ACHTERGROND - Mare 34, 16 juni 2005
Lustrumweek 2005
Denken en dansen
Van 3 tot 10 juni vierde de Universiteit Leiden haar 430ste verjaardag. Hoogtepunten waren de Academische zitting op dinsdag en het goed bezochte slotfeest op donderdag. Een impressie in woord en beeld.
Speuren naar wetenschappers
‘Eigenlijk had hier een wetenschapper moeten staan’, zegt de ijscoman van achter zijn kar voor de achterkant van het Gravensteen. ‘Maar die heeft een koutje opgelopen.’ ‘Wie zou dat nou zijn, Bas?’, vraagt een vader aan zijn zoontje. Maar Bas bedenkt liever eerst welke smaak ijsje hij wil. ‘Je mag maar één bolletje hoor’, waarschuwt zijn moeder. Bas: ‘Ik vind één wel genoeg hoor.’
Het gaat hem namelijk niet om ijsjes, maar om grotere prijzen: telescopen, microscopen, chemiepakketten en nog veel meer belangrijke benodigdheden voor toekomstige wetenschappers. Die waren zondag 5 juni te verdienen tijdens de speurtocht waarbij 8- tot 12-jarigen Leidse geleerden uit het verleden op straat moesten herkennen.
Zodra Bas zijn ijsje krijgt aangereikt, begint het te dagen. ‘Heeft het iets met het absolute nulpunt te maken?’ Dat betekent dat hij op de meegekregen plattegrond op de plek waar nu de ijscoman staat, de naam moet invullen van de Leidse natuurkundige die in 1913 de Nobelprijs won voor het vloeibaar maken van helium en Leiden daarmee de koudste plek op aarde maakte: Kamerling Onnes.
Op het plein voor de Pieterskerk blijkt hoezeer de tijd vandaag in de war is: Herman Boerhave (1668 - 1738) en Willebrord Snellius (1580 - 1626) staan er namelijk gezellig te praten. Aan de andere kant van de kerk speecht Thorbecke, Lorentz staat op de brug bij Barrera, Clusius is te vinden in de hortus.
Zodra de volgende groep kinderen arriveert, begint Snellius - ‘ze hebben wel wat moeite met mijn voornaam’ – gebogen met een liniaal in de hand, het plein op te meten. Even later rent hij stampvoetend rondjes om een boom om de vorm van de aarde aan te geven. ‘Plat! Plat! Plat!’ brult hij, ‘platter kan niet!’ Uiteindelijk weten de kinderen hem te overtuigen: de aarde is rond, maar lijkt plat.
Een meisje, die na afloop nog even komt controleren of ze het juiste antwoord heeft ingevuld, heeft toch nog een vraag: ‘Waarom bent u eigenlijk zo vroeg doodgegaan?’ vraagt ze verlegen. Om vervolgens afscheid te nemen: ‘Nou tot ziens hè, meneer Snelhuis!’ (FP)
Prijzenregen op academische plechtigheid
In aanwezigheid van de voltallige academische gemeenschap reikte de universiteit tijdens de academische plechtigheid van dinsdag 7 juni maar liefst vijf eredoctoraten uit, maakte de LSR bekend welke docent de jaarlijkse onderwijsprijs in ontvangst mocht nemen en sprak decaan Frans Saris van Wiskunde & Natuurwetenschappen de lustrumoratie uit.
In zijn oratie ‘Science through the looking glass of literature’ stelde prof.dr. Frans Saris zich de vraag in hoeverre wetenschappelijke prestaties doordringen in onze literatuur. Zou een archeoloog die over tweeduizend jaar slechts een collectie verhalen weet op te graven toch een goed idee krijgen van onze beschaving? Hij concludeerde aan de hand van zestig tussen 1900 en 2000 in het tijdschrift De Gids verschenen essays en enkele gedichten dat dit inderdaad het geval is. ‘De geselecteerde artikelen uit de eerste helft van de twintigste eeuw reflecteren wat wetenschapshistorici wel “de tweede Gouden Eeuw” noemen, toen Nederland Nobelprijswinnaars als Van ’t Hoff, Van der Waals, Lorentz, Zeeman en Kamerlingh Onnes voortbracht. In de tweede helft van deze eeuw besteden de artikelen meer aandacht aan de revoluties die de twintigste-eeuwse wetenschap heeft veroorzaakt.’
