counter free hit unique web
HOOFDARTIKEL - Mare 34, 16 juni 2005

Preses op carrièrepad

Frank Provoost
Waar zijn de verenigingsvoorzitters terechtgekomen? Profiteert de preses van het old boys’ network of maakt hij carrière op eigen kracht? Mare maakte een loopbaanoverzicht van tien jaar Leidse sociëteitsbazen. ‘Ik heb niets aan mijn studie gehad.’

Overzicht beroepen oud-verenigingsvoorzitters ‘Heer, ontferm U over ons en vergeef ons opdat de wereld een vindplaats van uw goedheid wordt.’ Even ritselen de papieren zakdoekjes en snoepzakjes op zondagmorgen in de Lutherse kerk van Gouda. Dan zet het orgel ‘Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen’ in. Van de ruim zestig kerkgangers heeft slechts een enkeling het uitgereikte liedboek nodig om mee te kunnen zingen. ‘Maar wij vermoeden en geloven/ dat Gij ons draagt, dat Gij ons dient./ Gij zijt in alles diep verscholen/ in al wat leeft en zich ontvouwt.’

Dominee Kim Magnee-de Berg klimt op de kansel en begint aan haar preek. Die gaat over de zondagseditie van De Telegraaf. De krant had een wedstrijd verzonnen om adverteerders te lokken. Het winnende reclamebureau bedacht een advertentie voor de Protestantse Kerk Nederland (PKN) die geheel gratis werd afgedrukt. Magnee leest de tekst voor: ‘Al onze vestigingen elke zondag open. Gratis boodschappen voor het hele gezin.’ De kerk gniffelt.

Maar, vraagt de dominee zich vervolgens af, moet het christendom wel concurreren met koopzondag? Is het niet veel beter - om met Jezus te spreken – om ‘het zout der wereld en licht der duisternis te zijn’? Door dat uit te stralen krijgt de kerk betere reclame dan wanhopig te proberen ‘anderen op zondag over de drempel te trekken. Hier bij ons moet iets bijzonders gaande zijn, dat lang geleden in gang is gezet. In Jezus’ naam. Amen.’

Oké, geeft Magnee-de Berg achteraf toe. Het gaat nu wel over ‘diepere zaken van het leven’, maar toch lijkt het op haar vorige bestaan. In 1994 was ze voorzitter van de studentenvereniging Augustinus. De dominee: ‘Het clubgevoel van de vereniging vind ik ook terug in de kerk.’

Kim Magnee-de Berg Er zijn meer overeenkomsten. Bijvoorbeeld: ‘Het altijd in het middelpunt van de belangstelling te staan.’ Daarbij geldt zowel in kerk als sociëteit dat ‘het nooit zo is dat iedereen je automatisch ziet zitten’. ‘En vooral als iets niet loopt, is het lastig om op mensen in te spelen’, zegt ze. ‘Omdat je met vrijwilligers werkt, is het moeilijker om mensen enthousiast te houden of kritiek te geven. Bij werknemers zou je zeggen: “Daar word je voor betaald.”’

Haar loopbaan mag dan niet voldoen aan het beeld van de preses die na het studentenleven doorstoot naar de top van de rechtelijke macht, advocatuur of bedrijfsleven, maar hoe zit dat met de andere verenigingsvoorzitters? Waar zijn die terechtgekomen? Klopt het beeld van de carrièrebijters die - al dan niet met behulp van het old boys network - moeiteloos doorstromen naar hoge functies?

Mare ging na waar de voorzitters van de vijf Leidse studentenverenigingen van tien achtereenvolgende jaren zijn gebleven. Om afstuderende of nog solliciterende oud-voorzitters niet te storen werd gekozen voor de jaren 1991-2000. De vraag die iedereen kreeg voorgelegd: wat heeft het bestuursjaar opgeleverd?

Om te beginnen: helpt het op je cv? ‘Reken maar’, mailt Wopke Hoekstra (Minerva, 1997) vanuit Singapore. ‘99 Procent van de sollicitatiegesprekken die ik heb gevoerd ging over mijn praesidiaat.’ Hoekstra had de afgelopen jaren commerciële banen voor Shell in Berlijn, Hamburg en Rotterdam. Momenteel volgt hij een MBA-programma bij INSEAD (‘The business school for the world’), met campussen in Frankrijk (Fontainebleau) en Singapore.

