counter free hit unique web
WETENSCHAP - Mare 19, 03 februari 2005

Tyfusonderzoek in Indonesische sloppenwijk

Besmetting van de man gaat door de maag

Hester van Santen

Door bijna zeshonderd straatverkopers en huisvrouwen te interviewen, kreeg een Leidse medicus een beeld van de buik- en paratyfusbesmettingen in Jakarta. ‘Maak maar even geen gado gado klaar.’

Mocht u van plan zijn om binnenkort naar Jakarta te gaan en daar te genieten van, zeg, verse vruchten of een kokosdrank met ijs, dan is het misschien goed om eerst het zojuist verschenen proefschrift te lezen van internist in opleiding dr. Albert Vollaard. Dan weet u namelijk alvast dat alle ijsblokjes uit restaurants en van straatverkopers die hij onderzocht, besmet waren met menselijke uitwerpselen.

Als onderzoeker van het Leids Universitair Medisch Centrum bracht Vollaard met collega’s van de Atma Jaya Universiteit in Jakarta in kaart hoe het gesteld is met het vóórkomen (en voorkómen) van buiktyfus en paratyfus in de wijk Jatinegara in de Indonesische hoofdstad. Het is een arme sloppenwijk met een geregistreerde bevolkingsdichtheid van maximaal 36 duizend inwoners per vierkante kilometer – bijna vijf keer zoveel als in de Leidse Merenwijk. Er is geen riolering, wel een waterleiding.

Sinds 2001 interviewden de medici ruim tweehonderd verkopers van eten en 378 huisvrouwen in het stadsdeel, en onderzochten ze ijs, drink- en afwaswater en ontlasting om een indruk te krijgen van de hygiënische omstandigheden. Die zijn namelijk van doorslaggevend belang om de verspreiding van buiktyfus en paratyfus tegen te gaan. En dat is niet onbelangrijk: naar schatting komen er wereldwijd 21,7 miljoen gevallen van buiktyfus per jaar voor, vooral in derdewereldlanden.

Zonder behandeling kan vooral buiktyfus dodelijk zijn, maar hoeveel last de bevolking van buiktyfus en paratyfus ondervindt, hangt sterk af van lokale omstandigheden. Vollaard ziet zijn onderzoek dan ook eerder als een case-study voor de Indonesische hoofdstad. Vollaard, inmiddels alweer aan het werk in een Haags ziekenhuis: ‘Artsen in gezondheidscentra in Jakarta zeiden tegen ons: wij zien zoveel patiënten met buiktyfus.’

De medicus legde in zijn onderzoek de vinger op de zere plek: het eten van straatvoedsel bleek een van de belangrijkste factoren bij de verspreiding van vooral paratyfus. Sommige armen koken nooit zelf en worden door straatverkopers voorzien van saté, vis, mie of fruit. Niet alleen bevatten alle ijsblokjes ‘faecale bacteriën’, datzelfde gold voor 91% van het afwaswater en 65% van het drinkwater. Waarschijnlijke oorzaak: slechts één op de tien straatverkopers waste zijn handen met zeep na toiletbezoek, en wc-papier is er non-existent.

Voor buiktyfus was dat overigens anders – de oorzaak voor de besmetting bleek vooral binnen het huishouden te liggen: geen zeep gebruiken dook weer op, maar ook eten van hetzelfde bord en geen wc-hebben leverde een risico op. Albert Vollaard, die meer dan twee jaar in Jakarta woonde, zegt dat de situatie in Indonesië hem desondanks niet tegenviel. ‘Het drinkwaternet is een half geprivatiseerde onderneming en wordt steeds uitgebreider. Twintig procent van de bewoners heeft een eigen kraan.’ Bovendien kookten alle bewoners hun drinkwater voor gebruik.

De mate waarin buiktyfus en paratyfus voorkwamen was, misschien wel om dit soort redenen, minder dan verwacht. Na onderzoek in plaatselijke ziekenhuizen bleken de meeste van buik- of paratyfus verdachte patiënten toch een andere ziekte te hebben. Niet dat dat overigens consequenties voor de behandeling had. Alle patiënten kregen dezelfde antibiotica, want om een bacteriologische test te betalen moet een sloppenwijk-bewoner een halve week werken.

Niet alleen in zijn oordeel over de situatie in de sloppenwijken is de medicus bescheiden, ook in zijn inschatting over de reikwijdte van zijn onderzoek. ‘Ik ben geen politicus, mijn contacten met het ministerie voor Volksgezondheid waren beperkt. Ik verwacht eigenlijk dat het ergens in een la terechtkomt.’

Toch doet Vollaard in zijn proefschrift wel aanbevelingen. Grootschalige vaccinatiecampagnes - een idee van de Wereldgezondheidsorganisatie - zouden in Jakarta niet kosten-effectief zijn. En er is een goedkoper alternatief: zeep. Het zou bijvoorbeeld in gezondheidscentra meegegeven kunnen worden. En daarnaast wijst hij op het nut van educatie.‘Het zou mooi zijn als ze tegen een buiktyfuspatiënt zeggen: “Je staat hier wel gado gado te verkopen, maar dat zou ik maar eens een paar weken niet doen”.’

Albert M. Vollaard: Typhoid and paratyphoid fever in Jakarta, Indonesia promotie was 25 januari