counter free hit unique web
ACHTERGROND - Mare 23, 10 maart 2005

Het dozijn van Open Access Leiden

  1. Carlo Beenakker, hoogleraar theoretische natuurkunde
  2. Ewine van Dishoeck, hoogleraar astrofysica
  3. Els Goulmy, hoogleraar transplantatiebiologie
  4. Henk Jan de Jonge, hoogleraar vroegchristelijke literatuur
  5. Frits Kortlandt, hoogleraar vergelijkende taalwetenschap
  6. Hendrik Lenstra, hoogleraar getaltheorie
  7. Dr. Jasprien Noordermeer, neurale ontwikkelingsbiologie
  8. Frits Rosendaal, hoogleraar epidemiologie
  9. Axel Schneider, hoogleraar studies van modern China
  10. Ineke Sluiter, hoogleraar Griekse taal- en letterkunde
  11. Carel Stolker, hoogleraar burgerlijk recht
  12. Rien van IJzendoorn, hoogleraar theoretische pedagogiek

De Leidse repository is te vinden op https://openaccess.leidenuniv.nl/community-list. Links naar vergelijkbare databases van andere universiteiten vind je  via www.darenet.nl

Wetenschappelijke informatie: eerst alleen in de bibliotheek, straks voor iedereen te krijg op het web?
© Taco van der Eb

Leiden stort zich op open acces-project

INTERNET als uitgever

Hester van Santen

Leiden loopt voorop in het stimuleren van open access, een initiatief om wetenschappelijke producties openbaar te maken buiten de traditionele uitgeverijen om. Alleen is het de vraag hoe die daar op reageren. ‘Iedereen kan mijn artikelen straks downloaden.’

Het botert niet zo tussen de Nederlandse universiteitsbibliotheken en de grote wetenschappelijke uitgeverijen. De uitgevers vragen steeds meer geld voor abonnementen op duizenden tijdschriften, de bibliotheken weigeren zulke contracten af te sluiten. Met de grootste, Reed Elsevier, hadden de onderhandelingen eind vorig jaar al rond moeten zijn, maar nog steeds is er geen zicht op een akkoord.

Het is niet helemaal toevallig dat de universiteiten op hetzelfde moment initiatieven ontplooien om wetenschappelijke artikelen, boeken en proefschriften op een andere manier te gaan aanbieden. Een landelijk project is het, dat al sinds 2003 bestaat maar begin dit jaar in een stroomversnelling kwam: Digital Academic Repository, oftewel DARE. Alle universiteiten, de Koninklijke Bibliotheek en onderzoeksorganisaties NWO en KNAW doen eraan mee.

Het initiatief kwam van de landelijke ICT-stichting SURF, die ervoor wil zorgen dat wetenschappelijke informatie beter bewaard wordt en beschikbaar komt. Dat het uiteindelijk ook een alternatief kan zijn voor de diensten van traditionele uitgeverijen is een mooie bijkomstigheid, zegt Annemiek van der Kuil, de landelijke community manager van DARE. ‘Het kan kostenbesparend zijn, nu de uitgeverijen hun prijzen verhogen.’

Voor de landelijke organisatie gaat het bij DARE vooral om een beter opslag- en zoeksysteem. Leiden heeft zich echter, meer dan de andere deelnemers, op open access gestort. Het is een beweging die in de wetenschappelijke wereld de afgelopen vijf jaar sterk in opkomst is. Steeds meer onderzoekers keren zich principieel tegen het idee dat zij – en burgers – moeten betalen om wetenschappelijke informatie te raadplegen. Er zijn al speciale open access-tijdschriften en –uitgeverijen, die werken volgens het principe dat alleen de auteur betaalt en niet de lezer.

Leiden gaat mee in die ontwikkeling. Zo sloot het Leids Universitair Medisch Centrum eind vorig jaar een contract met open access-uitgever BioMed Central (BMC) waarbij het academisch ziekenhuis de kosten vergoedt voor LUMC-wetenschappers die in BMC-tijdschriften willen publiceren. Maar ook de Leidse DARE-organisatie doet mee. DARE-coördinator Marlon Domingus: ‘Waar mogelijk zullen we open access aanbieden.’

Domingus: ‘Deels is het ideëel. Maar we vinden het ook belangrijk dat het werk van onze onderzoekers zichtbaarder wordt. Zo’n database kun je namelijk koppelen aan Google of aan andere zoeksystemen. En je kunt op de persoonlijke website van een medewerker een lijst met full-text publicaties zetten.’