‘Ik heb wel de indruk dat het heeft geholpen bij het solliciteren’, meent ook Jan Maarten Slagter (Quintus, 1991). ‘Je komt makkelijker uit de stapel.’

‘Zo verschrikkelijk bijzonder is het nou ook weer niet.’

Eigenlijk wilde Slagter altijd journalist worden. ‘Maar’, ondervond hij gaandeweg, ‘ik studeerde rechten in Leiden: dan is het veel makkelijker om advocaat te worden. Gelukkig begon ik het in de laatste fase nog leuk te vinden ook.’ Na enkele jaren als advocaat te hebben gewerkt – ‘het is altijd goed om eerst algemene ervaring op te doen’ – werkt hij nu als correspondent in Londen voor Het Financieele Dagblad, Business News Radio en de Vlaamse krant De Tijd.

‘Het werkt goed op je cv’, zegt Alexander Koch (Minerva, 1994), die als national account manager bij Heineken ‘contacten met grote retail-organisaties onderhoudt’. Eerder was hij als brandmanager onder andere verantwoordelijk voor de Biertje?-campagne en tv-programma Sixpack. ‘Ik heb helemaal niets aan mijn rechtenstudie gehad. Als ik er in mijn werk mee te maken krijg, haal ik meteen onze jurist erbij.’

Wat hij wel had geleerd? ‘Ervaring opdoen in een kleine microwereld, die later verbazingwekkend op de echte wereld blijkt te lijken.’ Dat zegt de grote meerderheid van de geïnterviewden hem na. ‘Burgemeestertje spelen’, noemt Floor Kist (Minerva, 1991) het. Andere veelvuldig terugkerende voorzitterskwaliteiten variëren van sublieme sociale vaardigheden, het ‘mensen kunnen managen’ tot ‘weten wat een zaal voelt’ en het ‘altijd moeten speechen’. Vooral moeilijke tijden blijken leerzaam te zijn, zeggen velen, onder wie Isabella Poessé (SSR, 1994), sales director in St. Petersburg. ‘Je leert problemen oplossen, ook wanneer het niet leuk is.’

Het voordeel van opgedane contacten verschilt per vereniging. Poessé ziet niemand meer van de bestuursleden uit haar ‘vorig leven’. Advocaat Markjan Bouwman (Augustinus, 1995): ‘Het is niet zo dat we wekelijks samen de horlepiep dansen.’ Alexander Koch: ‘Ik ben er met eentje getrouwd, dus dat contact is zeer intensief.’ En op zakelijk gebied? ‘Bij Heineken kom ik zo nu en dan mensen uit Leiden tegen. Maar je kan niet zeggen dat het een ons-kent-ons-kliekje is.’

Dus het old boys’ network bestaat niet? ‘Toch ook weer wel. Van al die ouwe feestjes met andere corpora kom je toch verrassend vaak weer mensen tegen. Dan is het wereldje toch klein.’ Stijn Groenink (Minerva, 1999), trade marketeer bij Vrumona – ‘de frisdrankdochter van Heineken’ – beaamt dat. ‘Ik kom geregeld collega-bestuurders van corpora uit andere steden op soortgelijke plekken.tegen.’ Zijn verklaring: ‘Als voorzitter leer je de eerste marketingvaardigheden voor de lange termijn: je moet een verhaal verkopen en een groep mensen inspireren.’

Bekende gezichten terugzien, gebeurt behalve in het bedrijfsleven ook voornamelijk in de advocatuur, beamen de meeste voorzitters. ‘Vaak is het maar twee stappen verwijderd of je kent elkaar’, zegt Vera Arnoldus (Quintus, 1992). Ze is advocaat bij NautaDutilh N.V. ‘Er werken hier ook Quinten. Als je die tegenkomt, maak je toch sneller een praatje door je gemeenschappelijke geschiedenis. Maar ik geloof niet in het clichébeeld van het old boys’ network.’