Vervolgens trok Saris via een tocht door de wereldliteratuur - bescheiden erkende hij dat er meer is dan De Gids, waar hij redacteur is – nog eens dezelfde conclusie, waarbij Harry Mulisch’ Ontdekking van de Hemel, Michael Frayn’s Copenhagen en Michael Crichton’s Jurassic Park onder meer de revue passeerden. Hij besloot zijn oratie door een optimistischer wereldbeeld te bieden dan de vaak in wetenschap en literatuur overheersende chaos en wanorde. ‘Het maakt alle verschil in onze cultuur, wetenschap en literatuur, wanneer we in plaats van de wereld te zien afdrijven naar wanorde, haar drijvende kracht juist de vrijheid van beweging is.’
Na Saris’ oratie was het de beurt aan LSr-voorzitter Rebecca Schoon de winnaar van de LSr-onderwijsprijs te onthullen. Niet David Fontijn (Archeologie), Allard Lubbers (Belastingrecht), Enrico Odelli (Italiaans) en Mark Rutgers (Bestuurskunde), maar Godgeleerdheid-docent Rico Sneller bleek de gelukkige die de cheque van vijfduizend euro in ontvangst mocht nemen. In zijn bedankspeech hield Sneller een hartstochtelijk pleidooi voor het belang van het onderwijs. ‘Zonder studenten kan de universiteit wel inpakken. Wanneer we de Leidse universiteit reduceren tot slechts een onderzoeksuniversiteit, zullen onderwijsenquêtes onder studenten ons ongetwijfeld wakker schudden. Ik hoop dat onderwijs op deze universiteit een onderwerp blijft waar speciale aandacht voor is.’
Centraal in de overigens geheel in het Engels gehouden plechtigheid stond verder de uitreiking van vijf eredoctoraten. Achtereenvolgends kregen de Russische taalwetenschapper Sergei Starostin, de Tilburgse hoogleraar Burgerlijk Recht Jan Vranken, de Russische fysicus Alexander Andreev, componist Dick Raaijmakers en de Amerikaanse pedagoog L.Alan Sroufe hun eredoctoraat. Rector magnificus Breimer, die zelf de versierselen van al zijn zeven eredoctoraten op zijn toga droeg, leidde de ceremonie, waarna elke erepromotor een korte laudatio uitsprak om zijn eredoctor daarna de bijbehorende versierselen uit te reiken.
Verder werden ook nog een speciale door kunstenaar Elizabeth Varga ontworpen lustrumpenning en Jos van den Broek’s boek Leiden Professors and their fascination gepresenteerd. Op zijn minst opmerkelijk mocht tenslotte het traditionele muzikale intermezzo ‘Ritual Moment’ worden genoemd, dat speciaal voor deze gelegenheid door eredoctor en pionier van de elektronische muziek Dick Raaijmakers was gecomponeerd. Door met grote balken in wisselende intervallen op de vloer van de Pieterskerk te beuken, creëerde hij hierbij een afwisselend samenspel van geluid en stilte. Dat niet alle toehoorders dit erg waardeerden, bleek uit het feit dat verschillende oudere aanwezigheden hun oren verschrikt dicht hielden als het hout weer eens met oorverdovend lawaai de vloer beroerde.(DB)
Mare wetenschapsquiz: hoogleraren slaan terug
Finalisten Willem B. Drees en Willem van der Does kruisen de degens. In het midden presentator Menno Bentveld
Wie wordt in 2005 de slimste mens van de Universiteit Leiden? Daar ging het om tijdens de Mare Wetenschapsquiz op dinsdag 7 juni in het LAKtheater.
Ging verleden jaar Sikke Kingma UR-voorzitter en dubbelstudent chemie/rechten met de eer en wisselbeker lopen, nu gaan beide naar prof. dr. Willem van der Does, afgevaardigde van de faculteit der Sociale Wetenschappen.
In totaal zestien kandidaten, bestaande uit krantenquizwinnaars, gedeputeerden van alle faculteiten en vier grote studentenverenigingen, gingen met elkaar de strijd aan.
Van der Does met de wisselbeker
Winnaar Van der Does maakte tijdens de quiz een inhaalslag nadat hij na twee rondes bijna bij de afvallers hoorde. De verliezend finalist van dit jaar, hoogleraar godsdienstwijsbegeerte Willem B. Drees, verloor met slechts één punt verschil. Tot aan de finale lag Drees vrijwel steeds op kop.
