counter free hit unique web
WETENSCHAP - Mare 11, 17 november 2005

Door nieuwe Flora van Nederland gaat oude indeling op de schop

Plantenbijbel verscheurt families

MARIJE SIEMENSMA
Flora-samensteller Ruud van der Meijden bij het standbeeld van Linneaus in de hortus: 'Hij was een genie'
Foto: Marc de Haan
De pas verschenen 23e editie van Heukels’ Flora van Nederland verschilt revolutionair ten opzichte van voorgaande edities. De nieuwste indeling van het plantenrijk is gebaseerd op DNA-onderzoek in plaats van morfologische kenmerken.

‘Het boekwerk is nodig. Zonder naam zijn dingen niks. De Flora is algemeen bezit net als de Dikke van Dale.’ De Leidse plantentaxonoom Ruud van der Meijden stelde voor de vierde keer Heukels’ Flora van Nederland samen. Alleen onderging de 23e editie van deze plantenbijbel een revolutionaire verandering. 122 Jaar standaardwerk ging over de kop. Planten die eerder nog tot dezelfde familie behoorden zijn nu onderverdeeld in verschillende families of andersom.

De nieuwe indeling is namelijk niet langer gebaseerd op morfologische kenmerken van de planten maar op de analyse van het DNA. Van der Meijden: ‘De Flora heeft altijd inzichten over de evolutie weergegeven. Dus deze nieuwe inzichten horen hier ook in thuis. Door het moleculair onderzoek weten we nu bijvoorbeeld dat de hazelaar met zijn ogenschijnlijk simpele katjes minder primitief is dan we op basis van uiterlijke kenmerken zouden zeggen. Minder primitief wil zeggen dat de plant verder afstaat van de gemeenschappelijke voorouder van de bloemplanten.’ De orchidee daarentegen blijkt hierdoor ineens tamelijk vooraan te staan. De nieuwe inzichten zijn ook toepasbaar in het medisch onderzoek. Door stamboomonderzoek ontdekte men dat een tumorremmende stof in het geslacht Calophyllum ook in een aantal nauwe verwanten kon worden gevonden.

De nieuwe editie bevat 151 nieuwe soorten, een aantal namen is gewijzigd. Gewoon herderstasje heet voortaan Herderstasje en Gewone veldsla is nu Veldsla. Van der Meijden: ‘Niemand vraagt in de supermarkt toch om gewone veldsla. Iedereen spreekt over Forsythia in plaats van over Chinees klokje en Cranberry is nu de officiële naam voor Grote veenbes.’

De uitgave is al sinds 1945 verbonden aan de Leidse universiteit en het Rijksherbarium in Leiden, tegenwoordig Nationaal Herbarium Nederland. ‘Ik heb de hoop dat dit nog lang zo blijft, om zo het wetenschappelijk karakter van de Flora te behouden. Ik zou eerst drie edities verzorgen, maar inmiddels is dit de vierde. Of er een vijfde komt? Zolang ik geen opvolger heb wel. ’

De gevolgen van het boek zijn letterlijk terug te zien in de systeemtuin in de Leidse Hortus, die is ook aangepast naar de nieuwe indeling. Linnaeus, de Zweedse wetenschapper die een indeling en nomenclatuur invoerde op basis van uiterlijke kenmerken als het aantal meeldraden en stampers bijvoorbeeld, kijkt nu uit over de tuin die de verschillende stadia van de evolutie weergeeft met de huidige wetenschappelijke kennis.

Van der Meijden: ‘Linnaeus was een genie. Hij had al door dat er een soort bouwplan ten grondslag ligt aan de verschillen per soort. Iedereen heeft het over Darwin, maar in mijn ogen is Linnaeus veel belangrijker geweest voor de wetenschap. Al maakte hij niet een indeling op basis van verwantschap, toch heeft hij geweten dat er zoiets was. Darwin’s boek On the origin of species had On the extinction of species moeten heten. Darwin laat zien hoe soorten uitsterven, maar hij verklaart niet hoe ze ontstaan. We zien dat soorten zich ontwikkelen, maar volgens mij gaat dat niet alleen via mutaties en adaptaties. Er moet een ander mechanisme zijn dat hieraan ten grondslag ligt. Wij mensen kunnen waar ook ter wereld klaversoorten als zodanig herkennen. Hoe dat bouwplan precies ontstaat snap ik niet. De kans is groot dat we dit binnenkort zullen vinden.’

‘Er verandert veel in de Nederlandse flora. Cultivatie van het landschap maakt dat er ook veranderingen optreden. De armen sprokkelden vroeger hout. Duindoorns kregen geen kans om te woekeren. Nu zijn het de natuurbeheerders die het moeten opruimen. In de centra van steden is het sommige gekweekte soorten gelukt om te ontsnappen. Zo vind je in verschillende steegjes in Leiden Slaapkamergeluk. Tot voor kort bestond deze alleen als kamerplant in Nederland, maar nu dus ook in het wild.’

Ziehier het probleem van de samenstellter: het boek is nog maar net verschenen of het is eigenlijk al niet meer up to date. Van der Meijden: ‘Ik hoorde deze week nog dat Wilgsla, waarvan we dachten dat het uitgestorven was in Nederland, op de Afsluitdijk groeit. Ik weet zeker dat we ook over zeven jaar hard een nieuwe Flora nodig zullen hebben. Doordat we steeds weer nieuwe soorten ontdekken in Nederland en ook doordat we nieuwe ontwikkelingen doen aan de hand van het onderzoek op moleculair niveau. Toen deze editie in druk ging, ontdekten we dat Muizenstaart eigenlijk een Boterbloem is, alhoewel deze er qua uiterlijke kenmerken niet op lijkt. De nieuwe indeling zal de komende jaren wel zo blijven, maar in korte tijd kan er veel veranderen in de zeldzaamheid en de verspreiding.’