counter free hit unique web
INTERVIEW - Mare 11, 17 november 2005

Leidse biologiestudent publiceert in Nature

Geen paniek om HAGEDISSENGIF

BART BRAUN
Freek Vonk: 'De baardagaam dient het gif te primitief toe en in te lage hoeveelheden'
Credit: W.K. Getrever (Serpo Delft)
Biologiestudent Freek Vonk (23) publiceerde hij deze week in Nature zijn onderzoek naar gifklieren bij hagedissen. De giffen zijn interessant voor de farmaceutische industrie. ‘Een beet zal een mens nooit vergiftigen.’

‘Jammer dat we in Nederland zo weinig giftige reptielen hebben’, verzucht Freek Vonk. ‘In het wild zijn ze het meest boeiend om te zien.’ De derdejaarsstudent biologie is helemaal wild van slangen en hagedissen. ‘Op mijn vijftiende mocht ik iemands tijgerpython aanraken, en toen is de liefde geboren. Ik ging naar huis en zei tegen mijn ouders dat ik ook een slang wilde. Mijn moeder riep: “Slang erin, ik eruit!”’

De eerste reptielen in huize Vonk waren geen slangen, maar drie luipaardgekko’s. Voor een vwo-stage ging hij op bezoek bij reptielenzoo Serpo in Delft, waar hij als vrijwilliger bleef hangen. ‘Binnen een half jaar had ik tien slangen op mijn slaapkamertje. Na anderhalf jaar waren dat er bijna vijftig.’ Vonk maakte de overstap naar gifslangen op zijn zeventiende. ‘Wat iemand bezielt om levensgevaarlijke dieren in huis te halen? Ik vind het fascinerende dieren die heel bijzonder gedrag laten zien.’

Van hobbyist werd hij onderzoeker. En met succes: tijdens het interview bellen persbureau Reuters en de Volkskrant, de wetenschapsbladen staan in de rij en het onderzoek naar hagedissen krijgt zelfs aandacht in de New York Times. Vorige week stond hij met een baardagaam in zijn handen voor een klein zaaltje van de bètafaculteit, nu baadt hij in de aandacht van de media. ‘Ik ben er allemaal reuze blij mee. Het kan de lezers geïnteresseerd maken in reptielen. Die staan bij veel mensen in een slecht daglicht, terwijl het in mijn ogen de meest fascinerende wezens uit het dierenrijk zijn.’

De baardagaam (Pogona barbata), zo ontdekten de wetenschappers van Integratieve Zoölogie waar Vonk stage liep, is giftig. ‘Vat dat niet verkeerd op! Een beet van een baardagaam zal nooit een mens vergiftigen. De manier waarop hij het gif toedient is te primitief, en de hoeveelheden gif zijn veel te laag.’ De gifklieren zitten er wel, en aan het gif zelf ligt het ook niet: tot Vonks verbazing trof de hoofdauteur van het Nature artikel, Bryan Fry, daar crotamine aan, een toxine dat ratelslangen gebruiken om hun prooi te doden. Het hagedisje gebruikt het om krekels en sprinkhanen te vangen.

Samen met zijn begeleider, hoogleraar Michael Richardson, analyseerde Vonk de gifklieren van de agaam. Het onderzoek was onderdeel van een groter project, waarover de twee samen met twaalf andere biologen deze week publiceerde in Nature. Er blijken veel meer hagedissen met gifklieren rond te lopen dan altijd werd gedacht.

Baardagaam (Pogona barbata)
Credit: Freek Vonk
De bekendste giftige hagedis is het gilamonster. Het beest is ongeveer zestig centimeter lang, geel gestreept, langzaam en alleen gevaarlijk als je ze oppakt. Hij heeft een broertje zonder strepen, de Mexicaanse korsthagedis, en tot voor kort was dat het wel. Er bestonden honderden giftige slangen, en twee giftige hagedissen.

‘Op Discovery Channel zijn er wel eens documentaires over Komodovaranen te zien’, vertelt Vonk. ‘Tijdens zo’n aflevering vertellen ze dan dat zo’n dier zijn prooien dood met behulp van bacteriën tussen zijn tanden.’ Bryan Fry besefte dat een infectie nooit snel genoeg zou verlopen om behulpzaam te zijn bij de jacht. Komodovaranen, en een paar andere varanensoorten, bleken gifklieren te hebben.

Met behulp van DNA-onderzoek stelden de onderzoekers de stamboom van het reptielenrijk vast. Vonk: ‘Tachtig procent van die indeling was een zooitje.’ De hagedissen die het nauwst met gifslangen verwant waren, bleken ook gifklieren te hebben. De gifklieren van de baardagamen waren extra interessant voor het onderzoek: ‘Bij slangen zitten de gifklieren in de bovenkaak, bij gilamonsters juist in de onderkaak.’ Vonk: ‘Men dacht dat die twee systemen apart van elkaar waren ontwikkeld. Baardagamen hebben echter heel primitieve gifklieren in zowel hun boven- als hun onderkaak.’

De baardagaam heeft een heel ouderwets gifsysteem. Vonk en zijn medeauteurs denken dat de voorouder van alle nu levende giftige reptielen iets soortgelijks moet hebben gehad. Op grond van de analyses van het mRNA in gifklieren, de manier waarop de klieren in elkaar zitten en de chemie van de giffen zelf gooiden ze de indeling van de giftige dieren in het reptielenrijk overhoop.

Vonk: ‘In principe zou 58 procent van alle slangen en hagedissen gifklieren kunnen hebben. Dat is geen reden tot paniek: een gedeelte zal hun giftigheid in de loop van de evolutie verloren hebben.’ Van de rest is een groot gedeelte niet giftig genoeg voor om gevaarlijk te zijn voor mensen.

De ontdekking van de gifklieren bij de verschillende hagedissensoorten is niet alleen interessant voor reptielenfanaten zoals Vonk. De farmaceutische industrie heeft een uitgebreide belangstelling voor giffen uit de natuur. Uit giftige planten, vissen, slangen en bacteriën (botox) worden allerlei medicijnen gewonnen. Het gif van gilamonsters wordt gebruikt bij de behandeling van suikerziekte.

‘Reptielengif is een belangrijke bron van giftige eiwitten. Dat zijn heel specifieke stoffen, die precies ingrijpen op één enkel proces in het lichaam. De weg naar een farmaceutische toepassing is natuurlijk heel lang, maar als onderzoeksmiddel in biochemische laboratoria kunnen zulke stoffen al vrij snel ingezet worden’, aldus Vonk, die binnenkort gaat beginnen aan een onderzoek naar de medische toepassingen van slangengif. ‘Of de geneeskundige toepassingen alleen een smoesje zijn om geld los te krijgen zodat ik reptielen kan onderzoeken? Zeker niet!’