counter free hit unique web
IN MEMORIAM - Mare 19, 03 februari 2005

Hendricus Jacobus Franken

4 juli 1917 18 januari 2005

emeritus-hoogleraar in de archeologie van Palestina en naaste omgeving

Hendricus Jacobus Franken overleed op 18 januari j.l. in zijn woonplaats Zutphen. Van 1954 tot 1984 was hij verbonden aan respectievelijk de Faculteit der Godgeleerdheid en de vakgroep Archeologie van de Faculteit der Letteren.

Henk Franken studeerde theologie aan de Gemeenteuniversiteit van Amsterdam, waarna hij in de oorlogsjaren predikant was in Blokzijl. Hij was actief in het verzet en nauw betrokken bij de hulp aan Joodse onderduikers in de Noordoostpolder.

Na de oorlog werkte Henk tot 1951 als zendingspredikant op Bali. Als een van de weinige belanda’s kon hij in die periode ’s avonds veilig op weg naar huis gaan vanwege de bekendheid met zijn houding ten opzichte van de onafhankelijkheidskwestie. Door zijn studie van het feest van Djajaprana te Kalianget deed hij een gedegen antropologische kennis op. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij later een belangrijke rol toekende aan het gebruik van antropologische gegevens bij de bestudering van de archeologie.

Teruggekeerd in Nederland voltooide Henk zijn theologische studie in Leiden met een proefschrift getiteld The Mystical Communion with JHWH in the Book of Psalms (1954). Direct hierna werd hij op initiatief van de oud-testamenticus prof. dr. P.A.H. de Boer aangesteld als wetenschappelijk ambtenaar bij de Faculteit der Godgeleerdheid vanwege onderzoek en onderwijs in de Palestijnse Oudheidkunde. Van 1955 tot 1958 leerde hij in Jericho het archeologisch handwerk van Dame Kathleen Kenyon. Nadat hij in 1960 zijn eigen opgravingen op Tell Deir Alla in de Jordaanvallei was begonnen, werd Henk Franken twee jaar later benoemd tot lector in de archeologie van Palestina en naaste omgeving.

Later werd dit lectoraat omgezet in een professoraat. In zijn openbare les Heilig-Land en heilige huisjes gaf hij een kritische beschouwing over de bijbelse archeologie. Hij hield de studenten voor dat het geen plaatjes en praatjes vak is. Het gaat erom ‘niet slechts van boeken te leren, maar ogen, hoofd en handen te laten werken met de materie zelf’. Dat waren geen loze woorden. Ik herinner mij hem als een docent die zelden of nooit tijdens zijn colleges dia’s vertoonde. Alle nadruk lag op het leren van de logische analyse en interpretatie van archeologische gegevens.

Het archeologisch onderzoek op Tell Deir Alla  was gericht op het verkrijgen van inzicht in de overgang van de Late Bronstijd naar de Vroege IJzertijd (de periode van de komst der Israëlieten). Hierbij speelde een gedetailleerde bestudering van de gelaagdheid van de ruïneheuvel en aardewerkstudie een belangrijke rol. T.a.v. het laatste aspect heeft Henk, in samenwerking met de pottenbakker Jan Kalsbeek, een nieuwe methode van technologische aardewerkanalyse ontwikkeld die nog steeds wordt toegepast. 

Henks eerste boek over het Deir Alla onderzoek verscheen in 1969 en is wel een ‘uitdaging voor de Palestijnse Archeologie’ genoemd. Vele publicaties volgden, ook  over aardewerk afkomstig van andere vindplaatsen in het Nabije Oosten en van elders.

In 1967 werd op Tell Deir Alla een vondst gedaan waarvan het belang direct door Henk Franken werd ingezien. Het betrof fragmenten van een op pleister geschreven Aramese tekst uit ca. 700 v. Chr. over de profeet Bileam die wij ook uit de bijbel kennen. Hierna kwam er voorlopig een einde aan de opgravingen op Tell Deir Alla vanwege het uitbreken van de juni-juli oorlog. Pas in 1976 werd het veldwerk hervat. Tussentijds deed Henk opgravingen in een door de aanleg van het Assad stuwmeer archeologisch bedreigd gebied in noordwest Syrië.

Door zijn veelvuldig verblijf in het Nabije Oosten raakte Henk sterk betrokken bij het Palestijnse probleem, hetgeen tot uitdrukking kwam in zijn activiteiten voor het Nederlands Palestina Comité en het Palestina Bulletin.

Na zijn emeritaat in 1984 bleef Henk Franken actief in het onderzoek en de publicatie van het in de zestiger jaren door Dame Kathleen Kenyon opgegraven aardewerk van Jeruzalem,  dat zij hem bij haar dood had nagelaten. Een eerste boek kwam uit in 1990. Het tweede boek, waarvan Henk vlak voor zijn overlijden de drukproeven kreeg toegezonden, zal dit jaar verschijnen.

Als erkenning voor zijn belangrijke pioniersarbeid voor de archeologie van Jordanië kreeg ‘grand old man’ Henk uit handen van prinses Sarvath al Hassan in 1989 de Jordanian Independence Medal.

Het werk dat Henk Franken op het gebied van de Archeologie van Palestina en de Aardewerktechnologie begon, is voortgezet in de Faculteit der Archeologie. De dagelijkse inspiratie van zijn nuchtere, onafhankelijke, creatieve en niet door opportunisme gedreven geest, die met sommigen wel eens tot conflicten leidde, heb ik sinds zijn vertrek uit Leiden erg moeten missen. Henks vrienden delen het verdriet om zijn heengaan met zijn echtgenote en zoon.

Bram van As
Faculteit der Archeologie