertiger in spijkerbroek en met een rood Toyota-petje op zijn hoofd. Hij is met een team van Toyota Pakistan vanuit Karachi, zo’n 1200 km verderop, meteen na de aardbeving naar het getroffen gebied gegaan om te helpen.

In een groot huis waar het dak deels van is afgebroken, zitten we zonder schoenen aan tafel. We vragen wat voor hulp wij zouden kunnen bieden. ‘Even if you just see it, it will help’, stelt hij ons gerust, ‘you will tell it.

Wij hebben nog geen idee van wat we te zien zullen krijgen. Om ons toch een indruk te geven van wat ons allemaal te wachten staat, toont Ali ons een filmpje van kort na de catastrofale beving. Op het scherm van zijn laptop zien we een groep hulpverleners bezig met gewonden, alles ligt in puin. Ter plekke wordt de hulp zo goed en zo kwaad als het gaat vormgegeven. Een kind met een gat in zijn schedel wordt geopereerd op een modderige weg. Automonteurs assisteren.

Ali slaat expres hele stukken film over vanwege de shockerende inhoud. Dit zijn beelden die de openbaarheid niet snel zullen bereiken. Hoe zal het morgen zijn tijdens ons bezoek aan het getroffen gebied, vragen we. Ali antwoordt: ‘You will see.

Die nacht, terwijl we onder onze dubbele dekbedden rillen van de kou, worden we plots wakker door het klapperen van de slaapkamerdeur. Dit moet een naschok zijn. Buiten blaffen honden. Mijn hart klopt sneller. Opeens wordt het schudden nog veel krachtiger. Dan houdt het weer op. De rest van de nacht slaap ik niet meer zo vast.


Dinsdag 13 december

De volgende ochtend blijkt dat de naschok een kracht had van 6.7 op de schaal van Richter. Sommige mensen van het team zijn tijdens de schok ‘s nachts angstig naar buiten gerend. Vlak voordat we naar het kamp vertrekken, staat het voltallige team in carré om te bidden. Het gebed wordt geleid door de oudste: een zeventigjarige ex-soldaat met een grijze ringbaard, baret en uniform.

Hoewel de woorden voor ons niet te zijn verstaan, zien we dat ze van diep komen. Van ongeveer alle aanwezigen zijn familieleden omgekomen. Sayyad van drieëntwintig, een van de chauffeurs, heeft zijn moeder en zus verloren. Zijn opa is een been kwijtgeraakt. Al twee maanden werkt Sayyad iedere dag met slachtoffers van de beving. Aan het verwerken van zijn eigen leed is hij in het geheel nog niet toe gekomen.

Even later rijden we in colonne, met zwaailichten aan, omhoog. Als gevolg van de voortdurende naschokken zijn de wegen bij tijd en wijle onbegaanbaar. Pas vier weken na aardbeving kwam de toevoer van water en elektriciteit hier weer een beetje op gang, Terwijl we over wegen met enorme scheuren rijden, probeer ik gedachten aan een naschok uit mijn hoofd te zetten.

Alle huizen zijn getroffen, slechts enkele staan nog deels overeind. Hier en daar staat een tentenkamp. Boven ons raast af en toe een chinook over. Op een plateau in de buurt van een legerkamp staan drie nieuwe blauwe tenten met Chinese karakters erop, een aantal auto’s en driehonderd mensen die op ons wachten.

We besluiten een tent voor de behandeling van mannen en kinderen en een voor de behandeling van vrouwen te gebruiken. In de derde tent liggen zalfjes, pillen, mesjes in emmers. Uit de wijde omgeving zijn mensen toegestroomd. Slachtoffers uit de echt moeilijk bereikbare dorpjes worden met auto’s opgehaald. Bij iedereen wordt een nummertje op de hand geschreven. Dit systeem werkt al gauw niet meer zoals bedoeld. Mensen drommen rond de ingangen van de tenten. We worden geconfronteerd met heel veel leed: met oude wonden, nieuwe wonden. Voor onszelf hebben we geen tijd, we vergeten te eten en te drinken.

Een oude vrouw met een lelijke wond op de plek waar normaal de rechtervoet zit, is in een bed de berg afgetild. Zonder pijnstilling en zonder de daarvoor geëigende tang worden de krammetjes verwijderd. De vrouw houdt zich zeer sterk. Niet lang na de ingreep kan ze weer lachen.

Een van ons spreekt Urdu, de rest van de communicatie verloopt via de chauffeurs. ‘This man has painful uterus’, zegt onze vertaler over een zestigjarige man. Na doorvragen blijkt dat hij ‘anus’ wilde zeggen.

Een jongetje van vier heeft een enorme tumor in zijn buik. We laten hem naar het ziekenhuis in de stad brengen. Een meisje met gezwollen, pijnlijke knieën geven we het advies ze niet te belasten. ‘Maar hoe kan ik dan bidden?’ vraagt ze met niet begrijpende ogen.

Uit gesprekjes blijkt dat iedere familie wel iemand heeft verloren. Om hun gedachten een beetje af te leiden van al deze ellende, maak ik wat grapjes met de kinderen en de soldaten. In drie dagen zullen we meer dan vijfhonderd mensen helpen met pijnstillers en antischurftzalf, maar ook met advies en aandacht. Alle kleren die we bij ons hebben, geven we weg.


Vrijdag 16 december

Een man in een mooi lang hemd, een shalwar kamiz, heeft zijn twee kinderen meegenomen. Beiden hebben een aangeboren oogafwijking. Misschien omdat hij denkt dat ze anders geen hulp krijgen, zegt hij dat de oogafwijking door de aardbeving is gekomen.

Opeens wordt me duidelijk waar de pijn zit. Het leven gaat door, maar de ramp is nog lang niet voorbij. De steun van buitenaf is grotendeels afhankelijk van de aandacht die eraan gegeven wordt in de media. Deze mensen laten ons een machteloze roep om hulp horen.

’s Avonds, voordat we teruggaan, zegt Ali dat bij ieder lichtje op de berg een gezin hoort, en dat ieder gezin wel iemand heeft verloren. We rijden door het pikkedonker terug en zien ontelbare lichtjes op de bergen die ons omringen.

Erik Rodrigues Pereira


Op 24 februari wordt bij Cristofori (Prinsengracht 581-583) in Amsterdam een benefietconcert georganiseerd waarvan de opbrengst gaat naar het gebied rond Muzaffarabad. Zie ook http://beest.volkskrantblog.nl