‘Terwijl ik mister corpsbal was, had ik tegelijkertijd genoeg vrienden buiten de vereniging’

‘Het is geen kwestie van geloven of niet geloven’, aldus Wopke Hoekstra. ‘In iedere organisatie, in iedere bedrijfstak en in ieder land spelen persoonlijke contacten een belangrijke rol, of je dat nu leuk vindt of niet. Maar dat reünisten van Minerva sterk oververtegenwoordigd zijn in de top van de advocatuur, het bedrijfsleven en de politiek komt in de eerste plaats door hun persoonlijke kwaliteiten.’

Arnoldus: ‘Als er een zogeheten conflict of interest is en je om die reden een zaak niet kunt aannemen en zult moeten doorverwijzen, denk je sowieso aan mensen die je kent. Maar dat kunnen ook mensen zijn van ná je studententijd. Dat is je netwerk. Dit zal iedereen hebben: ook Catenianen.’

Alleen lijken die eerder in de wetenschap te belanden. ‘Dat is toch meer ivoren toren-werk’, zegt Steven Claeyssens (Catena, 1996), die zijn promotieonderzoek afrondt en tegelijkertijd in de Universiteitsbibliotheek aan een nieuw automatiseringssysteem werkt. Zijn voorganger Igor Libourel (Catena, 1995) onderzoekt als post-doc in Berkeley de ‘kiemrust’ van zaden. Hij vermoedt dat zijn bestuurservaring van pas gaat komen als ‘ik meer verantwoordelijkheid voor anderen ga dragen of mij buiten de academische wereld ga ontwikkelen’. Al heeft hij wel al profijt gehad ‘bij het verzamelen van fondsen voor mijn opleiding’.

Met geld leer je wel omgaan, zegt Rogier de Bruin (Quintus, 1995). Hij zorgde ervoor dat de vereniging van de Korte Mare naar de Boommarkt verhuisde; een project van ‘ettelijke miljoenen’. ‘Het leren lezen van balans en resultatenrekening’, noemt Désirée Battjes (Augustinus, 1993) als grote verdienste van haar bestuurstijd. Tegenwoordig is ze behalve lerares Nederlands ook mede-eigenaar van het bedrijf Kees TM, dat aanvankelijk ‘housefeesten en single events’ organiseerde maar zich nu toelegt op webmarketing. Battjes: ‘D’s en t’s uitleggen, of literatuur, vind ik prachtig, maar ik ben ook altijd een vrije jongen geweest.’ Volgens haar hoeft er ook niet te gewichtig worden gedaan over de vaak genoemde verantwoordelijkheid van voorzitters: ‘Zo verschrikkelijk bijzonder is het nou ook weer niet.’

Dat geldt ook voor de vervolgcarrière, vindt ze. ‘Je denkt dan misschien wel: “I’m a high potential” Maar bestuursleden zijn toch ook vaak onafhankelijke geesten. Het is maar de vraag of je in een strak keurslijf past van een mantelpakje met lease-BMW. Ik heb nu wel een BMW, maar een hele oude.’

Arnold Timmerman (Minerva, 1993) zag zo’n keurslijf ooit zitten: of het nou dat van rechter, advocaat of P&O’er bij Unilever was. Het liep uiteindelijk anders en hij werd achtereenvolgens: fotograaf, redacteur van Blvd en andere glossy bladen en cowboy op een Canadese ranch. Na ook nog een tijdje door Nieuw-Zeeland te hebben gezworven, woont hij nu in Wales, waar hij zijn roeping lijkt te hebben gevonden. Die heet, zeer toepasselijk: The Journey.

Dat is de naam van de beweging rondom Brandon Bays die in haar boek (De helende reis) en op www.thejourney.com beschrijft hoe ze zichzelf door middel van mind-body healing binnen ongeveer zes weken van een tumor met basketbalgrootte wist te bevrijden. ‘Wereldwijd geeft ze daarover seminars. Ik reis met haar mee als geluids-, licht- en muziekman.’