Zelf tot op het allerlaatste moment bleef onduidelijk wie met de gladiolen naar huis zou gaan. In de finale gaven Drees en Van der Does namelijk altijd dezelfde juiste antwoorden. De schatvraag aan het einde hakte de knoop door. Amanuensis Jos, bekend van Nickelodeon en intra muros als natuurkundige en universitair docent Jos van den Broek, voerde een proef uit waarin het gewicht bepaald moest worden dat één haar kan dragen. Drees gokte op 13,01 gram, maar Van der Does zat met 68 gram het dichtst bij het juiste antwoord: 80 gram.
Van der Does heeft ondertussen aangekondigd zijn beker niet op de schouw thuis te plaatsen, maar netjes achter het raam van zijn kamer in het FSW-gebouw. Ere wie ere toekomt.(TB)
Superville zonder leeuw
Een meisje in een witte jurk zit op een schommel en wrijft met een vinger langs de rand van een wijnglas. Terwijl het glas fluit, wordt de schommel opgetrokken. Het meisje verdwijnt door een gat in het plafond naar een hogere etage. Tegelijkertijd klinkt er op alle etages van de voormalige dekenfabriek live pianomuziek: uit het gat waar ze vandaan komt, op de etage waar ze langs zweeft en uit het gat waarin ze verdwijnt. Als even later de schommel zakt, komt het meisje weer langs. Dit keer zingt ze zelf.
De uitvoering was een van de onderdelen die tijdens de lustrumweek in het Scheltemacomplex (Marktsteeg 1) werden gehouden onder de noemer Superville. David Humbert de Superville (1770-1849) was behalve tekenaar, kunsttheoreticus en lector Italiaans en Frans aan de Leidse universiteit ook curator van de universitaire prentencollectie. Zijn werk en ideeën inspireerden kunstenaars, componisten, docenten en studenten tot een ‘interdisciplinaire manifestatie’.
Om een idee te geven van deze ideeën: De Superville wilde dat er een reusachtige leeuw voor de Nederlandse kust zou verrijzen, en wel in de zee bij Katwijk en op een enorme rots. Vandaar dat er een (levende) leeuw uit Italië werd overgebracht. Helaas maar voor even, want vanwege het ontbreken van de juiste papieren moest het beest na enkele dagen terug naar zijn thuisverblijf. Een video moest hem vervangen. (FP)
Lustrumfeest zeer goed bezocht
Misschien was het alleen het ontbreken van Paul McCartney’s linkshandige basgitaar waardoor ze zich van de echte Beatles onderscheidden. Het uitnodigen van The Beatles Revival Band, die donderdagavond op het Lustrumfeest speelde, was een gouden greep. Studenten, docenten, hoogleraren, jonge onderzoekers, bestuurders: in een bomvolle Stadsgehoorzaal werden ze allemaal meegesleept door nummers als Love Me Do en Hey Jude.
Het is het type feest waarop het iedereen-is-er-gevoel overheerst. Zelfs rector Douwe Breimer en Theologiedecaan Henk Jan de Jonge maken de heupen los op rock’n’roll, en beklimmen na het concert moeiteloos het podium in de sociëteit Minerva waar studenten dansen als haringen in een ton, op de eigen coverband Minerva Sound Society, gevolgd door het travestiteitentrio The Alley Girls.
Rond twaalven is de toestroom naar de sociëteit – die drie verdiepingen open heeft gesteld - zo groot dat de deur tijdelijk dicht moet.
Op de eerste verdieping is de opstijgende hitte van de zwetende zee beneden na middernacht immens. Maar daar was rekening mee gehouden. Een oxygenbar, waar tegen betaling van een consumptiemuntje zuurstof met eucalyptus kon worden gekocht, staat opgesteld naast de trap.
‘Ik merk er eigenlijk nog niks van,’ zegt een studente, die het slangetje in haar neus stopt. ‘Ik word er vooral erg misselijk van.’
Het is het type feest waarop iedereen elkaar aanspreekt en handtastelijkheden verzekerd zijn. Het ‘gastenboek’ dat de Mare-redactie aan een touwtje langs de trap laat bungelen, om letterlijk naar quotes te vissen, raakt in mum van tijd vol, onder meer met 06-nummers.
Na tweeën nemen de DJ’s van de verschillende verenigingen de heerschappij over de dansvloer over. Het is het type feest waarbij je verbaasd bent dat het al licht is als je naar buiten loopt, met het verenigingsvuil op je schoenen en je shirt doordrenkt van zweet en bier. Het is het type feest waarvan het tegelijkertijd jammer en toch ook wel goed is dat het maar eens in de vijf jaar plaatsvindt. (CW)