counter free hit unique web
MENSEN - Mare 06, 6 oktober 2005

Pieter Baas neemt afscheid als directeur van het Herbarium

‘De minst exacte der exacten’

CHRISTIAAN WEIJTS

‘Toen stak een rugstreeppad mijn aardappelpaadje over en dacht ik: wat is de natuur toch mooi!’ Prof. dr. Pieter Baas (61), scheidend directeur van het Nationaal Herbarium Nederland, geeft volgende week dinsdag zijn afscheidsoratie, en kijkt terug op zijn directoraat en hoogleraarschap

Het Nationaal Herbarium Nederland herbergt zo’n vier miljoen florasoorten. Had u van kinds af aan al belangstelling voor planten, bomen en bloemen?

‘Helemáál niet! Als middelbare scholier was ik vrij diffuus in mijn belangstelling. Ik was het meest geïnteresseerd in geschiedenis, maar had Mulo en hbs-b, en zou dus nog staatsexamen hebben moeten doen. Mijn tweede keus was scheikunde en natuurkunde, maar in de vakantie vóór mijn studie had ik ineens een vlaag van kennis: ik heb twee linkerhanden. Ik zag mijzelf al in een laboratorium glaswerk breken. Ik werkte op het platteland - aardappels rooien en dat soort werk, heel rustgevend – en toen stak een rugstreeppad mijn aardappelpaadje over en dacht ik: wat is de natuur toch mooi! Laat ik dan de minst exacte der exacten nemen, de natuurlijke historie.

‘Ik ben in 1962 in Leiden biologie gaan studeren. Vóór mijn kandidaatsexamen kreeg ik het aanbod voor een baan bij het herbarium. Toenmalig directeur Van Steenis zocht een bepaald type specialist. Dat ging toen nog zo. Ik heb toen nog parmantig nee gezegd, ik was een andere totaalspecialisatie van plan en voelde er niets voor om in een herbarium te werken, maar dat is in de loop van mijn studie geëvolueerd. Dus ging ik weer bij Van Steenis langs: “Zoekt u nog steeds een systematisch houtanatoom?” Zo is het gekomen.’

Vanaf 1969 was u in vaste dienst, en sinds 1987 hoogleraar. Wat was het hoogtepunt van die veertien jaar directoraat?

‘Dan moet ik eerst het dieptepunt vertellen. Ik ben aan deze klus een beetje tegen heug en meug begonnen. Ik stond onder behoorlijke druk om deze positie die ik niet ambieerde toch van mijn voorganger, professor Kalkman, over te nemen, omdat ik me heel erg senang voelde in mijn hoofdonderzoekerpositie in mijn eigen vakgebied. Op directoraat en management zat ik niet echt te wachten, maar uit braaf plichtsbesef heb ik het gedaan.

‘Twee jaar na mijn aanstelling moest de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen heel krachtig bezuinigen. Het toenmalig faculteitsbestuur verzon dat er dan disproportioneel op het herbarium bezuinigd moest worden, omdat het, als collectie, buiten de kerntaken van onderzoek en onderwijs viel. Toen hebben we een gevecht gehad van zeker zes jaar. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in my finest moment, namelijk de toezegging vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap, dat instellingsoverschrijdende taken van biologische collecties erkende, en ons een aparte begrotingspost voor het Nationaal Herbarium Nederlands toekende, op voorwaarde dat we zouden fuseren met de herbaria van Utrecht en Wageningen. Dat heeft in die laatste zes jaar veel synergie bereikt, in gezamenlijke digitaliserings- en natuurbeschermprojecten. Het heeft ertoe geleid dat ik in die veertien jaar nooit iemand heb hoeven te ontslaan.

‘Verder zijn we enorm ontwikkeld op het gebied van biodiversiteit en dna. Onze nieuwste ambitie is om het leven te barcoderen. Voor iedere soort zijn er unieke fragmenten van het genoom. Als je die allemaal in een computer hebt staan, is het in theorie mogelijk om het veld in te gaan, in een blaadje te knijpen, zodat er een extractje met chloroplastkern-dna op een filtreerpapiertje belandt, dat geanalyseerd wordt, zodat die wilde plant zijn barcode prijsgeeft, en er op je zakcomputer een Latijnse naam verschijnt. Jaja, dat is Brave New World…’

Wat groeit er in uw eigen tuin?

‘Dat is een hele pijnlijke zaak. Ik heb net besloten in een penthouse te gaan wonen omdat mijn eigen voor- en achtertuin in de professorenwijk zo schandalig aan het verwilderen is.

‘Bij mij thuis staan nu de Napoletaanse dwergcyclaampjes. Dat zijn die wilde cyclaampjes, met grote knollen. Daar komen in de herfst van die hééle kleine cyclaambloempjes op, en die blijven wel twee of drie maanden bloeien, en daarna komen die schitterende bonte cyclaamblaadjes tot het voorjaar.

‘Verder ben ik geen tuin waard. Bij dat penthouse zit een terras waar ik wat zeer resistente planten in potten zal neerzetten, die weinig verzorging nodig hebben.

‘Ik heb een nul-aanstelling tot mijn vijfenzestigste. Zodra ik met alle klussen klaar ben, ga ik terug naar mijn oude stiel, anatomisch onderzoek, met name houtanatomisch, daar heb ik een naam in opgebouwd. Dat vak heeft ook een grote schoonheid.’