Hij is er helemaal op zijn plaats, vindt hij. ‘Ik heb altijd al verder gekeken dan mijn neus lang is, ook op spiritueel gebied. Het mooie van mijn voorzitterstijd was dat hoewel ik wel altijd pakken droeg, toch mezelf kon zijn. En terwijl ik mister corpsbal was, had ik tegelijkertijd genoeg vrienden buiten de vereniging.’

‘Wat ik geleerd heb’, zegt Marjolijn Ahsmann-Mosmans (Catena, 1993), ‘is dat wanneer je ergens gewoon voor gaat, het meestal ook wel lukt.’ Na een studie pedagogiek werkt ze inmiddels als technisch consultant en programmeur voor het bedrijf Tridion. Terwijl ze overdag bezig is met ‘alles op poten zetten en klanten binnenhalen’. Tussendoor studeert ze informatica aan de Open Universiteit.

‘Doordat je makkelijk op mensen afstapt, lukt het ook om dingen te regelen’, aldus Michael Juffermans (Quintus, 1994) is hoofd van het PvdA-kenniscentrum. Hij heeft er zijn eigen carrière aan te danken, ‘terwijl de PvdA allesbehalve een Quintus-bolwerk is’. Als politicologiestudent vroeg hij Ruud Koole of hij hem kon helpen bij zijn campagne om partijvoorzitter te worden. ‘Ik zit nu nog regelmatig met een college van bestuur om de tafel in een politieke setting. Dan is het makkelijk om te zeggen dat je in het bestuur hebt gezeten.’

Gerard Mulder Ook wiskundig bioloog Gerard Mulder (SSR, 1992) liet zich leiden door zijn eigen initiatief. Hij staakte zijn promotieonderzoek om een spelletjesbedrijf op te richten. Inmiddels werkt hij als product develop manager, oftewel spelbedenker, voor Jumbo. ‘Het meeste maak je in een team en komt je naam gewoon op de doos. Maar wat ik bijvoorbeeld helemaal zelf bedacht en ontwikkeld heb is het Idols-spel, je weet wel, van het televisieprogramma.’ Herinneringen aan het bestuursjaar? ‘Ja, vergaderen!’

Ajolt Elsakkers (SSR, 1999) bedient dezelfde doelgroep: hij spreekt tekenfilms in. ‘Als stemacteur zit ik op dit moment in zeventien verschillende tekenfilms.’ Als acteur werkt hij ook voor televisie, bijvoorbeeld in de ‘Onderweg naar Morgen’: ‘Gastrolletjes, geen figurant dus. Maar mijn belangrijkste werk is in het onderwijs.’ Hij is verder leraar geschiedenis en drama op een middelbare school.

Hij gelooft niet dat ‘mijn bestuursfunctie een wezenlijke bijdrage levert aan mijn carrière. Ik heb dat tot nu toe niet nodig gehad. Ik hoop ook niet dat mensen die dit soort dingen tot een karakterbeoordeling verheffen, mij ooit moeten beoordelen.’
‘Vader, zend ons uw geest’, bidt dominee Magnee-de Berg, nadat het ‘nutteloos conservatisme’ in het christendom in de preek is aangepakt. Nu kan de avondmaalviering beginnen: achtereenvolgens worden de linker- en rechterhelft van de kerk uitgenodigd naar voren te komen. Zodra iedereen in een kring om Magnee staat, deelt ze brood en wijn uit, daarbij telkens de woorden sprekend: ‘Lichaam van Christus, wijn van het koninkrijk’.

Even later zit iedereen weer. ‘Dan wil ik jullie nu vragen elkaar de hand te schudden en elkaar ‘Vrede van Christus’ toe te wensen. Alle aangrenzende kerkbanken schudden elkaar de hand. Vervolgens worden de collectezakken doorgegeven. Als de kerk leegstroomt, krijgt iedereen bij de deur van haar nog een hand.

Zijn de verschillen met vroeger niet levensgroot? De dominee, achteraf: ‘In de kerk maak je dan vaker meer serieuze en trieste dingen mee, maar een studentenvereniging is ook niet alleen maar oppervlakkig. Daar kun je ook genoeg zinnige dingen doen.’