counter free hit unique web
INTERVIEW - Mare 04, 22 september 2005

Mare-cryptograaf zwaait af

Belangstellende = BEL-ANGST-ELLENDE

THOMAS BLONDEAU
Na meer dan tien jaar cryptogrammen bedenken, legt Thomas Gerkrath de pen neer. Waarvoor hij het allemaal deed? ‘Dat je weet dat ze achter in de collegezaal met jouw vondsten bezig zijn.’

‘Nou, neem hier bijvoorbeeld het woord “bescheiden”. Meestal gebruik je dat als een bijvoeglijk naamwoord maar het kan ook een synoniem voor documenten zijn.’ Thomas Gerkrath (35) houdt een kopie van zijn eerste Mare-cryptogram vast; gedateerd 26 mei 1994. In het begeleidend tekstje van zijn hand staat de zinsnede “naar mijn bescheiden mening” en desgevraagd geeft Gerkrath een staaltje van hoe een cryptograaf naar woorden vorst.

Een van zijn mooiste vondsten? ‘De narigheid die een geïnteresseerd iemand van een telefoonfobie ondervindt.’ Als het antwoord uitblijft, schiet Gerkrath te hulp. ‘Het antwoord is “belangstellende”. Dat kun je ook lezen als bel-angst-ellende.’ Eerlijkheidshalve geeft hij toe dat hij wat hulp gekregen heeft bij deze trouvaille. Tijdens zijn studie Nederlands werd het als voorbeeld gegeven tijdens een college computerlinguïstiek. De naam ‘Cryptomash’ is een verwijzing naar zijn studentenroepnaam ‘Tomash’. ‘In Catena zat ik in een Literaar Discupuut Lidicupu – je mag immers reglementair geen dispuut oprichten - waar we allemaal bijnamen hadden. Ik was Thomas met een h, vandaar Tomash.’

Het is echter die letteralertheid die de laatste tijd wat ging tanen bij Gerkrath en daarom besloot hij een punt te zetten achter zijn woordgrappen in rastervorm. Bij het begin van het academiejaar ontving de Mare-redactie dan ook verscheidene verontruste bellers die vroegen waar de Cryptomash bleef. Een enkeling zei resoluut haar abonnement op toen ze hoorde dat Gerkrath opstapte.

‘Ik heb het elf jaar gedaan. Omdat ik weet wat ik al allemaal gebruikt heb, werd het steeds moeilijker een bruikbaar cryptogramwoord te vinden. Volgens mij moet er ook een eindig aantal bruikbare woorden zijn. En kijk, bij mij is het nog gewoon ouderwets handwerk. Bijna alle puzzels komen tegenwoordig van bedrijven. Die hebben woordendatabases en die vullen zo het raster voor je in. De crypto van de Volkskrant wordt zo gemaakt, daarom vul ik hem ook al jaren niet meer in.’

Vroeger hield Gerkrath er nog vieze vingers aan over ook. ‘Met mijn matrixprintertje kon ik de lijntjes trekken en de cijfers invullen. De zwarte hokjes moest ik dan met Oost-Indische inkt inkleuren en het vervolgens afleveren op de redactie.’ Daar was hij geen onbekende. Al een paar jaar voor hij in gerasterde vorm zijn ei kwijt kon, waren wekelijks van zijn hand ollekebollekes te lezen. In deze humoristische versvorm liet Gerkrath zich uit over de universitaire actualiteit. Zo sloot een gedicht uit december 1992 af met: ‘Ach, meneer Ritzen, gij/immerbesparende,/’t zou ook de tijdgeest/wel eens kunnen zijn.’ Daarnaast schreef hij voor deze krant een reeks Dichtlesjes over versvormen en een feuilleton op rijm. En voor stripfiguur en student Dirk Delirium schreef hij de scenario’s.

‘Ja, waar doe je het eigenlijk voor?’ vraagt Gerkrath zich af, geconfronteerd met zijn verschillende uitlaatkleppen. ‘Waarschijnlijk toch die noodzaak om je te profileren. Het is leuk om te horen dat ze op de laatste banken van de collegezaal bezig zijn met jouw vondsten in plaats van naar de docent te luisteren.’ Die urgentie heeft hij nog steeds. Hij verdient zijn brood door als freelance cabaretier optredens tijdens bedrijvenseminars te verzorgen. Ook ver- en hertaalde hij twee stukken van Shakespeare voor een theatergroep. Hij regisseert ‘ook wel eens wat’ en geeft improvisatieworkshops. ‘Verder werk ik twee dagen per week op de eindredactie van een blad voor siertelers.’

Kans dat hij ooit weer aan het cryptoën gaat? ‘Zeg nooit nooit. Misschien op latere leeftijd. Het schijnt de geest soepel te houden.’

Ooit fans ontmoet? ‘Ach, je krijgt wel eens een complimentje. Maar puzzelfreaks, in tegenstelling tot wat je misschien denkt, zijn gewone mensen, hoor.’