Momenteel wordt de Leidse wetenschappelijke databank D-Space opgezet – een zogeheten repository – waarin zoveel mogelijk werk van Leidse wetenschappers volledig digitaal beschikbaar komt: proefschriften, boeken en veel artikelen. Domingus is op dit moment bezig om de Leidse repository met publicaties te vullen: duizenden en duizenden pagina’s gaan onder de scanner. Alle vanaf januari uitgekomen proefschriften komen erin, maar het grootste project is het toevoegen van álle publicaties van twaalf – vooral prijswinnende - Leidse wetenschappers [zie kader].

‘Het is van de gekke hoe het nu gaat’

In dat kader wordt de Leidse ambitie nog het best zichtbaar. Het project is de Leidse variant van een landelijk DARE-project, genaamd Keur der Wetenschap. Binnen dat project wordt het werk van een 170 man tellende crème de la crème van het Nederlandse onderzoeksfront openbaar gemaakt. Leiden hernoemde de Keur echter tot ‘Open Access Leiden’ (OAL) en breidt de doelstellingen uit. Domingus: ‘Eind 2006 willen we een gevulde repository met de publicaties van dertig Leidse wetenschappers. Die ambitie blijkt groter dan het landelijk afgesproken aantal.’

De OAL-deelnemers klinken enthousiast. Theoloog prof.dr. Henk Jan de Jonge: ‘Het maakt je wetenschappelijke werk veel toegankelijker; tijdschriften zijn niet overal beschikbaar, bibliotheken hebben sluitingstijden. En ik wil niet de indruk wekken dat ik alleen maar meedoe om mijn citatie-index te verbeteren, maar dat je meer geciteerd wordt, is ook een voordeel.’ Ontwikkelingsbioloog dr. Jasprien Noordermeer: ‘Iedereen kan mijn artikelen straks downloaden, en dat is een goede stap. De uitgeverijen hebben op dit moment alle macht. Het is een beetje van de gekke hoe het nu gaat.’

Twijfel over het nut van het project klinkt echter ook. Farmacoloog prof.dr. Ron de Kloet, niet in het twaalftal maar wel auteur van zo’n vijfhonderd wetenschappelijke artikelen: ‘Ik ben op zich positief. Het is goede pr en het kan een way out zijn om artikelen van je eigen instelling goed neer te zetten, zeker als steeds meer tijdschriftabonnementen worden opgezet. Maar ik denk niet dat de toegankelijkheid voor collega-wetenschappers er door verbetert. Als iemand een artikel van mij wil hebben zoekt ie gewoon in PubMed [grote medische zoekmachine, HvS], niet op de website van het LUMC.’

De Kloet zou desgevraagd wel meewerken met het project. ‘Zoveel werk zou het niet zijn om die artikelen aan te leveren.’ Hij denkt dat uitgeverijen moeilijk dwars kunnen liggen. ‘Het is al schering en inslag dat mensen zelf artikelen op hun site zetten.’

De landelijke DARE-organisatie is echter niet zo beslist – dat is ook de reden waarom community manager Van der Kuil ervan uitgaat dat slechts ‘vijftig tot zestig procent’ van de Keur-publicaties on line zal komen. Van uitgever Reed Elsevier mogen wetenschappers wel een Word-document van hun artikelen op een eigen website plaatsen, maar mogen ze niet de tijdschrift-layout gebruiken. Uitgever Springer gaf voor de 170 geselecteerde wetenschappers zonder voorwaarden toestemming, maar denkt daarna aan een systeem waarbij auteurs extra betalen als ze ook zelf werk op het internet willen zetten.

Sommige Leidse wetenschappers verwachten zulke grote problemen met hun uitgevers, dat ze besluiten om niet aan het project mee te doen. Literatuurwetenschapper prof.dr. Ernst van Alphen: ‘Mijn boeken verschijnen bij universitaire uitgeverijen zoals de University of Chicago Press en de Stanford University Press. Ik heb het Leidse voorstel aan hen voorgelegd, en zij waren zeer terughoudend. Dus toen heb ik gezegd: ik doe het niet. Ik wil de relatie met mijn uitgevers goed houden – er wordt bij hen niet excessief veel verdiend. In de medische of economische wetenschappen zou het anders zijn, die abonnementen kosten soms duizenden euro’s.’

DARE-coördinator Marlon Domingus is toch positief. ‘Voor artikelen van meer dan zeven jaar oud zijn de problemen gering, want toen bestond er nog geen exclusief copyright voor de uitgever. Bij publicaties uit de periode 1997 tot 2004 moet voor elk tijdschrift apart uitgezocht worden wat de voorwaarden zijn, en hoe die omzeild kunnen worden.’ En voor nieuwe artikelen? Volgens Domingus kunnen uitgeverijen de auteurs niet verplichten om totaal afstand te doen van het copyright van hun artikelen, al suggereren die van wel. ‘We gaan de auteurs daarop wijzen. We proberen steeds de grenzen te zoeken van wat mogelijk is.’